← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060606.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060606.5 Rolnummer: P.06.0462.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-01-23 Raadplegingen: 672 - laatst gezien 2026-07-04 06:47 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De vrijheid waarover elke beklaagde of inverdenkinggestelde beschikt bij de verdediging tegen een tegen hem ingestelde strafvordering, sluit elke sanctie uit wegens de wijze waarop hij deze verdediging organiseert en zijn rechtsmiddelen aanwendt. Het artikel 1072bis, tweede, derde en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek, dat toepasselijk is in strafzaken, is derhalve niet van toepassing op het hoger beroep ingesteld door de beklaagde of een inverdenkinggestelde tegen een beslissing over een tegen hem ingestelde strafvordering

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Tergend en roekeloos hoger beroep Burgerlijke geldboete Artikel 1072bis, tweede, derde en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek Toepasselijkheid HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Hoger beroep tegen de beslissing op de strafvordering Tergend en roekeloos hoger beroep vanwege de beklaagde of inverdenkinggestelde Burgerlijke geldboete Artikel 1072bis, tweede, derde en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek Vrijheid in de organisatie van de verdediging Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Beklaagde of inverdenkinggestelde Beslissing over de strafvordering Vrijheid in de organisatie van de verdediging Tergend en roekeloos hoger beroep Fiches 4 - 6 Concl. adv.-gen. P. DUINSLAEGER, Cass., 6 juni 2006, AR P.06.0462.N, A.C., 2006, nr ... Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Tergend en roekeloos hoger beroep Burgerlijke geldboete Artikel 1072bis, tweede, derde en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek Toepasselijkheid HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Hoger beroep tegen de beslissing op de strafvordering Tergend en roekeloos hoger beroep vanwege de beklaagde of inverdenkinggestelde Burgerlijke geldboete Artikel 1072bis, tweede, derde en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek Vrijheid in de organisatie van de verdediging Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Beklaagde of inverdenkinggestelde Beslissing op de strafvordering Vrijheid in de organisatie van de verdediging Tergend en roekeloos hoger beroep Nota: P.06.0462.N Advocaat-generaal P. Duinslaeger heeft in substantie gezegd: 1. Het cassatieberoep, dat eiser aantekende in zijn hoedanigheid van inverdenkinggestelde, is enkel gericht tegen de beslissing, waarbij hij door het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, bij arrest van 21 februari 2006, veroordeeld werd tot een burgerlijke boete van 250 euro, in toepassing van artikel 1072bis Gerechtelijk Wetboek, wegens "het instellen van een manifest roekeloos en dilatoir hoger beroep" tegen zijn verwijzing naar de correctionele rechtbank door de raadkamer. 2. In zijn enig middel voert eiser een schending aan van artikel 1072bis, tweede en derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek omdat dit artikel 1072bis Gerechtelijk Wetboek, naar de mening van eiser, niet van toepassing is in strafzaken. Eiser verwijst daarbij naar een vroeger arrest van het Hof van 4 september 2001
(1).
  1. In zijn arrest van 4 september 2001 besliste het Hof inderdaad dat artikel 1072bis Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing is in strafzaken. Om de juiste draagwijdte van dit arrest te begrijpen lijkt het evenwel nuttig de inhoud ervan opnieuw te toetsen aan de inhoud van artikel 1072bis Gerechtelijk Wetboek.
  2. Het artikel 1072bis Gerechtelijk Wetboek bepaalt in zijn eerste lid dat wanneer de rechter in hoger beroep het hoofdberoep afwijst, hij in dezelfde beslissing uitspraak doet over de eventueel gevorderde schadevergoeding wegens tergend of roekeloos hoger beroep. In het eerder aangehaalde arrest van 4 september 2001 stelt het Hof vast dat deze materie in strafzaken, sinds de afschaffing van het vroegere artikel 136 Wetboek van Strafvordering, op een specifieke wijze geregeld wordt door de artikelen 159, 191 en 212 van hetzelfde wetboek. Deze vaststelling, die men ook terugvindt in recentere arresten
(2), moet dan ook leiden tot het besluit dat artikel 1072bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing is in strafzaken. 5. Het arrest van 4 september 2001 breidt deze niet-toepasselijkheid in strafzaken ten onrechte uit tot het integrale artikel 1072bis Gerechtelijk Wetboek: het tweede, derde en vierde lid van dit artikel houden immers geen verband met een eventuele schadevergoeding van de tegenpartij in geval van tergend of roekeloos geding, maar regelen de mogelijkheid van het opleggen van een burgerlijke boete als sanctie voor het nadeel dat door het tergend en roekeloos instellen van het hoger beroep wordt berokkend aan de rechtsbedeling in het algemeen
(3). De vraag of het tweede, derde en vierde lid van artikel 1072bis Gerechtelijk Wetboek van toepassing zijn in strafzaken was in het arrest van 4 september 2001 dus helemaal niet aan de orde. 6. Om nu de vraag naar de toepasselijkheid in strafzaken van artikel 1072bis, tweede, derde en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek te kunnen beantwoorden, dient allereerst vastgesteld te worden dat de mogelijkheid van het opleggen van een burgerlijke boete in geval van tergend of roekeloos hoger beroep niet specifiek geregeld is in ons strafprocesrecht. Voorts lijken er mij geen regels of principes van strafrecht te bestaan die zich tegen het opleggen van een dergelijke boete verzetten. Dit blijkt onder meer uit het gegeven dat de mogelijkheid om een gelijkaardige geldboete op te leggen ook voorzien is in geval van een kennelijk onontvankelijk verzoek tot wraking, zoals bepaald in artikel 838, derde lid, Gerechtelijk Wetboek. Deze laatste bepaling wordt inderdaad toepasselijk geacht in strafzaken
(4). Op grond van deze elementen meen ik dat artikel 1072bis, tweede, derde en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek, overeenkomstig artikel 2 van hetzelfde wetboek, wel degelijk toepassing moet kunnen vinden in strafzaken. Er is geen enkele reden om de strafrechter de mogelijkheid te ontzeggen om deze sanctie op te leggen ingeval van misbruik. 7. Zo kan aanvaard worden dat de burgerlijke boete van artikel 1072bis Gerechtelijk Wetboek derhalve inderdaad toepasselijk is in strafzaken, dan dient evenwel toch een uitzondering gemaakt te worden voor het geval waarin dit tergend en roekeloos rechtsmiddel ingesteld werd door de beklaagde of inverdenkinggestelde. Het lijkt mij inderdaad fundamenteel dat elke beklaagde of inverdenkinggestelde zijn verdediging tegen de strafvervolging, waarvan hij het voorwerp is, moet kunnen organiseren zoals hij dat zelf wil of gepast acht en dat het aanwenden van een rechtsmiddel door die beklaagde of inverdenkinggestelde bijgevolg nooit kan worden gesanctioneerd, ook niet door een burgerlijke boete
(5). 8. In de voorliggende zaak werd de burgerlijke geldboete toegepast op de inverdenkinggestelde wegens het door hem ingestelde roekeloos en tergend hoger beroep tegen zijn verwijzing naar de correctionele rechtbank door de raadkamer. Het middel is dus gegrond. Aangezien er geen geldboete kon worden opgelegd blijft er voor de verwijzingsrechter niets over om te beslissen: er is dus geen aanleiding tot verwijzing. Conclusie : vernietiging van het bestreden arrest, zonder verwijzing _________________
(1)Cass., 4 sept. 2001, A.R. P.01.0542.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010904.8, nr. 439.
(2)Cass., 9 april 2002, A.R. P.00.1423.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020409.2, nr. 216, R.W., 2002-2003, p. 1423, met noot L. DELBROUCK, T. Strafr. 2003, 69, R.D.P. 2003, p. 735 met noot J.d.J; Cass., 24 juni 2003, A.R. P.02.1685.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040907.6, nr. 374, T. Strafr., 2004, p. 128.
(3)Parl. St. Senaat, 1990-91, nr; 1198/1, nr. 27; M. STORME, "Een kwarteeuw later. Inleidende beschouwingen over de nieuwe wet van 3 augustus 1992" in "Het vernieuwd gerechtelijk recht. Eerste commentaar bij de wet van 3 augustus 199 2 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek", Interuniversitair Centrum voor Gerechtelijk Recht (ed.), Kluwer, 1992, p. 16; J. VAN COMPERNOLLE, "Het hoger beroep", in "Het vernieuwd gerechtelijk recht. Eerste commentaar bij de wet van 3 augustus 199 2 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek", Interuniversitair Centrum voor Gerechtelijk Recht (ed.), Kluwer, 1992, p. 174.
(4)Voor aan aantal voorbeelden van dergelijke toepassingen in strafzaken, zie Cass., 4 sept. 2002, A.R. P.02.0924.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020904.4, nr. 416; 5 dec. 2003, A.R. P.03.1603.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040109.6, nr. 628; 5 dec. 2003, A.R. P.03.1604.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031205.26, nr. 629; 9 jan. 2004, A.R. P.03.1603.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040109.6, nr. 8.
(5)Zie L. ARNOU, "Tergende en roekeloze proceshandelingen van de burgerlijke partij", RW 2004-2005, p. 731, nr. 11, die dit principe toepast op de schadevergoeding ten aanzien van de burgerlijke partij; R. VERSTRAETEN, Handboek Strafvordering, 2005, nr 1554, p. 729). Tekst van de beslissing Nr. P.06.0462 .N V H E R G, verdachte, eiser, met als raadsman mr. Jean Verdonck, advocaat bij de balie te Brugge. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstellingstelling, van 21 februari
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht een middel aan. Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het bestreden arrest veroordeelt de eiser op grond van artikel 1072bis tweede en derde lid, Gerechtelijk Wetboek tot betaling van een burgerlijke geldboete van 250 euro wegens "het instellen van een manifest roekeloos en dilatoir hoger beroep" tegen zijn verwijzing naar de correctionele rechtbank door de raadkamer.
  3. De vrijheid waarover elke beklaagde of inverdenkinggestelde beschikt bij de verdediging tegen een strafvervolging tegen hem, sluit elke sanctie uit wegens de wijze waarop hij deze verdediging organiseert en zijn rechtsmiddelen aanwendt.
  4. Het artikel 1072bis, tweede en derde lid, Gerechtelijk Wetboek is derhalve niet van toepassing op het hoger beroep ingesteld door een beklaagde of een inverdenkinggestelde tegen een beslissing over een tegen hem ingestelde strafvordering. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen aanleiding is tot verwijzing. Begroot de kosten op 79,07 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 6 juni 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060606.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140114.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010904.8 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020409.2 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020904.4 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031205.26 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040109.6 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040907.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.