← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060518.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060518.8 Rolnummer: D.05.0015.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2006-09-15 Raadplegingen: 650 - laatst gezien 2026-07-04 08:13 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 De enkele omstandigheid dat een lid van de tuchtraad van beroep van een balie in zijn hoedanigheid van stafhouder aanwezig was bij een huiszoeking door een onderzoeksrechter in het kantoor van een advocaat, tijdens een gerechtelijk onderzoek, dat geleid heeft tot diens strafrechtelijke veroordeling, die ook de grondslag was van zijn tuchtvervolging, heeft niet tot gevolg dat dit lid daarbij een betrokken overheid was die kennis nam van dat onderzoek of aldus een standpunt innam over de grond van die strafvervolging, zodat daaruit niet kan worden afgeleid dat de aldus samengestelde tuchtraad van beroep niet meer met de vereiste objectieve onpartijdigheid over die tuchtvervolging kan oordelen

(1).
(1)Zie de conclusie O.M. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Onpartijdigheid van de rechter Tuchtzaken Balie Tuchtraad van beroep Samenstelling Stafhouder Aanwezigheid bij een huiszoeking Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Artikel 14.1 Onpartijdigheid van de rechter Tuchtzaken Balie Tuchtraad van beroep Samenstelling Stafhouder Aanwezigheid bij een huiszoeking Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter Onpartijdigheid Tuchtzaken Balie Tuchtraad van beroep Samenstelling Stafhouder Aanwezigheid bij een huiszoeking Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: ADVOCAAT Tuchtzaken Tuchtraad van beroep Samenstelling Stafhouder Aanwezigheid bij een huiszoeking Onpartijdigheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: ONDERZOEKSRECHTER Huiszoeking Stafhouder Aanwezigheid Advocaat Vervolging Veroordeling Tucht Vervolging Tuchtraad van beroep Samenstelling Onpartijdigheid Fiches 6 - 10 Concl. adv.-gen. Dubrulle, Cass., 18 mei 2006, AR D.05.0015.N, A.C., 2006, nr ... Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Onpartijdigheid van de rechter Tuchtzaken Balie Tuchtraad van beroep Samenstelling Stafhouder Aanwezigheid bij een huiszoeking Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Artikel 14.1, I.V.B.P.R. Onpartijdigheid van de rechter Tuchtzaken Balie Tuchtraad van beroep Samenstelling Stafhouder Aanwezigheid bij een huiszoeking Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter Onpartijdigheid Tuchtzaken Balie Tuchtraad van beroep Samenstelling Stafhouder Aanwezigheid bij een huiszoeking Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: ADVOCAAT Tuchtzaken Tuchtraad van beroep Samenstelling Stafhouder Aanwezigheid bij een huiszoeking Onpartijdigheid ONDERZOEKSRECHTER Huiszoeking Stafhouder Aanwezigheid Advocaat Vervolging Veroordeling Tucht Vervolging Tuchtraad van beroep Samenstelling Onpartijdigheid Nota: D.05.0015.N. Advocaat-generaal Dubrulle heeft in substantie gezegd: De voorziening stelt de vraag aan de orde of de deelname aan de behandeling, door de Tuchtraad van beroep van een balie, van een tuchtzaak ten laste van een advocaat, door een stafhouder, aanwezig bij een huiszoeking bij die advocaat in een strafzaak die heeft geleid tot diens veroordeling, tevens basis van tuchtvervolging, tot gevolg heeft dat die tuchtraad geen voldoende waarborgen van objectieve onpartijdigheid biedt, zodat die advocaat geen eerlijke behandeling van zijn tuchtzaak, zoals gewaarborgd door artikel 6.1 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, heeft gekregen. __________________ Eiser wierp die aanwezigheid bij de huiszoeking op als beletsel voor de stafhouder om te zetelen daar ze gesteund was op de zorg om het beroepsgeheim van eiser ten aanzien van zijn cliënteel te garanderen. De tuchtraad van beroep verwerpt dit bezwaar nu eiser niet zegt waarop hij zich steunt om te beweren dat de stafhouder daarbij een controversiële rol heeft gespeeld, zodat hij thans niet kon zetelen en omdat eiser niets ondernam om de stafhouder te wraken. In het cassatiemiddel wordt gesteld dat eiser - volgens het proces-verbaal van de terechtzitting van de tuchtraad van beroep - vroeg dat de stafhouder zich zou recuseren en dat het Openbaar Ministerie stelde dat diens onafhankelijkheid door zijn aanwezigheid bij de huiszoeking niet in het gedrang kwam. Voorts wordt aangevoerd dat de stafhouder daarbij zelfs de stukken onderzocht en optrad als tuchtoverheid, die erover waakt dat geen dossier van de advocaat een misdrijf verbergt, dus als "betrokken overheid". Een essentiële regel van de rechtsbedeling werd dus overtreden: het strafrechtelijk onderzoek waarbij de stafhouder betrokken was heeft geleid tot een veroordeling die zelf aan de basis lag van de tuchtvervolging, waarover de stafhouder dus niet meer - zonder schending van het vereiste van objectieve onpartijdigheid - kon oordelen. Dat eiser niet overging tot wraking is daarbij irrelevant. Het middel voert de schending aan van het beginsel van de objectieve onpartijdigheid en kan dus voor het eerst voor Uw Hof worden aangevoerd
(1). Mijn inziens faalt het evenwel naar recht. Cruciaal is de vraag of de stafhouder, door zijn rol bij de huiszoeking, vooringenomen werd ten overstaan van een latere rol als tuchtrechter. Uit de stukken blijkt niet of de huiszoeking in het kantoor van eiser plaatsgreep op grond dat hijzelf of een derde verdachte was. Maar dit is niet essentieel. Het is een vaststaand en niet betwist gebruik dat de onderzoeksrechter zich, tijdens de huiszoeking waartoe hij krachtens de artikelen 87 en 88 Wetboek van Strafvordering kan overgaan - in het kantoor van een advocaat, laat vergezellen door de stafhouder. Het is ook vaststaand dat deze bijstand enkel beoogt te garanderen dat geen stukken door het beroepsgeheim gedekt worden in beslaggenomen. Of hierbij enkel de onderzoeksrechter dan wel de stafhouder het laatste woord heeft, is betwist. De heersende doctrine stelt mijn inziens terecht dat de eindbeslissing aan de onderzoeksrechter toekomt
(2). Maar ook dat is niet essentieel. Is wel doorslaggevend of de stafhouder daarbij, zoals het middel aanvoert, hierbij als "betrokken overheid" kennis nam van de grond van de strafvervolging of zelfs maar van mogelijke tuchtrechtelijk sanctioneerbare onregelmatigheden (terwijl van tuchtvervolging uiteraard nog geen sprake is, nu zelfs de feiten vanzelfsprekend, in dit stadium van het onderzoek, strafrechtelijk niet vaststaan). Dit is mijn inziens allerminst het geval, gelet op de zeer beperkte rol van de stafhouder: 1) ten aanzien van de stukken: hij is louter hoeder van het beroepsgeheim. 2) ten aanzien van het strafonderzoek in zijn geheel waarvan hij slechts zeer partieel een aspect verneemt. Het is dus alleszins niet zoals het middel het stelt dat de stafhouder dezelfde zorg heeft als de onderzoeksrechter om erop toe te zien dat een dossier van een advocaat niet dient om een misdrijf te verbergen. De stafhouder helpt niet mee aan het onderzoek of aan een vervolging, van welke aard ook. Zijn aanwezigheid is trouwens niet verplicht doch enkel gebruikelijk. Hij heeft ook geen enkel oordeel over de rol van de advocaat moeten geven, wat het criterium is voor een gemis aan eventuele latere onpartijdigheid, zowel naar de opvatting van Uw Hof als deze van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. De objectieve onpartijdigheid van de raad van beroep is dus niet aangetast door die aanwezigheid van de stafhouder. Conclusie: verwerping. ____________
(1)Cass., 27 november 2002, A.R. P.02.1158.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021127.17, nr. 634.
(2)R. Verstraeten, Handboek van Strafvordering, 4e dr., 2005, Antwerpen Apeldoorn, Maklu, 452, nr. 911, met verwijzing naar, o.m. L. Viaene, Huiszoeking en beslag in strafzaken, A.P.R., 1962, 253, nr. 489. Annotaties Publicaties: R.W. - Tom BAUWENS; De stafhouder als "adviseur" en "onafhankelijke" en "onpartijdige" "rechter". - 2007-2008 Juristenkrant - Eric BREWAEYS; Huiszoekende stafhouder is niet partijdig. - 2006, 11 Tekst van de beslissing Nr. D.05.0015.N D.M. eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, met kantoren te 9000 Gent, Gerechtsgebouw, Koophandelsplein 23, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 15 juni 2005 gewezen door de tuchtraad van beroep van de balies van het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Gent. Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. FEITEN Uit het verzoekschrift tot cassatie blijkt dat de feiten de volgende zijn: Bij twee in kracht van gewijsde gegane vonnissen van 4 juni 2004 van de Correctionele Rechtbank te Oudenaarde werd de eiser strafrechtelijk veroordeeld tot onder meer hoofdgevangenisstraffen van twee jaar met uitstel wegens inbreuken op de drugswetgeving, enerzijds, en wegens valsheid in geschrifte, heling en witwasmisdrijven, anderzijds. Naar aanleiding van die strafrechtelijke veroordelingen werd de eiser, in zijn hoedanigheid van advocaat aan de balie te Oudenaarde, door de stafhouder opgeroepen voor de raad van de Orde van advocaten van deze balie om zich tuchtrechtelijk te verantwoorden. Bij beslissing van 5 januari 2005 legde de raad van de Orde de eiser de sanctie van schrapping op. Op het hoger beroep van de eiser tegen deze beslissing vernietigde de tuchtraad van beroep van het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Gent bij beslissing van 15 juni 2005 de beroepen beslissing omdat deze niet was uitgesproken door alle leden die eraan hadden meegewerkt. De tuchtraad van beroep verklaarde de feiten andermaal bewezen en legde opnieuw als sanctie de schrapping op. III. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 en goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955 (het "EVRM"); - artikel 14.1 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten, ondertekend te New York op 19 december 1966 en goedgekeurd bij wet van 15 mei 1981 ("IVBPR" of "BUPO"); - het algemeen rechtsbeginsel van de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de rechter. Aangevochten beslissingen De eiser komt op tegen de bestreden beslissing in zoverre de tuchtrechtelijke tenlasteleggingen daarin bewezen worden verklaard en hem hiervoor de tuchtstraf van schrapping wordt opgelegd. De tuchtraad van beroep (steunt) zich daarbij onder meer op de volgende overwegingen: "Er is geen enkel beletsel dat de tuchtraad van beroep in zijn huidige samenstelling kennis neemt van onderhavige zaak, ook al beweert (de eiser) dat de assessor D.L. een zeer belangrijke controversiële rol gespeeld heeft in het onderzoek van zaken waarin (de eiser) werd veroordeeld door de Correctionele Rechtbank te Oudenaarde bij vonnissen van 4 juni 2004. Deze bewering heeft betrekking op het feit dat er in het kantoor van (de eiser) een onderzoeksverrichting is gebeurd waarbij deze assessor in zijn hoedanigheid van Stafhouder aanwezig was uit hoofde van de zorg om het beroepsgeheim van de betrokken advocaat ten opzichte van zijn cliënteel te garanderen; (De eiser) zegt niet waarop hij zich steunt om te zeggen dat deze assessor een controversiële rol heeft gespeeld en dat hij niet zou kunnen zetelen als onpartijdige rechter. (De eiser) heeft daarenboven niets ondernomen om de desbetreffende procedure van wraking in te stellen (artikel 835 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek)" (punt A.1 op p. 2 van de bestreden beslissing). Grieven Bij het bepalen van de gegrondheid van de tegen de eiser als advocaat ingestelde tuchtrechtelijke vervolging, had de eiser het recht dat zijn zaak werd behandeld door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie. Dit beginsel wordt miskend wanneer de beslissing mede wordt gewezen door een rechter van wie objectief kan worden gevreesd dat hij niet de waarborgen van onpartijdigheid biedt waarop de rechtzoekende recht heeft. Te dezen werd de eiser tuchtrechtelijk vervolgd wegens een beweerde schending van de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen, nu hij schuldig was bevonden en strafrechtelijk werd veroordeeld door twee vonnissen van de Correctionele Rechtbank te Oudenaarde dd. 4 juni 2004. Wat de behandeling van de tuchtzaak betreft, had de eiser op de terechtzitting van 20 april 2005 voor de tuchtraad van beroep gesteld dat Mr. D.L. zich diende te recuseren, gelet op de rol die hij heeft gespeeld tijdens het onderzoek van de strafzaken die hebben geleid tot de voormelde correctionele vonnissen van 4 juni 2004, waarop de tuchtvervolging was gebaseerd (cf. de desbetreffende vermelding op het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 april 2005 voor de tuchtraad van beroep). Dienaangaande had het openbaar ministerie gesteld "dat het gebruikelijk is dat de Stafhouder aanwezig is bij de huiszoeking bij een advocaat teneinde bezwaar te kunnen aantekenen indien stukken zouden in beslag genomen worden in strijd met het beroepsgeheim" en dat "(d)e onafhankelijkheid van de assessor (...) niet in het gedrang (wordt) gebracht door het feit dat hij aanwezig was bij de huiszoeking ter vrijwaring van het beroepsgeheim van (de eiser)" (cf. de vermelding op het laatste blad van het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 april 2005 voor de tuchtraad van beroep). Afgezien van een gebeurlijke "controversiële rol" die Mr. D.L. tijdens de bewust huiszoeking volgens eiser had gespeeld, oordeelt de Tuchtraad van Beroep te dezer zonder meer dat "er (...) geen enkel beletsel (
  1. is)dat de Tuchtraad van Beroep in zijn huidige samenstelling kennis neemt van onderhavige zaak (...)". De Tuchtraad van Beroep ontkent m.b.t. assessor D.L. evenwel niet "dat er in het kantoor van (de eiser) een onderzoeksverrichting is gebeurd waarbij deze assessor in zijn hoedanigheid van Stafhouder aanwezig was uit hoofde van de zorg om het beroepsgeheim van de betrokken advocaat ten opzichte van zijn cliënteel te garanderen" (punt A.1 op p. 2 van de bestreden beslissing). Aangezien te dezen vaststaat dat de zaak mee werd behandeld door Mr. G. D.L. als assessor, die tevens mee de bestreden beslissing heeft gewezen, werd deze beslissing gewezen door een tuchtraad van beroep die geen voldoende waarborgen van objectieve onpartijdigheid biedt. In zijn hoedanigheid van korpsoverste neemt de stafhouder n.a.v. een huiszoeking bij een advocaat immers daadwerkelijk kennis van de inhoud van het strafrechtelijk onderzoek, waarbij hij met het oog op de eerbiediging van het beroepsgeheim er zelfs moet op toezien welke stukken volgens hem al dan niet voor beslag in aanmerking komen. De stafhouder treedt in dit verband zelfs op als tuchtoverheid van de betrokken advocaat, waarbij hij dezelfde zorg heeft als de onderzoeksrechter om erop toe te zien dat een dossier van een advocaat niet dient om een misdrijf te verbergen. De stafhouder is als zodanig dan ook een "betrokken overheid" bij het desbetreffende strafrechtelijk onderzoek. Het verbod van de stafhouder, die eerder in zijn hoedanigheid van stafhouder kennis nam van en betrokken was bij een strafrechtelijk onderzoek tegen een bepaalde advocaat, om nadien te zetelen in de tuchtzaak die n.a.v. de op grond van dit onderzoek totstandgekomen strafrechtelijke veroordeling werd opgestart tegen de desbetreffende advocaat, houdt als zodanig dan ook een essentiële regel van de rechtsbedeling in, zodat de omstandigheid dat de eiser niet is overgegaan tot wraking van de desbetreffende assessor, te dezen irrelevant is. Aangezien het strafrechtelijk onderzoek waarbij assessor D.L. in zijn hoedanigheid van stafhouder betrokken was, heeft geleid tot de correctionele vonnissen van 4 juni 2004 die aan de basis liggen en zelfs het voorwerp uitmaken van de tuchtrechtelijke vervolging die tot de te dezen bestreden beslissing heeft geleid, kon deze assessor niet zonder schending van het vereiste van de objectieve onpartijdigheid nog deel uitmaken van de tuchtraad van beroep die in hoger beroep de tuchtvervolging lastens de eiser behandelde en ook de bestreden beslissing heeft gewezen. Hieruit volgt dat daar de tuchtvervolging desondanks mede werd behandeld en de bestreden beslissing mede werd gewezen door assessor D.L. het vereiste van de objectieve onpartijdigheid werd miskend en de bestreden beslissing dienvolgens niet werd gewezen door een regelmatig samengestelde zetel (schending van artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 en goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955, van artikel 14.1 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten, ondertekend te New York op 19 december 1966 en goedgekeurd bij wet van 15 mei 1981, en van het algemeen rechtsbeginsel van de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de rechter). IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Krachtens artikel 87 van het Wetboek van Strafvordering zal de onderzoeksrechter desgevorderd of ambtshalve zich naar de woning van de verdachte begeven om er de papieren, de zaken en in het algemeen alle voorwerpen op te sporen, die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen. Krachtens artikel 88 van dit wetboek kan de onderzoeksrechter zich eveneens begeven naar de andere plaatsen waar hij vermoedt dat men de in het voornoemde artikel 87 bedoelde voorwerpen verborgen heeft. 2. Het is een vaststaand gebruik dat de stafhouder of een door hem aangewezen lid van de Raad van de Orde aanwezig is bij een huiszoeking in het kantoor van een advocaat. De stafhouder of diegene die door hem is aangewezen moet erop toezien dat het onderzoek en de mogelijke inbeslagname geen betrekking heeft op stukken waarvoor het beroepsgeheim geldt. Hij zal de stukken, die de onderzoeksrechter wenst te onderzoeken of in beslag te nemen, inkijken en zijn oordeel geven over hetgeen al dan niet onder het beroepsgeheim valt. De onderzoeksrechter is niet gebonden door het standpunt van de stafhouder en beslist in laatste instantie of een document wordt in beslag genomen of niet. De aanwezigheid van de stafhouder bij een huiszoeking houdt niet in dat hij zelf daden van onderzoek of vervolging stelt ten laste van de betrokken advocaat. Zijn tussenkomst beoogt evenmin te verhinderen dat een dossier van een advocaat dient om een misdrijf te verbergen. 3. Krachtens artikel 6.1 EVRM heeft eenieder, bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechter welke bij de wet is ingesteld. Eenzelfde waarborg ligt vervat in artikel 14.1 BUPO en in het algemeen rechtsbeginsel van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. 4. De enkele omstandigheid dat een lid van de tuchtraad van beroep van een balie in zijn hoedanigheid van stafhouder aanwezig was bij een huiszoeking door een onderzoeksrechter in het kantoor van een advocaat, tijdens een gerechtelijk onderzoek dat geleid heeft tot diens strafrechtelijke veroordeling, die ook de grondslag was van een zijn tuchtvervolging, heeft niet tot gevolg dat dit lid daarbij een betrokken overheid was die kennis nam van dat onderzoek of aldus een standpunt innam over de grond van die strafvervolging. Uit die omstandigheid kan derhalve niet worden afgeleid dat de aldus samengestelde tuchtraad van beroep niet meer met de vereiste objectieve onpartijdigheid over die tuchtvervolging kan oordelen. 5. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 509,29 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix, Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 18 mei 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060518.8 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070626.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021127.17 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060908.6 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120405.3 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120424.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.