id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:A
Art.26
,§2 Thesaurus CAS: LANDBOUW Vrije woorden: LANDBOUW Dieren Dierengezondheidswet van 24 maart 1987 Strafbepalingen Bijkomende straf Verbod om een veebeslag te exploiteren Ambtshalve oplegging door de rechter Wettelijke bepalingen:
Art.26,§2 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN.
STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Bijkomende straf Verbod om een veebeslag te exploiteren Ambtshalve oplegging door de rechter Wettelijke bepalingen:
Art.26
,§2 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN Vrije woorden: STRAF - ANDERE STRAFFEN Dierengezondheidswet van 24 maart 1987 Bijkomende straf Verbod om een veebeslag te exploiteren Ambtshalve oplegging door de rechter Wettelijke bepalingen:
Art.26
,§2 Fiches 5 - 8 De omstandigheid dat het openbaar ministerie het tijdelijk of definitief verbod van het recht om een veebeslag te exploiteren, bij toepassing van artikel 26, ,§ 2, Dierengezondheidswet van 24 maart 1987, niet heeft gevorderd en dat die bijkomende straf slechts facultatief is, neemt niet weg dat die straf een wettelijke mogelijkheid is waarmede de beklaagde rekening moet houden om een passend verweer te voeren. Thesaurus CAS: DIEREN Vrije woorden: DIEREN Dierengezondheidswet van 24 maart 1987 Strafbepalingen Bijkomende straf Verbod om een veebeslag te exploiteren Facultatieve straf Afwezigheid van vordering door het openbaar ministerie Wettelijke bepalingen:
Art.26
,§2 Thesaurus CAS: LANDBOUW Vrije woorden: LANDBOUW Dieren Dierengezondheidswet van 24 maart 1987 Strafbepalingen Bijkomende straf Verbod om een veebeslag te exploiteren Facultatieve straf Afwezigheid van vordering door het openbaar ministerie Wettelijke bepalingen:
Art.26
,§2 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN Vrije woorden: STRAF - ANDERE STRAFFEN Dierengezondheidswet van 24 maart 1987 Bijkomende straf Verbod om een veebeslag te exploiteren Facultatieve straf Afwezigheid van vordering door het openbaar ministerie Wettelijke bepalingen:
Art.26,§2 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN.
STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Bijkomende straf Verbod om een veebeslag te exploiteren Facultatieve straf Afwezigheid van vordering door het openbaar ministerie Wettelijke bepalingen:
Art.26
,§2 Fiche 9 Artikel 97 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de kosten in strafzaken bepaalt niet dat de erin bedoelde staat van kosten door de griffier moet worden opgesteld. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Staat van vaststelling van de kosten Opmaak Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 28-12-1950 - Art.97 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0185.N A I H R C, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Damienne Dubois, advocaat bij de balie te Brugge, tegen BELGISCH INTERVENTIE- EN RESTITUTIEBUREAU, afgekort B.I.R.B., met kantoor te 1040 Brussel, Trierstraat 82, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 22 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest verklaart de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder ongegrond. In zoverre het cassatieberoep ook tegen die beslissing is gericht, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel in zijn geheel
- De rechter oordeelt onaantastbaar of de redelijke termijn waarin eenieder het recht op de behandeling van zijn zaak heeft, al dan niet overschreden is.
- Het middel komt geheel op tegen dit oordeel van de appelrechters en verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel
- Bij gebrek aan daartoe strekkende conclusie hoefden de appelrechters niet bijzonder te motiveren waarin eisers winstbejag dat zij onaantastbaar vaststellen om de opgelegde straf te verantwoorden, bestaat. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- Artikel 26, ,§ 2, Dierengezondheidswet van 24 maart 1987 bepaalt dat de rechter ten laste van de veroordeelde tijdelijk of definitief verbod van het recht een veebeslag te exploiteren, kan uitspreken. Geen enkele wettelijke bepaling belet de rechter ambtshalve die aanvullende straf op te leggen of schrijft voor dat hij de beklaagde voorafgaandelijk dient te verwittigen van deze mogelijkheid. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De omstandigheid dat het openbaar ministerie het bedoelde exploitatieverbod niet heeft gevorderd en dat die bijkomende straf slechts facultatief is, neemt niet weg dat die straf een wettelijke mogelijkheid is waarmede de beklaagde rekening moet houden om een passend verweer te voeren. Hieruit volgt dat de eiser wel de mogelijkheid geboden werd gehoord te worden over het uitgesproken verbod van het recht een veebeslag te exploiteren. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Vierde middel
- Artikel 97 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de kosten in strafzaken bepaalt niet dat de erin bedoelde staat van kosten door de griffier moet worden opgesteld. Het middel faalt naar recht. Vijfde middel
- Het arrest veroordeelt de eiser tot de betaling van 3.814,65 euro en 142,35 euro, zijnde de kosten gevallen aan de zijde van het openbaar ministerie in eerste aanleg en hoger beroep. Het oordeelt dat die kosten één en ondeelbaar veroorzaakt zijn door het onderzoek en de vervolging van de misdrijven die in hoofde van eiser bewezen zijn gebleven. Aldus is de eiser niet veroordeeld tot de kosten van telastleggingen waarvoor hij is vrijgesproken. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 154,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 30 mei 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060530.3 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071120.3 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090616.2 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140225.6 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250916.2N.5 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260401.2F.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div