← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060620.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:

Artt.135,§2, Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Inverdenkinggestelde Verwijzing naar de correctionele rechtbank wegens het bestaan van voldoende bezwaren Rechtsmiddelen Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen:

Artt.135,§2, Fiches 3 - 5 De beslissing van het onderzoeksgerecht die het verzoek tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling afwijst, is geen beslissing die de opschorting toestaat of weigert zodat hiertegen geen onmiddellijk cassatieberoep openstaat

(1).
(1)Cass., 15 okt. 2002, AR P.02.0885.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021015.17, nr 542. Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Onderzoeksgerechten Afwijzing van het verzoek tot opschorting Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art.416

Vrije woorden: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWONE OPSCHORTING Onderzoeksgerecht Afwijzing van het verzoek tot opschorting Gevolg Cassatieberoep Wettelijke bepalingen:

Art.416

Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Opschorting van de uitspraak van de veroordeling Afwijzing van het verzoek tot opschorting Gevolg Cassatieberoep Wettelijke bepalingen:

Art.416

Fiches 6 - 7 Wanneer een conclusie betwist of aanvoert dat er, in feite, voldoende bezwaren bestaan, antwoordt het onderzoeksgerecht hierop onaantastbaar dat dergelijke bezwaren al dan niet bestaan

(1).
(1)Cass., 23 mei 2001, AR P.01.0317.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010523.6, nr 307, met concl. van adv.-gen. LOOP. Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Onderzoeksgerechten Regeling van de rechtspleging Bezwaren Vaststelling Wettelijke bepalingen:

Artt.127tot13 Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Regeling van de rechtspleging Bezwaren Vaststelling Wettelijke bepalingen:

Artt.127tot13 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0425.N V. D. V. E., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Erik Van Der Vloet, advocaat bij de balie te Turnhout. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 23 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Hij doet ook afstand van zijn cassatieberoep in zoverre dat gericht is tegen de beslissing die hem buitenvervolging stelt voor de feiten van de telastlegging B. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Een inverdenkinggestelde kan slechts onmiddellijk cassatieberoep instellen tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat gewezen is op zijn hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer die hem naar de correctionele rechtbank verwijst, op voorwaarde dat hij tegen deze beschikking hoger beroep kon instellen.
  3. Ingevolge artikel 135, ,§ 2, Wetboek van Strafvordering kan de inverdenkinggestelde in geval van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, beroep instellen tegen de verwijzingsbeschikkingen bepaald in de artikelen 129 en 130, onverminderd het in artikel 539 van dit wetboek beoogde hoger beroep. Hetzelfde geldt voor de gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering. Het hoger beroep is in geval van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, slechts ontvankelijk indien het middel bij schriftelijke conclusie is ingeroepen voor de raadkamer. Hetzelfde geldt voor de gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering, behalve wanneer ze zijn ontstaan na het debat voor de raadkamer.
  4. Uit die bepaling volgt dat, anders dan de eiser in zijn tweede middel aanvoert, tegen de verwijzingsbeschikking wegens het bestaan van voldoende bezwaren geen hoger beroep en dus geen cassatieberoep kan worden ingesteld. Het cassatieberoep tegen de beslissing die het hoger beroep van de eiser tegen de beschikking van de raadkamer die hem naar de correctionele rechtbank verwijst, niet ontvankelijk verklaart, is derhalve niet ontvankelijk.
  5. De beslissing van het onderzoeksgerecht die het verzoek tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling afwijst, is geen beslissing die de opschorting toestaat of weigert. Dergelijke beslissing is een beslissing waartegen krachtens artikel 416 Wetboek van Strafvordering geen onmiddellijk cassatieberoep openstaat. Het cassatieberoep tegen de beslissing van het onderzoeksgerecht, die het verzoek tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling afwijst, is niet ontvankelijk. Eerste middel - Grief a.
  6. Uit de artikelen 128, 129, 229 en 231 Wetboek van Strafvordering volgt dat de wetgever de leden van de onderzoeksgerechten in geweten heeft willen laten oordelen over de vraag of het onderzoek al dan niet voldoende bezwaren heeft opgeleverd om hetzij de inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht te verwijzen, hetzij een beslissing tot buitenvervolging te verantwoorden. Noch de als geschonden aangewezen artikelen 127 tot 135 Wetboek van Strafvordering noch enige andere wetsbepaling schrijven voor dat de bezwaren worden gepreciseerd of de redenen worden vermeld waarom die bezwaren ontoereikend worden geacht. Hieruit volgt dat wanneer een conclusie betwist of aanvoert dat er, in feite, voldoende bezwaren bestaan, het onderzoeksgerecht hierop onaantastbaar antwoordt dat dergelijke bezwaren al dan niet bestaan.
  7. Het arrest oordeelt dat de beroepen beschikking vaststelt dat er ten laste van de eiser voldoende bezwaren bestaan en dat aldus op voldoende wijze op de conclusie van de eiser is geantwoord. Hierdoor onderzoekt het arrest of de raadkamer de conclusie van eiser heeft beantwoord en is de beslissing regelmatig met redenen omkleed. De grief kan niet worden aangenomen. Overige grieven.
  8. De overige grieven betreffen beslissingen waartegen het cassatieberoep niet ontvankelijk is en ze hebben geen betrekking op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Ze behoeven derhalve geen antwoord. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand zoals vermeld. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 20 juni 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060620.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010523.6 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020924.11 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021015.17 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030326.20 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031022.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070424.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.