id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.5 Rolnummer: P.06.0816.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-12-11 Raadplegingen: 203 - laatst gezien 2026-07-03 07:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De echtgenoot die vergoeding vordert voor schade die het gemeenschappelijk vermogen heeft geleden, treedt op in eigen naam
(1).
(1)Zie Cass., 31 jan. 1995, AR P.93.1566.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950131.3, nr 57 (problematiek in het licht van de beoordeling van de ontvankelijkheid van een cassatieberoep). Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Schade toegebracht aan het gemeenschappelijk vermogen Echtgenoot die vordert in naam van het gemeenschappelijk vermogen Hoedanigheid Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.1382,1383 Fiche 2 De echtgenoot die voor de uitspraak over de strafvordering enkel schadevergoeding voor het gemeenschappelijk vermogen heeft gevorderd kan, bij de verder afhandeling van de burgerlijke rechtsvordering na uitspraak over de strafvordering onder de voorwaarden van artikel 807, Gerechtelijk Wetboek dat ook in strafzaken van toepassing is, zijn schadevergoeding uitbreiden tot vergoeding van schade van zijn eigen vermogen
(1)
(2).
(1)Zie Cass., 10 dec. 1997, AR P.97.0969.F ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971210.4, nr 547 (omgekeerde hypothese).
(2)Wat de toepasselijkheid van artikel 807, Gerechtelijk Wetboek in strafzaken betreft: zie Jaarverslag van het Hof van cassatie 2005, p. 206 e.v. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Schade toegebracht aan het gemeenschappelijk vermogen Echtgenoot die in naam van het gemeenschappelijk vermogen gevorderd heeft Verder afhandeling van de burgerlijke rechtsvordering na uitspraak over de strafvordering Uitbreiding van zijn vordering tot vergoeding van zijn eigen vermogen Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.807 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0816.N I. OHRA BELGIUM nv, met zetel te 1050 Brussel, Pleinlaan 15, vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, tegen
- C A, burgerlijke partij,
- G C, burgerlijke partij,
- C R, en zijn echtgenote, burgerlijke partij,
- G C, burgerlijke partij, beiden in eigen naam en als wettige vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen Sam en Stijn Caerels, verweerders. II.
- C A, reeds vermeld, burgerlijke partij,
- G C, reeds vermeld, burgerlijke partij,
- C R, en zijn echtgenote, burgerlijke partij,
- G C, reeds vermeld, burgerlijke partij, beiden in eigen naam en als wettige vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen S. en S., eisers, met als raadsman mr. Arnold De Roeck, advocaat bij de balie te Gent, tegen OHRA BELGIUM nv, reeds vermeld, vrijwillig tussengekomen partij, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Brugge, van 14 april
- De eiseres sub I voert geen middel aan. De eisers sub II voeren in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Ghislain Dhaeyer heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel komt geheel op tegen de onaantastbare beoordeling door de rechters van de feiten op grond waarvan de interest over de periode van 15 mei 2004 tot 15 januari 2005 wordt geschorst. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede middel
- Artikel 1416 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat het gemeenschappelijk vermogen wordt bestuurd door de ene of door de andere echtgenoot die de bestuursbevoegdheden alleen kan uitoefenen, onder gehoudenheid voor ieder van hen om de bestuurshandelingen van de andere te eerbiedigen. Het gemeenschappelijk vermogen heeft geen autonome rechtspersoonlijkheid, onderscheiden van die van de echtgenoten. De echtgenoot die vergoeding vordert voor schade die het gemeenschappelijk vermogen heeft geleden, treedt op in eigen naam. Hieruit volgt dat de echtgenoot die vóór de uitspraak over de strafvordering enkel schadevergoeding voor het gemeenschappelijk vermogen heeft gevorderd, bij de verdere afhandeling van de burgerlijke rechtsvordering na de uitspraak over de strafvordering dit onder de voorwaarden van artikel 807 Gerechtelijk Wetboek dat ook in strafzaken van toepassing is zijn schadevordering kan uitbreiden tot vergoeding van schade van zijn eigen vermogen.
- Het bestreden vonnis oordeelt met eigen redenen en met overname van de redenen van het beroepen vonnis dat C G zich vóór de uitspraak over de strafvordering enkel namens het gemeenschappelijk vermogen burgerlijke partij heeft gesteld en slechts tijdens de verdere afhandeling van de burgerlijke belangen een vordering voor haar eigen vermogen heeft ingesteld door schadevergoeding wegens loonverlies te vorderen. Op die grond oordeelt het bestreden vonnis dat die vordering van C G niet ontvankelijk is. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Derde middel
- Het middel komt geheel op tegen het onaantastbaar oordeel van de appelrechters over de omvang van de schade van de kinderen wegens meerinspanningen. Het middel is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de burgerlijke rechtsvordering van Christel Gallein met betrekking tot het loonverlies niet ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eiseres sub I tot de kosten van haar cassatieberoep. Veroordeelt de verweerster sub II tot een vierde van de kosten van het cassatieberoep sub II en de eisers sub II tot de overige kosten van dit cassatieberoep. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Kortrijk, zitting houdende in hoger beroep. Begroot de kosten in het geheel op 375,07 euro waarvan de eiseres sub I 32,44 euro verschuldigd is en 30 euro betaald heeft en de eisers sub II 32,44 euro verschuldigd zijn en 280,19 euro betaald hebben. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 september 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950131.3 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971210.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div