← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060613.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060613.4 Rolnummer: P.06.0306.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Belastingrecht Invoerdatum: 2007-01-24 Raadplegingen: 628 - laatst gezien 2026-07-04 06:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het verweer tegen de aantijging dat het gebruikte stuk vals is, levert op zich geen gebruik van een vals stuk op

(1).
(1)Cass., 18 maart 1980, A.C., 1979-1980, nr 451; Cass., 16 juni 1987, AR 9893, nr 628. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Gebruik van valse stukken Begrip Verweermiddel Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.193,196, Fiches 2 - 3 Het gebruik van een vals stuk in een fiscale bezwaarprocedure is geen louter verweer, maar strekt ertoe alsnog het oogmerk van die fiscale valsheid te verwezenlijken
(1)
(2).
(1)Zie: Cass., 9 dec. 1992, AR 3, nr 780.
(2)Zie: Cass., 19 april 1994, AR 6902, nr 186 en Cass., 27 juni 1995, AR P.94.0306.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950627.4, nr 333; in deze gevallen ging het telkens om het aanwenden van valse stukken in de aanslagprocedure. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Gebruik van valse stukken Inkomstenbelastingen Valse stukken aangewend in de fiscale bezwaarprocedure Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.193,196, Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALLERLEI Vrije woorden: INKOMSTENBELASTINGEN - ALLERLEI Fiscaal strafrecht Valsheid en gebruik van valse stukken Valse stukken aangewend in de fiscale bezwaarprocedure Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.193,196, Annotaties Publicaties: R.G.C.F. - Olivier KLEES; De la prescription de l'action publique du chef d'usage de faux fiscal à l'oubli de la rhétorique. - 2007, 417-427 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0306.N I. B D S D N M H M B, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Bart Spriet, advocaat bij de balie te Turnhout. II. D K J F, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Philip Traest, advocaat bij de balie te Brussel. III.
  1. M J G, inverdenkinggestelde,
  2. M M L N, inverdenkinggestelde,
  3. M L M F, inverdenkinggestelde, eisers, met als raadsman mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling van 31 januari
  4. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  5. Het bestreden arrest overweegt: "Dat ten onrechte de nietigheid van de bestreden beschikking wordt ingeroepen wegens een vermeende schending van de motiveringsplicht; dat immers de enkele omstandigheid dat volgens de (eisers) deze motivering gebrekkig en niet overtuigend zou zijn, geenszins inhoudt dat de bestreden beschikking nietig is". Anders dan het onderdeel aanvoert, kon het bestreden arrest op grond van deze overweging en zonder het recht van verdediging te miskennen, wettig oordelen dat de beroepen beschikking van de raadkamer niet nietig is. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  6. Het bestreden arrest overweegt zoals hierboven is aangehaald. Met deze motivering geeft het bestreden arrest van de conclusies die de eisers bij de kamer van inbeschuldigingstelling hebben genomen, een lezing die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel
  7. Het verweer tegen de aantijging dat het gebruikte stuk vals is, levert op zich geen gebruik van een vals stuk op. Het gebruik daarentegen van een vals stuk in een fiscale bezwaarprocedure is geen louter verweer, maar strekt ertoe alsnog het oogmerk van die fiscale valsheid te verwezenlijken. Het onderdeel dat een andere rechtsopvatting aanhangt, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  8. De in de eindvordering van 14 december 2005 van het openbaar ministerie gegeven omschrijving van valsheid in geschrifte en het gebruik van de tenlastelegging A en van WIB-valsheid in geschrifte en gebruik van de tenlastelegging B vermeldt: "en van de vier vermelde akten gebruik gemaakt te hebben, wetende dat ze vals waren, onder andere in de bezwaarprocedure die ingesteld werd tegen de aanslagen vennootschapsbelasting die ingekohierd werden onder de artikelnummers 710012 en 610178, en tegen de aanslag roerende voorheffing die ingekohierd werd onder het artikelnummer 729012". Met deze bewoordingen beperkt die omschrijving de aan eisers ten laste gelegde misdrijven niet tot het bepaalde vermelde gebruik alleen. Door de beoordeling van het middel van de verjaring te laten steunen op het gebruik van de valse stukken bij de belastingaangifte en de verwijzing in een antwoord op een bericht van wijziging van aangifte naar die valse stukken, geeft het bestreden arrest van de eindvordering van het openbaar ministerie een uitleg die met de bewoording ervan niet onverenigbaar is en miskent het evenmin de saisine van de onderzoeksrechter. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Derde onderdeel
  9. Wanneer bij de regeling van de rechtspleging een inverdenkinggestelde in conclusie opwerpt dat de strafvordering verjaard is, moet het onderzoeksgerecht dit verweer beantwoorden. Ze doet dit met de vaststelling dat de feiten waaromtrent ernstige aanwijzingen van schuld bestaan, mochten ze bewezen zijn, eventueel rekening gehouden met eenheid van opzet, niet verjaard zijn.
  10. Het bestreden arrest overweegt: "Dat de (eisers) voorhouden dat de strafvordering vervallen is door verjaring, om reden dat na 31 december 1994 er geen sprake meer zou zijn van enige daad van gebruik van de van valsheid betichte stukken (tenlasteleggingen A en B) noch van enige voorgehouden 'fiscale fraude' (tenlastelegging C); (Dat) evenwel inzake inkomstenbelastingen, het gebruik van valse stukken die tot staving van een belastingaangifte (worden) aangewend, in de regel slechts zijn nuttig effect verliest bij de definitieve vestiging van de belasting, en dat de verwijzing in een antwoord op een bericht van wijziging van aangifte naar de valse stukken, welke tot staving van de aangifte aan de administratie werden overgemaakt, een daad van gebruik van die valse stukken is; Dat het openbaar ministerie dan ook terecht stelt dat in casu het gebruik van de van valsheid betichte stukken geduurd zou kunnen hebben 'tot minstens 20 september 2004', zodat de strafvordering wat betreft de tenlasteleggingen A en B, alsmede van de tenlastelegging C ingevolge de voorziene eenheid van opzet, niet verjaard zou zijn".
  11. Anders dan het middel aanvoert beantwoordt het bestreden arrest met deze overwegingen het verweer van de eisers betreffende de verjaring. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde middel Eerste onderdeel
  12. Het bestreden arrest overweegt: "Dat de (eisers) eveneens ten onrechte een beweerde nietigheid van het deskundigenonderzoek inroepen; dat immers het niet-contradictoir karakter van het deskundigenonderzoek geen schending van het (EVRM) inhoudt indien de beklaagde op de terechtzitting alle kansen krijgt om het verslag van de deskundige te weerleggen; dat het bovendien overdreven is te stellen dat de deskundige, wiens uitdrukkingen weliswaar soms voor enige kritiek vatbaar zouden kunnen zijn, het specialiteitsbeginsel en de techniciteitsregel zou geschonden hebben".
  13. Rekening gehouden met de tekst van de door de eisers bij de appelrechters genomen en in het middel aangehaalde conclusies, beantwoorden deze overwegingen van het bestreden arrest zowel het verweer van de eisers betreffende de deskundigenopdracht zelf als deze betreffende de uitvoering ervan. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  14. Het bestreden arrest overweegt zoals hierboven is aangehaald. Met deze overweging beantwoordt het bestreden arrest het verweer van de eisers betreffende de partijdigheid van de deskundige. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
  15. Het derde onderdeel vraagt een beoordeling van de feitelijke vaststellingen van de deskundige. Hiertoe heeft het Hof geen bevoegdheid. Het onderdeel is niet ontvankelijk Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de verjaring op de strafvordering
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 160,74 euro waarvan elke eiser 53,58 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 13 juni 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060613.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080521.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950627.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080513.4 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090603.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.