id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060509.3 Rolnummer: P.06.0242.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2006-12-22 Raadplegingen: 711 - laatst gezien 2026-07-03 12:12 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 Het witwasmisdrijf van artikel 505, eerste lid, 3° en 4°, Strafwetboek heeft tot voorwerp het verhelen van onrechtmatig verkregen vermogensvoordelen door het plegen van een misdrijf en niet dit basismisdrijf zelf. Aan de vereisten van de artikelen 6.3.a E.V.R.M. en 14.3.a I.V.B.P.R. is voldaan wanneer dit witwasmisdrijf nauwkeurig wordt omschreven, waaronder de illegale oorsprong van die vermogensvoordelen en de kennis hiervan door de dader, zonder dat het basismisdrijf zelf hoeft te worden omschreven of zelfs dat opgave ervan moet worden gedaan
(1).
(1)Zie Cass., 9 juni 1999, AR P.99.0231.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990609.19, nr 340; 21 juni 2000, AR P.99.1285.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000621.30, P.00.0351.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000621.30 en P.00.0856.F, nr
- Thesaurus CAS: HELING Vrije woorden: HELING Witwassen van vermogensvoordelen Voorwerp HELING Witwassen van vermogensvoordelen Delictomschrijving Artikel 6.3.a, E.V.R.M. Artikel 14.3.a I.V.B.P.R. Vereiste Vaststellen van de bestanddelen Grenzen Precisering van het basismisdrijf Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Artikel 6.3.a, E.V.R.M. Artikel 14.3.a I.V.B.P.R. Heling Witwassen van vermogensvoordelen Delictomschrijving Vereiste Vaststellen van de bestanddelen Grenzen Precisering van het basismisdrijf Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Artikel 6.3.a Recht van verdediging Witwassen van vermogensvoordelen Delictomschrijving Vereiste Vaststellen van de bestanddelen Grenzen Precisering van het basismisdrijf Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Artikel 14.3.a I.V.B.P.R. Recht van verdediging Witwassen van vermogensvoordelen Delictomschrijving Vereiste Vaststellen van de bestanddelen Grenzen Precisering van het basismisdrijf Tekst van de beslissing Nr. P.06.0242.N B R, beklaagde, eiser, met als raadsman Bart Spriet, advocaat bij de balie te Turnhout, met kantoor te 2200 Herentals, Lierseweg 238, alwaar de eiser woonplaats kiest, tegen
- L G, die optreedt in eigen naam en als afgevaardigd-bestuurder van GL Participations nv, burgerlijke partij,
- H I, die optreedt in eigen naam en als afgevaardigd-bestuurder van Laro nv, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 3 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De appelrechters wijzen de vordering van de burgerlijke partijen tegen de eiser af. Zij veroordelen de verweerders in de kosten. De eiser heeft geen belang op te komen tegen die beslissing. Zijn cassatieberoep tegen die beslissingen is niet ontvankelijk. Eerste middel Eerste onderdeel
- Het witwasmisdrijf van artikel 505, eerste lid, 3° en 4°, Strafwetboek heeft tot voorwerp het verhelen van onrechtmatig verkregen vermogensvoordelen door het plegen van een misdrijf en niet dit basismisdrijf zelf. Aan de vereisten van de artikelen 6.3.a EVRM en 14.3.a IVBPR is voldaan wanneer nauwkeurig dit witwasmisdrijf wordt omschreven, waaronder de onrechtmatige oorsprong van die vermogensvoordelen en de kennis hiervan door de dader, zonder dat het basismisdrijf zelf hoeft te worden omschreven of zelfs dat opgave ervan moet worden gedaan. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
- In zoverre het onderdeel gericht is tegen het tekortschieten door het openbaar ministerie van zijn wettelijke plicht tot informatie en bewijslevering, is het onderdeel niet gericht tegen het bestreden arrest. Voor zover het onderdeel ook kritiek heeft op het oordeel van de appelrechters dat de eisers zich "ten volle" hebben kunnen verdedigen, komt het onderdeel op tegen de beoordeling van feiten door de rechter. Het onderdeel is zoverre niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Met de in het onderdeel bedoelde redenen, geven de appelrechters van de conclusie van de eisers, een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. Ze miskennen aldus de bewijskracht van die conclusie niet. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel
- Anders dan het onderdeel aanvoert, leggen de appelrechters met de redenen die het onderdeel aanvoert, de eisers geen onrechtmatige bewijslast op. Ze beoordelen enkel de geloofwaardigheid van het verweer van de eisers. Ze besluiten dat dit verweer niet geloofwaardig is. Het onderdeel dat geheel opkomt tegen dit onaantastbare oordeel van feitelijke gegevens, is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- De rechter die anders beslist dan een partij aanvoert in conclusies en die de verweermiddelen van een partij verwerpt, miskent het recht van verdediging van die partij niet en legt haar daardoor ook geen onrechtmatige bewijslast op. Het onderdeel faalt naar recht. Derde onderdeel
- In zoverre het onderdeel een motiveringsgebrek aanvoert, betrekt het in zijn kritiek niet alle redenen van het bestreden arrest. Het onderdeel dat op een onvolledige lezing van het bestreden arrest berust, is in zoverre niet ontvankelijk.
- Met de in het onderdeel bedoelde reden, geven de appelrechters van de bedoelde stukken geen uitlegging. Ze miskennen dus de bewijskracht ervan niet. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk. Vierde onderdeel
- Met de in het onderdeel bedoelde reden, geven de appelrechters van de bedoelde stukken geen uitlegging. Ze miskennen dus de bewijskracht ervan niet. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk. Derde middel
- Het Hof ontwaart de aangevoerde tegenstrijdigheid niet. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- In zoverre het middel een dubbelzinnigheid aanvoert, geeft het niet aan in welke lezing van het arrest de beslissing wettig en in welke lezing ze onwettig is. In zoverre is het middel wegens onnauwkeurigheid, niet ontvankelijk. Vierde middel
- Anders dan de eiser voorhoudt beantwoorden de appelrechters diens verweer met de redenen aangehaald in het bestreden arrest. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 85,34 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 9 mei 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060509.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091216.4 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211006.2F.10 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990609.19 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000621.30 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060919.5 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061128.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div