← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060904.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art.14

Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Bijdragen Arbeidsovereenkomst Einde Abnormale lage opzeggingsvergoeding Niet-concurrentieovereenkomst Vergoeding Aard Wettelijke bepalingen:

Art.14

Thesaurus CAS: LOON - ALLERLEI Vrije woorden: LOON - ALLERLEI Arbeidsovereenkomst Einde Abnormale lage opzeggingsvergoeding Niet-concurrentieovereenkomst Vergoeding Aard Wettelijke bepalingen:

Art.14Tekst van de beslissing Nr.

S.06.0002.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen MORUBEL, naamloze vennootschap, met zetel te 8400 Oostende, Ankerstraat 2, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 10 september 2004 gewezen door het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel

  1. Het arrest stelt vast dat de overeengekomen opzeggingsvergoeding van drie maanden loon abnormaal laag is en zelfs niet voldoet aan de minimale rechten bepaald bij de Arbeidsovereenkomstenwet, maar oordeelt niet in hoeverre er meer als opzeggingsvergoeding verschuldigd is, waarop dan sociale zekerheids-bijdragen verschuldigd zijn.
  2. Het onderdeel komt dienvolgens op tegen een beslissing die het arrest niet bevat en voert een grief aan aangaande een geschil dat voor de feitenrechter niet hangende was.
  3. Het onderdeel is derhalve niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  4. Uit het feit dat door de werkgever aan een werknemer een abnormale lage opzeggingsvergoeding die zelfs niet voldoet aan de minimale rechten bepaald bij de Arbeidsovereenkomstenwet, wordt toegekend, volgt niet noodzakelijk dat de vergoeding bepaald in de niet-concurrentieovereenkomst een verdoken opzeggingsvergoeding is.
  5. Gelet op het oordeel van de appelrechters dat de te lage opzeggingsvergoeding niet volstaat om te besluiten dat de vergoeding bepaald in de niet-concurrentieovereenkomst een verdoken opzeggingsvergoeding uitmaakt, dienden zij het concrete bedrag van de opzeggingsvergoeding waarop de werknemer Lievens aanspraak kon maken niet te bepalen.
  6. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Derde onderdeel
  7. Anders dan het onderdeel aanvoert, oordelen de appelrechters niet dat de overeenkomsten inzake de opzeggingsvergoeding en de niet-concurrentie-vergoeding "waarschijnlijk" als één pakket werden onderhandeld. De appelrechters oordelen dat die overeenkomsten "mogelijk" als één geheel werden behandeld.
  8. Zoals vermeld onder randnummer 4 volgt uit het feit alleen dat een abnormale lage opzeggingsvergoeding, die niet voldoet aan de wettelijke bepalingen, werd toegekend, niet dat onder de mom van een niet-concurrentie-vergoeding een verkapte opzeggingsvergoeding werd toegekend.
  9. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  10. Voor het overige bevat het onderdeel geen zelfstandige grieven en is het volledig afgeleid uit de in het voormelde randnummers 7 en 8 verworpen grieven.
  11. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van honderd vijfenzeventig euro negenendertig cent jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelings-voorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Ghislain Londers en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van 4 september 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060904.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030922.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.