id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060606.6 Rolnummer: P.06.0038.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Overige Invoerdatum: 2007-01-23 Raadplegingen: 490 - laatst gezien 2026-07-04 02:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter oordeelt in feite of de uitgevoerde werken wegens hun aard of hun omvang dienen beschouwd te worden als "bouwen" of "grond gebruiken" in de zin van artikel 42, ,§ 1, 1° Stedenbouwdecreet 1996. Het Hof gaat alleen na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - BOUWVERGUNNING Vrije woorden: STEDENBOUW - BOUWVERGUNNING Artikel 42, ,§ 1 Stedenbouwdecreet 1996 Bouwen of een grond gebruiken voor het plaatsen van een vaste inrichting Beoordeling door de rechter van de aard van de uitgevoerde werken Bevoegdheid van het Hof Marginale toetsing Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Strafzaken Bouwmisdrijf Vergunningsplichtig bouwwerk Artikel 42, ,§ 1 Stedenbouwdecreet 1996 Bouwen of een grond gebruiken voor het plaatsen van een vaste inrichting Beoordeling door de rechter van de aard van de uitgevoerde werken Bevoegdheid van het Hof Marginale toetsing Fiche 3 Uit de woorden "kan in principe" in de aanhef van artikel 149, ,§ 1, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999, dat sinds het arrest nr. 14/2005 van 19 januari 2005 van het Arbitragehof bepaalt, dat, behoudens de daarin nader bepaalde gevallen onder 1°, 2° of 3°, het middel van de meerwaarde in principe steeds als herstelmaatregel kan worden toegepast, blijkt dat in elk geval ook een andere herstelmaatregel dan de meerwaarde kan worden aangewend
(1).
(1)Cass., 25 april 2006, AR P.06.0079.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060425.16, nr ...; B. DE TEMMERMAN, "De herstelmaatregelen en de herstelvordering in het milieu- en stedenbouwrecht", in A. DE NAUW, P. FLAMEY en J. GHYSELS (eds.), Milieustraf- en Milieustrafprocesrecht, Actuele vraagstukken, Brussel, Larcier, 2005, p. 358 met verwijzing naar Arbitragehof, nr. 14/2005 van 19 januari 2005 (B.S. 31 januari 2005), B.24; R. VEKEMAN, "Stelt het Arbitragehof zich in de plaats van de wetgever?", T.R.O.S. 2005, p. 260. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Artikel 149, ,§ 1, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999 Mogelijke herstelmaatregelen Gebruik door de decreetgever van de woorden "kan in principe" Draagwijdte Fiche 4 Wanneer de stedenbouwkundige inspecteur de keuze van een welbepaalde herstelmaatregel afdoende motiveert, moet de uitsluiting van de keuze voor een andere herstelmaatregel niet negatief worden gemotiveerd
(1).
(1)Cass., 4 dec. 2001, AR P.00.0540.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011204.16, nr 664 met concl. procureur-generaal De Swaef; 16 dec. 2003, AR P.03.1159.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031216.44, nr
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Motivering van de door de stedenbouwkundige inspecteur gevorderde herstelmaatregel Wettelijke bepalingen: Wet - 29-07-1991 - Art.3 Fiches 5 - 6 Krachtens artikel 420bis Wetboek van Strafvordering kan de eiser ter zitting geen stukken meer neerleggen. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Algemeen Stuk neergelegd ter zitting Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Stuk neergelegd ter zitting Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.06.0038.N L M T H, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joost Verheyen, advocaat bij de balie te Hasselt. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 30 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het ter zitting neergelegde stuk
- De eiser kan krachtens artikel 420bis Wetboek van Strafvordering ter zitting geen stukken meer neerleggen. De neerlegging is niet ontvankelijk Eerste middel
- De eiser voert aan dat het graven van een voederkuil, zelfs wanneer deze wordt gebetonneerd, geen bouwen of gebruiken van een grond voor het plaatsen van een vaste inrichting is.
- Krachtens het ten tijde van het plegen van de telastlegging toepasselijke artikel 42, ,§ 1, 1° Stedenbouwdecreet 1996 mag niemand zonder voorafgaande schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen onder meer 'bouwen' of 'een grond gebruiken voor het plaatsen van een of meer vaste inrichtingen'. Artikel 42, ,§ 1, 1°, tweede lid, verduidelijkt dat "onder bouwen en plaatsen van vaste inrichtingen wordt verstaan het oprichten van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet duurzame materialen, die in de grond is ingebouwd, aan de grond is bevestigd of op de grond steun vindt ten behoeve van de stabiliteit, en bestemd is om ter plaatse te blijven staan, al kan zij ook uit elkaar genomen of verplaatst worden".
- De rechter oordeelt in feite of de uitgevoerde werken wegens hun aard of hun omvang dienen te worden beschouwd als "bouwen" of "grond gebruiken" in bovenvermelde zin. Het Hof gaat alleen na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. Te dezen is dit niet het geval. De appelrechters oordelen wettig dat een betonnen voederkuil een vaste inrichting is en het plaatsen ervan aldus vergunningsplichtig is. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters heeft aangevoerd dat hem niet de gelegenheid werd gegeven om zijn opmerkingen op het voorverslag van de gerechtsdeskundige te laten gelden, en dat hierdoor zijn recht van verdediging werd miskend. Hij kan dit niet voor het eerst voor het Hof aanvoeren. Het middel is niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert aan dat de appelrechters niet de reden vermelden waarom zij in deze zaak, met miskenning van het in artikel 149, ,§ 1, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999 vervatte principe, niet de meerwaarde toepassen maar het herstel in de vorige toestand bevelen, alhoewel niet onbetwistbaar vaststaat dat een of meer van de drie in dit artikel opgesomde gevallen waarin toepassing van de meerwaarde wettelijk wordt uitgesloten, zich voordoen.
- Sinds het arrest van het Arbitragehof nr. 14/2005 van 19 januari 2005 bepaalt artikel 149, ,§ 1, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999 dat, behoudens in de daarin nader bepaalde gevallen onder 1°, 2° of 3°, het middel van de meerwaarde in principe steeds als herstelmaatregel kan worden aangewend.
- Uit de woorden "kan in principe" in de aanhef van artikel 149, ,§ 1, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999, blijkt dat in elk geval ook een andere herstelmaatregel dan de meerwaarde kan worden aangewend.
- De aanvoering dat de meerwaardevordering thans voor alle misdrijven de principieel te vorderen herstelmaatregel is, is onverenigbaar met artikel 149, ,§ 3, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 dat bepaalt dat wanneer wordt geopteerd voor de vordering van bouw- of aanpassingswerken en/of de betaling van een geldsom gelijk aan de meerwaarde, deze vordering uitdrukkelijk dient te worden gemotiveerd.
- Wanneer de stedenbouwkundige inspecteur de keuze van een welbepaalde herstelmaatregel afdoende motiveert, moet de uitsluiting van de keuze voor een andere herstelmaatregel niet negatief worden gemotiveerd.
- Te dezen oordelen de appelrechters dat de motivering van de maatregel tot herstel in de vorige toestand die voorkomt in de vordering van de stedenbouwkundige inspecteur "uitvoerig" is, en "steunt op motieven van goede ruimtelijke ordening en niet kennelijk onredelijk is". Zij oordelen verder dat deze vordering op gepaste, aangepaste maar noodzakelijke wijze het herstel beoogt van de gevolgen van de door de eiser gepleegde misdrijven. Bijgevolg oordelen zij dat deze motivering afdoende is. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 6 juni 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060606.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011204.16 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031216.44 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060425.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div