← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060613.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:

Artt.193,194, Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Document vereist door een douanevoorschrift Strafbaarstelling naar gemeen recht Gevolg Wettelijke bepalingen:

Artt.193,194, Fiches 7 - 10 Het gebruik van ontvangen informatie voor de vervolging van een witwasmisdrijf, gepleegd door of ten gevolge van de schending van een douanevoorschrift, beantwoordt eveneens aan het gebruik omschreven in artikel 11.1 van het Aanvullend Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand inzake douanezaken van 9 juni 1997. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: DOUANE EN ACCIJNZEN Douanezaken Overeenkomst tussen de EEG en de Zwitserse Bondsstaat Aanvullend protocol Uitwisseling van informatie Gebruik Misdrijf van witwassen Wettelijke bepalingen:

Art.505

,3°en Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Algemeen Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Algemeen Douanezaken Overeenkomst tussen de EEG en de Zwitserse Bondsstaat Aanvullend protocol Uitwisseling van informatie Gebruik Misdrijf van witwassen Wettelijke bepalingen:

Art.505

,3°en Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Douanezaken Overeenkomst tussen de EEG en de Zwitserse Bondsstaat Aanvullend protocol Uitwisseling van informatie Gebruik Misdrijf van witwassen Wettelijke bepalingen:

Art.505

,3°en Vrije woorden: STRAFVORDERING Douanezaken Overeenkomst tussen de EEG en de Zwitserse Bondsstaat Aanvullend protocol Uitwisseling van informatie Gebruik Misdrijf van witwassen Tekst van de beslissing Nr. P.06.0467.N I. B G, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Dirk Grootjans, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Justitiestraat 31, alwaar de eiser woonplaats kiest,. II. 1. P A R, inverdenkinggestelde, 2. N A, inverdenkinggestelde, eisers, met als raadsman mr. Frank Marneffe, advocaat bij de balie te Antwerpen. III. 1. J K K, inverdenkinggestelde, 2. M M P, inverdenkinggestelde, 3. G N S, inverdenkinggestelde, 4. S N H, inverdenkinggestelde, 5. G K D, inverdenkinggestelde, 6. M R V, inverdenkinggestelde, 7. S T N, inverdenkinggestelde, 8. M P K, inverdenkinggestelde, 9. M S S, inverdenkinggestelde, met als raadslieden mr. Eric Gevers en mr. Filiep De Ruyck, advocaten bij de balie te Antwerpen. IV. M J C, inverdenkinggestelde, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 februari 2006. De eisers I, II en III voeren elk in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser IV voert geen middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING De Procureur des Konings te Antwerpen heeft de verwijzing van de eisers naar de correctionele rechtbank gevorderd wegens feiten van gemeenrechtelijke valsheid in geschrifte en gebruik in documenten betreffende fictieve uit- en invoer van diamant (telastlegging A) en witwassen van gelden ontvangen als betaling van fictieve uitvoer van diamant (telastleggingen B en C). De telastlegging A werd nader omschreven als volgt: "I. door valse uitvoerdocumenten te hebben opgesteld en/of te hebben doen opstellen en:of deze te hebben ondertekend en/of te doen ondertekenen, meer in het bijzonder facturen, EX-1 aangifteformulieren, weegbriefjes, uitvoervergunningen van de Centrale Dienst voor Contingenten en Vergunningen of van de Dienst Vergunningen van het ministerie van Economische Zaken, expertise- en schattingsverslagen opgesteld door Diamond office, en instructiebrieven aan de expediteur ("shipper's letter of instruction") terwijl er in werkelijkheid helemaal geen exportverzendingen naar de vermelde bestemmeling plaatsvonden en/of de verzonden diamanten verdoken terug werden ingevoerd en/of de waarde van de verzonden diamanten schromelijk overschat werd, met het bedrieglijk opzet de feiten van witwassen zoals nader omschreven sub tenlastleggingen B en C.I tot en met C.XV te verdoezelen". "II. door valse uitvoerdocumenten te hebben opgesteld en/of te hebben doen opstellen en:of deze te hebben ondertekend en/of te doen ondertekenen, meer in het bijzonder facturen, T-1 aangifteformulieren en ontvangstbewijzen van Diamond office terwijl er in werkelijkheid helemaal geen importverzendingen aan de NV M & S Diamonds plaatsvonden of de waarde van de ingevoerde diamanten schromelijk overschat werd, met het bedrieglijk opzet de sub tenlastelegging A.I vermelde uitgevoerde diamanten minstens gedeeltelijk verdoken terug in te voeren". "III. door valse uitvoerdocumenten te hebben opgesteld en/of te hebben doen opstellen en: of deze te hebben ondertekend en/of te doen ondertekenen, meer in het bijzonder facturen, EX-1 aangifteformulieren, weegbriefjes, uitvoervergunningen van de Centrale Dienst voor Contingenten en Vergunningen of van de Dienst Vergunningen van het ministerie van Economische Zaken, expertise- en schattingsverslagen opgesteld door Diamond office, en instructiebrieven aan de expediteur ("shipper's letter of instruction") terwijl er in werkelijkheid helemaal geen exportverzendingen naar de vermelde bestemmeling plaatsvonden en/of de verzonden diamanten verdoken terug werden ingevoerd en/of de waarde van de verzonden diamanten schromelijk overschat werd, met het bedrieglijk opzet de sub A.II omschreven fictieve invoerzendingen in de boekhouding van de NV M & S Diamonds door middel van fictieve uitvoerzendingen terug in evenwicht te brengen en aldus te verhullen dat de sub tenlastelegging A.II omschreven invoerzendingen in werkelijkheid nooit plaatsvonden". Bij de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen riepen de eisers in schriftelijke conclusie de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering in. De raadkamer wees het verweer van de eisers af en verwees hen, na aanneming van verzachtende omstandigheden voor de telastlegging A, naar de correctionele rechtbank. De eisers kwamen van deze beschikking in hoger beroep. Het bestreden arrest verwijst het verweer van de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering af op volgende grond: "Het protocol van 9 juni 1997 inzake de wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, gesloten tussen de Europese Unie en Zwitserland is gericht op een correcte toepassing van de douanewetgeving. Dit betekent echter niet dat ingeval van overtreding van de douanevoorschriften de verkregen inlichtingen enkel mogen worden gebruikt voor het onderzoek en de vervolging van feiten die een overtreding opleveren van de Algemene Wet inzake Douane en Accijnzen. De omschrijving die aan de feiten wordt gegeven in de Staat van de verzoekende autoriteit is niet determinerend voor het gebruik dat van de verkregen inlichtingen mag worden gemaakt. Het is echter vereist dat de bekomen gegevens, die in casu betrekking hebben op de niet-naleving van douanevoorschriften door de inverdenkinggestelde (x), gebruikt worden voor het onderzoek en de vervolging van misdrijven waarvoor de niet-correcte toepassing van de douanevoorschriften een wezenlijk bestanddeel uitmaakt. Uit de omschrijving van de feiten vermeld sub tenlastelegging A, B en C blijkt dat dit wel degelijk het geval is. De door de Zwitserse douane verstrekte inlichtingen werden dan ook niet van hun doel afgewend zodat er geen schriftelijke toestemming van de Zwitserse autoriteiten nodig was om de inverdenkinggestelden alhier te kunnen vervolgen voor de hen ten laste gelegde feiten. Het gerechtelijk onderzoek is dan ook niet door een nietigheid of onregelmatigheid aangetast." Het bestreden arrest verklaarde daarop de hogere beroepen van de eisers ongegrond. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eiser I 1. Het middel voert schending aan van het artikel 27 van het verdrag van Wenen van 23 mei 1969 inzake het verdragenrecht en de artikelen 1, 10.1 en 11.1 van het aanvullend protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand inzake douanezaken van 9 juni 1997 (hierna: Aanvullend Protocol), zoals uitdrukkelijk beschermd door het voorbehoud dat Zwitserland bij artikel 2 van het Europees Rechtshulpverdrag van 20 april 1959 heeft gemaakt in de bekrachtigingsoorkonde neergelegd op 20 december 1966. 2. Het Aanvullend Protocol bepaalt: Artikel 1 Definities Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  1. b)'douanewetgeving': de door de Europese Gemeenschap of de Zwitserse Bondsstaat vastgestelde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;
  2. e)'handelingen in strijd met de douanewetgeving': elke schending van de douanewetgeving of elke poging tot schending van deze wetgeving. Artikel 10. Geheimhoudingsplicht Alle informatie die ter uitvoering van dit protocol in welke vorm dan ook wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter. Zij valt onder de geheimhoudingsplicht en geniet de bescherming van de wetgeving terzake van de overeenkomstsluitende partij die ze heeft ontvangen en van de desbetreffende bepalingen die op de instellingen van de Gemeenschap van toepassing zijn. Artikel 11 Gebruik van de informatie 1. De ontvangen informatie mag uitsluitend voor de in dit protocol omschreven doeleinden worden gebruikt. Een partij mag deze informatie slechts voor andere doeleinden gebruiken na schriftelijke toestemming van de autoriteit die ze heeft verstrekt. Voorts geldt voor dit gebruik de door deze autoriteit vastgestelde beperkingen. 3. Artikel 11.1 Aanvullend Protocol houdt in dat de met toepassing van de overeenkomst verkregen informatie kan worden gebruikt voor strafprocedures wegens niet-naleving van douanewetgeving, onverschillig of de overtreding daarvan naar Belgisch recht wordt gestraft door het bijzondere douanestrafrecht of door het gemene strafrecht. Het middel dat berust op een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Middel van de eisers II 4. Het middel voert aan dat: - door aan te nemen dat de gemeenrechtelijke misdrijven van valsheid in geschrifte en witwassen, waarvoor de eisers worden vervolgd, beschouwd kunnen worden als zijnde de niet-naleving van de douanewetgeving, daar zij de niet-correcte toepassing van de douanevoorschriften als wezenlijk bestanddeel zouden hebben, het bestreden arrest artikel 1, littera e juncto littera b, Aanvullend Protocol schendt; - door aan te nemen dat de door de Zwitserse douanediensten verkregen informatie mag worden gebruikt voor het onderzoek en de vervolging van de gemeenrechtelijke misdrijven van valsheid in geschrifte en witwassen, zonder dat er een schriftelijke toestemming van de Zwitserse autoriteiten nodig was, het bestreden arrest artikel 11.1, tweede zin, Aanvullend Protocol schendt. Het oppert dat de prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen kan worden gesteld: Dient artikel 11 (Aanvullend Protocol) in die zin te worden begrepen dat de ontvangen informatie, bij gebreke aan de in artikel 11.1, tweede zin, (Aanvullend Protocol) bedoelde voorafgaande, schriftelijke toestemming van de autoriteit die de informatie heeft verstrekt en a fortiori bij gebreke aan de in artikel 11.1, derde zin, (Aanvullend Protocol) bedoelde beperkingen, die door deze autoriteit voor het gebruik van die informatie werden vastgesteld, uitsluitend op rechtsgeldige wijze kan en mag worden gebruikt in gerechtelijke of administratieve procedures ingesteld wegens niet-naleving van de douanewetgeving, zijnde, luidens artikel 1, littera e juncto littera b, (Aanvullend Protocol), de door de Europese Gemeenschap of de Zwitserse Bondsstaat vastgestelde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van verboden, beperkingen en controlemaatregelen, of kan het voormelde artikel 11 (Aanvullend Protocol) in die zin worden begrepen dat de ontvangen informatie, bij gebreke aan de in artikel 11.1, tweede zin, (Aanvullend Protocol) bedoelde voorafgaande schriftelijke toestemming van de autoriteit die de informatie heeft verstrekt en a fortiori bij gebreke aan de in artikel 11. 1, derde zin, (Aanvullend Protocol) bedoelde beperkingen, die door deze autoriteit voor het gebruik van die informatie werden vastgesteld, ook en bijkomend op rechtsgeldige wijze kan en mag worden gebruikt in een gerechtelijke, en in het bijzonder in een strafrechtelijke, procedure strekkende tot de sanctionering en/of de bestraffing van andere misdrijven dan misdrijven wegens niet-naleving van de douanewetgeving - in casu de gemeenrechtelijke misdrijven van valsheid in geschriften en witwassen - waarvan de niet-correcte toepassing van de douanevoorschriften een wezenlijk bestanddeel zou uitmaken? 5. De gemeenrechtelijke valsheid in geschrifte en gebruik van de artikelen 193, 196, 197, 213 en 214 Strafwetboek, kunnen, behoudens een bijzondere wet die de toepassing daarvan zou uitsluiten, wat hier niet het geval is, een document betreffen dat door een douanevoorschrift wordt vereist. De gemeenrechtelijke strafbaarstelling van dergelijke valsheid is ook een strafbaarstelling van een handeling in strijd met de douanewetgeving in de zin van artikel 1,
  3. b)Aanvullend Protocol. Derhalve beantwoordt het gebruik van door de aangezochte Zwitserse autoriteit verstrekte informatie voor de vervolging van valsheid in geschrifte en gebruik betreffende een door een douanevoorschrift vereist document aan het gebruik omschreven in artikel 11.1 Aanvullend Protocol. 6. Het gebruik van ontvangen informatie voor de vervolging van een witwasmisdrijf, gepleegd door of ten gevolge van de schending van een douanevoorschrift, beantwoordt eveneens aan het gebruik omschreven in artikel 11.1 Aanvullend Protocol. Het middel faalt naar recht. 7. De uitlegging van de in de geopperde prejudiciële vraag vermelde artikelen van het Aanvullend Protocol is ter zake dermate duidelijk dat er geen grond bestaat deze prejudiciële vraag te stellen. Middel van de eisers III 8. Het middel is van gelijke strekking als het middel van de eisers II. Het formuleert de aan het Hof van Justitie te stellen prejudiciële vraag evenwel enigzins anders, namelijk als volgt: Dient artikel 11 (Aanvullend Protocol) in die zin te worden begrepen dat de ontvangen informatie, bij gebreke aan de in artikel 11.1, tweede zin, (Aanvullend Protocol) bedoelde voorafgaande, schriftelijke toestemming van de autoriteit die de informatie heeft verstrekt en a fortiori bij gebreke aan de in artikel 11.1, derde zin, (Aanvullend Protocol) bedoelde beperkingen, die door deze autoriteit voor het gebruik van die informatie werden vastgesteld, uitsluitend op rechtsgeldige wijze kan en mag worden gebruikt in gerechtelijke of administratieve procedures ingesteld wegens niet-naleving van de douanewetgeving, zijnde, luidens artikel 1, littera e juncto littera b, (Aanvullend Protocol), de door de Europese Gemeenschap of de Zwitserse Bondsstaat vastgestelde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van verboden, beperkingen en controlemaatregelen, of kan het voormelde artikel 11 (Aanvullend Protocol) in die zin worden begrepen dat de ontvangen informatie, bij gebreke aan de in artikel 11.1, tweede zin, (Aanvullend Protocol) bedoelde voorafgaande schriftelijke toestemming van de autoriteit die de informatie heeft verstrekt en a fortiori bij gebreke aan de in artikel 11.1, derde zin, (Aanvullend Protocol)bedoelde beperkingen, die door deze autoriteit voor het gebruik van die informatie werden vastgesteld, ook en bijkomend op rechtsgeldige wijze kan en mag worden gebruikt in een gerechtelijke, en in het bijzonder in een strafrechtelijke, procedure strekkende tot de sanctionering en/of de bestraffing van andere misdrijven dan misdrijven wegens nietnaleving van de douanewetgeving in casu de gemeenrechtelijke misdrijven van valsheid in geschriften en witwassen - in de veronderstelling dat de niet-correcte toepassing van de douanevoorschriften er een wezenlijk bestanddeel van uitmaakt? 9. Om de redenen vermeld in het antwoord op het middel van de eisers II faalt ook dit middel hier naar recht en behoeft er evenmin een prejudiciële vraag te worden gesteld. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering 10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun respectieve cassatieberoepen. Begroot de kosten in het geheel op 388,12 euro, waarvan op elk van de vier cassatieberoepen 97,03 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 13 juni 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060613.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.