← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060530.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060530.2 Rolnummer: P.06.0362.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-10-24 Raadplegingen: 480 - laatst gezien 2026-07-04 07:35 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het enkele feit dat een inverdenkinggestelde in het kader van de regeling van de rechtspleging geen kopie gekregen heeft van overtuigingsstukken levert geen miskenning van het recht van verdediging op wanneer de inverdenkinggestelde van die stukken inzage heeft kunnen hebben en ze zowel voor het onderzoeksgerecht als, in geval van verwijzing, voor de feitenrechter aan wie hij nog kopie van die stukken kan vragen, kan tegenspreken of zich erop kan beroepen. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Onderzoeksgerechten Regeling van de rechtspleging Inzage en afschriftname van het strafdossier Overtuigingsstukken Afwezigheid van kopie Tekst van de beslissing Nr. P.06.0362.N I. G C J M, iinverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie te Brussel. II.

  1. R M, inverdenkinggestelde, met als raadsman mr. Michaël Verhaeghe, advocaat bij de balie te Brussel,
  2. T P S, inverdenkinggestelde, met als raadsman mr. Michaël Verhaeghe advocaat bij de balie te Brussel,
  3. W H E, inverdenkinggestelde, eisers. III. Y W P, inverdenkinggestelde, eiser, de eisers sub I, II en III tegen
  4. JORDAN GRAND PRIX LIMITED, vennootschap naar Engels recht, met zetel te Londen SE 1 2BA (Verenigd Koninkrijk), St. Saviour's Wharf 11, burgerlijke partij,
  5. O R, en burgerlijke partij,
  6. O T, die beiden handel drijven onder de benaming ( ... ) die woonplaats kiezen bij advocaat N. Wouters, Louizalaan 149, bus 16, te 1050 Brussel, burgerlijke partij,
  7. QUAY FINANCIAL SOFTWARE LIMITED, vennootschap naar Iers recht, met zetel te Dublin 2 (Republiek Ierland), Ferry House, Lower Street, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 januari
  8. De eiseres sub I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eisers sub II, 1 en II, 2 voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiseres sub I
  9. Het arrest verklaart het hoger beroep van de eiseres tegen de verwijzingsbeschikking niet ontvankelijk in zoverre de eiseres voor de kamer van inbeschuldigingstelling aanvoerde dat de zaak niet in staat is en zij het bestaan van voldoende bezwaren betwistte. Aldus houdt het arrest geen eindbeslissing in en doet het geen uitspraak in een der gevallen bedoeld in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Het cassatieberoep is in zoverre niet ontvankelijk. Middel van de eiseres sub I
  10. Het enkele feit dat een inverdenkinggestelde in het kader van de regeling van de rechtspleging geen kopie gekregen heeft van overtuigingsstukken levert geen miskenning van het recht van verdediging op wanneer de inverdenkinggestelde van die stukken inzage heeft kunnen hebben en ze zowel voor het onderzoeksgerecht als, in geval van verwijzing, voor de feitenrechter aan wie hij nog kopie van die stukken kan vragen, kan tegenspreken of zich erop kan beroepen. Het middel faalt naar recht. Eerste middel van de eisers sub II, 1 en II, 2 Eerste onderdeel
  11. Het onderdeel voert geen miskenning van de bewijskracht van het proces-verbaal van 13 oktober 1995 aan.
  12. De miskenning van de bewijskracht van een akte dient beoordeeld te worden op basis van de bewoordingen van die akte en niet op basis van deze van een andere akte. In zoverre het onderdeel aanvoert dat het arrest de bewijskracht van het proces-verbaal van huiszoeking van 28 september 1995 "samengelezen met het proces-verbaal van 13 oktober 1995", miskent, faalt het naar recht.
  13. Het arrest oordeelt dat "uit het proces-verbaal van huiszoeking van 28 september 1995 blijkt duidelijk dat deze huiszoeking enkel en alleen een onderzoeksdaad betreft in het kader van de aanvankelijke adiëring van de onderzoeksrechter, te weten "inbreuken op de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle op verzekeringsondernemingen'". Aldus geeft het van het proces-verbaal van huiszoeking van 28 september 1995 een uitlegging die met de in het onderdeel aangehaalde bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  14. Een onjuiste motivering levert geen miskenning van de motiveringsverplichting op. Het onderdeel faalt naar recht. Derde onderdeel
  15. Het arrest oordeelt dat de huiszoeking van 28 september 1995 enkel en alleen een onderzoeksdaad betreft in het kader van de aanvankelijke adiëring van de onderzoeksrechter. Hierdoor sluit het arrest uit dat de onderzoekers bij de huiszoeking rekening gehouden hebben met andere misdrijven dan deze die het voorwerp uitmaken van het gerechtelijk onderzoek. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de redenen van het arrest niet toelaten dit te verifiëren of uit te sluiten, mist feitelijke grondslag. Tweede middel van de eisers sub II, 1 en II, 2 Eerste onderdeel
  16. Het enkele feit dat de kamer van inbeschuldigingstelling met overname van de redenen van de raadkamer en met eigen redenen oordeelt dat een bevel tot huiszoeking geldig is, levert geen schending op van de artikelen 15 Grondwet, 13 EVRM en 235bis Wetboek van Strafvordering. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
  17. Het feit dat de rechter de feitelijke gegevens van de zaak onjuist zou beoordelen, levert geen motiveringsgebrek op. Het onderdeel faalt naar recht. Ambtshalve beoordeling voor het overige
  18. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 311,22 euro waarvan op elk cassatieberoep 103,74 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 30 mei 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060530.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091118.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.