id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060509.4 Rolnummer: P.06.0661.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-09-15 Raadplegingen: 488 - laatst gezien 2026-07-04 06:31 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Kennelijk niet ontvankelijk is het verzoek tot verwijzing van een hof van beroep naar een ander dat aanvoert dat het hof van beroep, waarvan de onttrekking is gevraagd, niet meer onpartijdig is omdat de eerste voorzitter met toepassing van artikel 98 Gerechtelijk Wetboek onwettig heeft beslist een rechter uit een rechtbank van eerste aanleg uit het rechtsgebied van dit hof van beroep opdracht te geven om tijdelijk zijn ambt waar te nemen in een andere rechtbank van eerste aanleg gelegen binnen dit rechtsgebied. Deze reden verplicht het Hof immers de wettigheid van deze beslissing te beoordelen, hoewel het Hof daarover niet kan oordelen in de procedure van verwijzing. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Gewettigde verdenking Verzoek gesteund op het beweerd onwettig karakter van een beslissing tot delegatie van een rechter Reden die het Hof verplicht de wettigheid van de delegatie te beoordelen Onmogelijkheid voor het Hof om in de procedure tot verwijzing de wettigheid van de delegatie te beoordelen Ontvankelijkheid van het verzoek Fiche 2 Kennelijk niet ontvankelijk is het verzoek tot verwijzing van een rechtbank naar een andere dat gegrond is op grieven die geen nauwkeurige en objectieve gegevens inhouden waarvan het Hof de werkelijkheid of de gegrondheid kan nagaan
(1).
(1)Cass., 7 jan. 1987, AR 5495, nr 266; 24 jan. 2001, AR P.01.0048.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010124.12, nr
- Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Gewettigde verdenking Verzoek gesteund op grieven die geen nauwkeurige en objectieve gegevens inhouden Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.06.0661.N
- A M, beklaagde, met als raadsman mr. Jan Fermon, advocaat bij de balie te Brussel,
- S K, beklaagde, met als raadsman mr. Raf Jespers, advocaat bij de balie te Antwerpen,
- E F, beklaagde, met als raadsman mr. Paul Bekaert, advocaat bij de balie te Brugge, ter terechtzitting bijgestaan door mr. Jan Fermon, advocaat bij de balie te Brussel,
- K D, beklaagde, met als raadsman mr. Ties Prakken, advocaat bij de balie te Amsterdam, ter terechtzitting bijgestaan door mr. Jan Fermon, advocaat bij de balie te Brussel,
- S Z, beklaagde, met als raadsman mr. Ties Prakken, advocaat bij de balie te Amsterdam, ter terechtzitting bijgestaan door mr. Jan Fermon, advocaat bij de balie te Brussel,
- K B, beklaagde, met als raadsman mr. Carl Alexander, advocaat bij de balie te Brugge, eisers, verzoekers tot verwijzing wegens gewettigde verdenking. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF In een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht vragen de eisers de verwijzing van de zaak die, na hogere beroepen tegen het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Brugge van 28 februari 2006, aanhangig is bij het Hof van Beroep te Gent, naar een ander hof van beroep. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Het verzoek tot verwijzing voert hoofdzakelijk aan dat het Hof van Beroep te Gent niet meer onpartijdig is omdat zijn eerste voorzitter met toepassing van artikel 98 Gerechtelijk Wetboek onwettig heeft beslist een rechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde aan te wijzen om "bijkomend en voor de duur van het process (zijn ambt) waar te nemen in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge". Die reden verplicht het Hof de wettigheid van de voornoemde beslissing te beoordelen. In deze procedure kan het Hof daarover niet oordelen. Voor het overige berusten de redenen op commentaren in de pers en op de interpretatie die de verzoekers daaraan geven. Dit zijn geen nauwkeurige en objectieve gegevens waarvan het Hof de werkelijkheid of de gegrondheid kan nagaan. Het verzoek is kennelijk niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren, Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 9 mei 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060509.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010124.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div