id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060523.6 Rolnummer: P.06.0106.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-06-09 Raadplegingen: 119 - laatst gezien 2026-07-03 08:21 Fiche Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN Vrije woorden: VERJARING . STRAFZAKEN Tekst van de beslissing Nr. P.06.0106.N S N R, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Luc Deceuninck, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 8 december 2005 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Ieper. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Overeenkomstig artikel 68 Wegverkeerswet verjaren de inbreuken op het Wegverkeerreglement door verloop van één jaar, te rekenen van de dag waarop de overtreding is begaan. Artikel 24 Voorafgaande Titel, Wetboek van Strafvordering, zoals vervangen bij artikel 3 van de wet van 16 juli 2002 tot wijziging van verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijnen voor de niet-correctionaliseerbare misdaden te verlengen, bepaalt: "De verjaring van de strafvordering is geschorst wanneer de wet dit bepaalt of wanneer er een wettelijk beletsel bestaat dat de instelling of de uitoefening van de strafvordering verhindert. Gedurende de behandeling van een door de verdachte, de burgerlijke partij of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij voor het vonnisgerecht opgeworpen exceptie van onbevoegdheid, onontvankelijkheid of nietigheid is de strafvordering geschorst. Indien het vonnisgerecht de exceptie gegrond verklaart of indien de beslissing over de exceptie bij de zaak zelf wordt gevoegd, is de verjaring niet geschorst." Volgens artikel 5.2) van voornoemde wet van 16 juli 2002, zoals aangevuld bij artikel 33 Programmawet van 5 augustus 2003, is artikel 24 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals vervangen bij artikel 3 van voornoemde wet van 16 juli 2002, van toepassing op de misdrijven gepleegd na 1 september
- S.N. werd door de appelrechters veroordeeld wegens vier inbreuken op het Wegverkeerreglement, gepleegd op 22 oktober
- De appelrechters oordelen dat de verjaring van de strafvordering niet was ingetreden om reden dat "nu de verjaring een aanvang nam op 21 (oktober) 2003 om te worden geschorst op 27 (september) 2004 tot 6 (december) 2004, om vervolgens verder te lopen vanaf 7 (december) 2004 tot 21 (december) 2004, ogenblik waarop de betekening van de dagvaarding in beroep plaatsvond, hetgeen een daad van stuiting inhoudt, de tweede termijn van één jaar, zonder rekening te houden met mogelijke gronden van schorsing, een aanvang (nam) op 21 (december) 2004, zodat de strafvordering op heden zekerlijk niet verjaard is". Aldus schenden zij artikel 24 Voorafgaande Titel, Wetboek van Strafvordering, zoals het van toepassing was op 22 oktober
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat: - de appelrechters oordelen dat S.N. op 22 oktober 2003 een overtreding heeft gepleegd op vier verkeersrechtelijke inbreuken; - de verjaring binnen de verjaringstermijn van één jaar werd gestuit door de behandeling van de zaak op de terechtzitting van de Politierechtbank van Ieper op 27 september 2004; - S.N. bij vonnis van 26 mei 2005 van de correctionele rechtbank te Ieper bij verstek werd veroordeeld; - het verstekvonnis van 26 mei 2005 op 5 juli 2005 werd betekend, evenwel niet aan de persoon van S.N.; - S.N. op 20 juli 2005 verzet heeft aangetekend tegen voormeld verstekvonnis dat in het bestreden vonnis ontvankelijk werd verklaard Hieruit volgt dat de strafvordering verjaard was op het ogenblik dat het bestreden vonnis werd uitgesproken. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Begroot de kosten op 116,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 23 mei 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060523.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div