id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.6 Rolnummer: P.06.0649.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-12-11 Raadplegingen: 738 - laatst gezien 2026-07-04 05:51 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 In correctionele- of politiezaken maakt de door een onderzoeksgerecht gewezen beschikking van verwijzing of de dagvaarding om voor het vonnisgerecht te verschijnen, niet de daarin vermelde kwalificatie en omschrijving bij de vonnisgerechten aanhangig, maar de feiten zoals zij blijken uit de stukken van het gerechtelijk onderzoek of het opsporingsonderzoek en die aan de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding ten grondslag liggen
(1)
(2).
(1)Cass., 23 sept. 1987, AR 6005, nr 51.
(2)- Ter zake werd eiser in cassatie voor de feitenrechter vervolgd (onder andere) wegens feiten van oplichting en poging tot oplichting. Deze misdrijven werden in de akte van aanhangigmaking respectievelijk omschreven als "namelijk door op bedrieglijke wijze hetzij de uitgifte van een ongedekte cheque, hetzij door te doen geloven dat de goederen door middel van een wissel zouden worden betaald dertig of vijftien dagen na de levering, zich de hierna vermelde goederen te hebben doen afgeven, ten nadele van ..." (tenlastelegging A) en als "gepoogd te hebben (...) namelijk ten nadele van de hierna vernoemde benadeelden, zich bedrieglijk hetzij door afgifte van een niet gedekte cheque, hetzij door te doen geloven dat de bestelde goederen zouden worden betaald hetzij binnen de dertig dagen, hetzij binnen de vijftien dagen na levering, de hierna vermelde goederen te hebben doen afleveren ..." (tenlastelegging B).
- In het bestreden arrest heromschrijven de appelrechters de listige kunstgreep uit de tenlasteleggingen A en B, zoals hoger geciteerd, als volgt: "namelijk zich de hierna omschreven goederen te hebben doen afleveren ten nadele van de hierna vernoemde benadeelden, door bij bestelling en de aflevering van de goederen gebruik te maken van de identiteit, de infrastructuur en de werkwijze van een voor derden bona fide vennootschap als bvba (...), bvba (...) en de nv (...) terwijl in werkelijkheid het systeem erin bestond dat de vennootschappen slechts als dekmantel dienden om de bestellingen te doen en de leveringen aan te nemen, en het nooit de bedoeling was de bestelde goederen te leveren en te betalen".
- Het hof van beroep oordeelt verder (onaantastbaar) dat de nieuwe misdrijfomschrijving geen wijziging in de vervolgde feiten brengt, maar erin is begrepen, en dat de vervolgde feiten deze zijn die vervolgd werden in de aanvankelijke vordering en de uitbreidende vorderingen van de procureur des Konings; vorderingen die niet de bedrieglijke middelen vermelden die werden aangewend om de afgifte van goederen te bekomen en aldus verwijzen naar alle bedrieglijke middelen bedoeld in artikel 496, Strafwetboek en die terug te vinden zijn in de feitelijke gegevens van de klachten en processen-verbaal gevoegd bij deze vorderingen.
- Voor een goed begrip: het bestreden arrest wijzigt in casu de kwalificatie of de juridische omschrijving van de feiten niet. De appelrechters gaan alleen de feitelijke omschrijving van de als oplichting en poging tot oplichting gekwalificeerde feiten veranderen: ze wijzigen enkel de beschrijving van de feiten, namelijk de feitelijke gegevens die samen het misdrijf uitmaken. Op zich worden hierdoor de kwalificatie en het feit, voorwerp van de vervolging, niet gewijzigd. Waar het hoger gemaakt onderscheid als al té theoretisch zou worden ervaren kan als eenvoudige (en dus verarmende) praktische vuistregel gelden dat de rechter er alleen moet over waken dat hij de concrete materiële gedragingen bedoeld in de akte van aanhangigmaking niet mag substitueren door andere. (MT) Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Adiëren van de strafrechter Verwijzingsbeschikking of dagvaarding Aanhangigmaking Voorwerp Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: STRAFVORDERING Adiëren van de strafrechter Verwijzingsbeschikking of dagvaarding Aanhangigmaking Voorwerp Fiche 3 De strafrechter moet aan het strafbare feit de juiste kwalificatie en omschrijving geven, en mag daartoe de vermeldingen van de telastlegging aanpassen, verbeteren of vervangen, op voorwaarde dat hij daarbij evenwel bij het gepleegde feit blijft, zoals het bepaald of bedoeld is in de akte die de zaak bij hem aanhangig maakt
(1)
(2)
(3).
(1)Cass., 3 dec. 1985, AR 9053, nr 225; Cass., 14 april 1987, AR 946, nr 491.
(2)Over de inhoud van de kwalificatieverplichting en de grenzen ervan zie: Cass., 27 maart 1990, AR 3215, nr 448 met conclusie van advocaat-generaal R. DECLERCQ.
(3)- Ter zake werd eiser in cassatie voor de feitenrechter vervolgd (onder andere) wegens feiten van oplichting en poging tot oplichting. Deze misdrijven werden in de akte van aanhangigmaking respectievelijk omschreven als "namelijk door op bedrieglijke wijze hetzij de uitgifte van een ongedekte cheque, hetzij door te doen geloven dat de goederen door middel van een wissel zouden worden betaald dertig of vijftien dagen na de levering, zich de hierna vermelde goederen te hebben doen afgeven, ten nadele van ..." (tenlastelegging A) en als "gepoogd te hebben (...) namelijk ten nadele van de hierna vernoemde benadeelden, zich bedrieglijk hetzij door afgifte van een niet gedekte cheque, hetzij door te doen geloven dat de bestelde goederen zouden worden betaald hetzij binnen de dertig dagen, hetzij binnen de vijftien dagen na levering, de hierna vermelde goederen te hebben doen afleveren ..." (tenlastelegging B).
- In het bestreden arrest heromschrijven de appelrechters de listige kunstgreep uit de tenlasteleggingen A en B, zoals hoger geciteerd, als volgt: "namelijk zich de hierna omschreven goederen te hebben doen afleveren ten nadele van de hierna vernoemde benadeelden, door bij bestelling en de aflevering van de goederen gebruik te maken van de identiteit, de infrastructuur en de werkwijze van een voor derden bona fide vennootschap als bvba (...), bvba (...) en de nv (...) terwijl in werkelijkheid het systeem erin bestond dat de vennootschappen slechts als dekmantel dienden om de bestellingen te doen en de leveringen aan te nemen, en het nooit de bedoeling was de bestelde goederen te leveren en te betalen".
- Het hof van beroep oordeelt verder (onaantastbaar) dat de nieuwe misdrijfomschrijving geen wijziging in de vervolgde feiten brengt, maar erin is begrepen, en dat de vervolgde feiten deze zijn die vervolgd werden in de aanvankelijke vordering en de uitbreidende vorderingen van de procureur des Konings; vorderingen die niet de bedrieglijke middelen vermelden die werden aangewend om de afgifte van goederen te bekomen en aldus verwijzen naar alle bedrieglijke middelen bedoeld in artikel 496, Strafwetboek en die terug te vinden zijn in de feitelijke gegevens van de klachten en processen-verbaal gevoegd bij deze vorderingen.
- Voor een goed begrip: het bestreden arrest wijzigt in casu de kwalificatie of de juridische omschrijving van de feiten niet. De appelrechters gaan alleen de feitelijke omschrijving van de als oplichting en poging tot oplichting gekwalificeerde feiten veranderen: ze wijzigen enkel de beschrijving van de feiten, namelijk de feitelijke gegevens die samen het misdrijf uitmaken. Op zich worden hierdoor de kwalificatie en het feit, voorwerp van de vervolging, niet gewijzigd. Waar het hoger gemaakt onderscheid als al té theoretisch zou worden ervaren kan als eenvoudige (en dus verarmende) praktische vuistregel gelden dat de rechter er alleen moet over waken dat hij de concrete materiële gedragingen bedoeld in de akte van aanhangigmaking niet mag substitueren door andere. (MT) Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Kwalificatie en omschrijving van het strafbare feit Verplichting van de strafrechter Fiche 4 Inzake oplichting mag de strafrechter, bij wijze van heromschrijving, de listige kunstgreep nader beschrijven of vervangen, mits de bedoelde materiële gedraging geen substitutie ondergaat en na deze wijziging de aldus omschreven oplichting betrekking heeft op dezelfde concrete daad als de in de inleidende akte bedoelde oplichting
(1).
(1)- Ter zake werd eiser in cassatie voor de feitenrechter vervolgd (onder andere) wegens feiten van oplichting en poging tot oplichting. Deze misdrijven werden in de akte van aanhangigmaking respectievelijk omschreven als "namelijk door op bedrieglijke wijze hetzij de uitgifte van een ongedekte cheque, hetzij door te doen geloven dat de goederen door middel van een wissel zouden worden betaald dertig of vijftien dagen na de levering, zich de hierna vermelde goederen te hebben doen afgeven, ten nadele van ..." (tenlastelegging A) en als "gepoogd te hebben (...) namelijk ten nadele van de hierna vernoemde benadeelden, zich bedrieglijk hetzij door afgifte van een niet gedekte cheque, hetzij door te doen geloven dat de bestelde goederen zouden worden betaald hetzij binnen de dertig dagen, hetzij binnen de vijftien dagen na levering, de hierna vermelde goederen te hebben doen afleveren ..." (tenlastelegging B).
- In het bestreden arrest heromschrijven de appelrechters de listige kunstgreep uit de tenlasteleggingen A en B, zoals hoger geciteerd, als volgt: "namelijk zich de hierna omschreven goederen te hebben doen afleveren ten nadele van de hierna vernoemde benadeelden, door bij bestelling en de aflevering van de goederen gebruik te maken van de identiteit, de infrastructuur en de werkwijze van een voor derden bona fide vennootschap als bvba (...), bvba (...) en de nv (...) terwijl in werkelijkheid het systeem erin bestond dat de vennootschappen slechts als dekmantel dienden om de bestellingen te doen en de leveringen aan te nemen, en het nooit de bedoeling was de bestelde goederen te leveren en te betalen".
- Het hof van beroep oordeelt verder (onaantastbaar) dat de nieuwe misdrijfomschrijving geen wijziging in de vervolgde feiten brengt, maar erin is begrepen, en dat de vervolgde feiten deze zijn die vervolgd werden in de aanvankelijke vordering en de uitbreidende vorderingen van de procureur des Konings; vorderingen die niet de bedrieglijke middelen vermelden die werden aangewend om de afgifte van goederen te bekomen en aldus verwijzen naar alle bedrieglijke middelen bedoeld in artikel 496, Strafwetboek en die terug te vinden zijn in de feitelijke gegevens van de klachten en processen-verbaal gevoegd bij deze vorderingen.
- Voor een goed begrip: het bestreden arrest wijzigt in casu de kwalificatie of de juridische omschrijving van de feiten niet. De appelrechters gaan alleen de feitelijke omschrijving van de als oplichting en poging tot oplichting gekwalificeerde feiten veranderen: ze wijzigen enkel de beschrijving van de feiten, namelijk de feitelijke gegevens die samen het misdrijf uitmaken. Op zich worden hierdoor de kwalificatie en het feit, voorwerp van de vervolging, niet gewijzigd. Waar het hoger gemaakt onderscheid als al té theoretisch zou worden ervaren kan als eenvoudige (en dus verarmende) praktische vuistregel gelden dat de rechter er alleen moet over waken dat hij de concrete materiële gedragingen bedoeld in de akte van aanhangigmaking niet mag substitueren door andere. (MT) Thesaurus CAS: OPLICHTING Vrije woorden: OPLICHTING Bestanddelen van het misdrijf Listige kunstgrepen Omschrijving Heromschrijving door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.496 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0649.N M P J, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bart Spriet, advocaat bij de balie te Turnhout, tegen
- OFFICE AUTOMATION bvba, met zetel te 2240 Zandhoven, Sint-Jozefstraat 1, burgerlijke partij,
- DOLMEN COMPUTER APPLICATIONS nv, met zetel te 1654 Huizingen, Vaucampslaan 42, burgerlijke partij,
- EDIAC nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Paardenmarkt 69-71, burgerlijke partij,
- SATTELIET BELGIUM bvba, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Gulden Vliesstraat 42, burgerlijke partij,
- TOBIE DE PRINS bvba, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Sint-Katelijnevest 30-32, burgerlijke partij,
- MINOLTA BUSINESS EQUIPMENT nv, met zetel te 1930 Zaventem, Excelsiorlaan 12, burgerlijke partij,
- CENTRAL AUTO nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Italiëlei 103-113, burgerlijke partij,
- AXI nv, met zetel te 2830 Willebroek, Molenweg 107, burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 28 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden arrest is ten aanzien van de verweerster Axi nv bij verstek gewezen. Het cassatieberoep, ingesteld op 10 april 2006 vooraleer voor deze verweerster de termijn van verzet verstreken was, is in zoverre niet ontvankelijk. Eerste middel Eerste onderdeel
- Het middel voert aan dat de appelrechters de eiser veroordelen wegens feiten welke niet het voorwerp uitmaakten van de akte van aanhangigmaking. Meer bepaald mochten zij niet de listige kunstgreep, als constitutief bestanddeel van de aan de eiser verweten oplichting, heromschrijven als: "bij de bestelling en de aflevering van de goederen gebruik te maken van de identiteit, de infrastructuur en de werkwijze van een voor derden bona fide vennootschap", waar de verwijzingsbeschikking zelf uitdrukkelijk als enige listige kunstgrepen de uitgifte van cheques zonder dekking en het uitschrijven van een wisselbrief om aan betaling binnen een bepaalde termijn te doen geloven, vermeldde.
- In correctionele of politiezaken maakt de door een onderzoeksgerecht gewezen beschikking tot verwijzing of de dagvaarding om voor het vonnisgerecht te verschijnen, niet de daarin vermelde kwalificatie en omschrijving bij de vonnisgerechten aanhangig, maar de feiten zoals ze blijken uit de stukken van het onderzoek of het opsporingsonderzoek en die aan de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding ten grondslag liggen. De strafrechter moet aan het strafbare feit de juiste kwalificatie en omschrijving geven, en mag daartoe de vermeldingen van de telastlegging aanpassen, verbeteren of vervangen. Hij moet daarbij evenwel bij het gepleegde feit blijven, zoals het bepaald of bedoeld is in de akte die de zaak bij hem aanhangig maakt. Zo mag hij inzake oplichting, bij wijze van heromschrijving, de listige kunstgreep nader beschrijven of vervangen, mits de bedoelde materiële gedraging geen substitutie ondergaat. Ook na deze wijziging moet de aldus omschreven oplichting betrekking hebben op dezelfde concrete daad als de in de inleidende akte bedoelde oplichting.
- De appelrechters motiveren de voormelde heromschrijving als volgt: "Het hof (van beroep) is bij de nieuwe misdrijfomschrijving alleen beperkt door de vervolgde feiten en niet door de voorheen gegeven misdrijfomschrijvingen in eindvorderingen of verwijzingsbeschikkingen of dagvaardingen die te dezen de waarde hebben van een dagstelling vanwege de procureur des Konings. De vervolgde feiten zijn deze die vervolgd werden in de aanvankelijke vordering en de uitbreidende vorderingen van de procureur des Konings waarbij de strafvordering werd ingesteld wegens oplichting en poging tot oplichting. Deze vorderingen vermelden niet de bedrieglijke middelen die werden aangewend om de afgifte van de goederen te bekomen of gepoogd werd te bekomen, en verwijzen dus naar alle bedrieglijke middelen bedoeld bij artikel 496 van het Strafwetboek die terug te vinden zijn in de feitelijke gegevens van de klachten en processen-verbaal gevoegd bij deze vorderingen. De ter kennis gebrachte nieuwe misdrijfomschrijving wijzigt het bedrieglijk middel vermits uit het onderzoek van de feitelijke gegevens van de klachten en/of processen-verbaal, gevoegd aan de aanvankelijke uitbreidende vorderingen blijkt dat dit het middel is dat werd aangewend bij elke oplichting of poging daartoe. De nieuwe misdrijfomschrijving brengt dus geen wijziging in de vervolgde feiten maar is erin begrepen".
- Met deze motivering zeggen de appelrechters niet dat zij zich mogen adiëren voor andere feiten dan deze die in de verwijzingsbeschikking worden bedoeld, zodra zij het voorwerp hebben uitgemaakt van het opsporings- of gerechtelijk onderzoek. Zij oordelen alleen dat zij niet gebonden zijn door de voorgaande misdrijfomschrijvingen, ook niet in de verwijzingsbeschikking, en dat zij kunnen heromschrijven mits het vervolgde feit hetzelfde blijft als bedoeld in deze verwijzingsbeschikking. Met verwijzing naar de bewoordingen van de aanvankelijke en uitbreidende vorderingen stellen zij onaantastbaar vast dat dit te dezen het geval is.
- Uit deze motivering blijkt niet dat de vermelde heromschrijving van de listige kunstgreep verder reikt dan een betere en juistere beschrijving van een zelfde daad, en dat de appelrechters daardoor andere gedragingen beoordelen die in de verwijzingsbeschikking niet waren bedoeld. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel is geheel afgeleid uit de vergeefs in het eerste onderdeel aangevoerde rechtsopvatting dat het de rechter in de gegeven omstandigheden niet toegelaten was de listige kunstgrepen zoals omschreven in de akte van aanhangigmaking, te heromschrijven. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede middel
- Met de in het middel aangehaalde motivering stellen de appelrechters niet alleen vast dat de eiser bij de bestellingen liet uitschijnen de te leveren goederen te willen betalen, maar in werkelijkheid deze niet wilde betalen. Zij stellen daarenboven vast dat hij derden liet geloven aan het bestaan van een valse onderneming, met name een vennootschap die haar wettelijk maatschappelijk doel zou nastreven, waarbij hij evenwel niet de verwezenlijking van het maatschappelijk doel van de vennootschappen beoogde maar de vennootschapsvorm misbruikte om zich goederen te doen afleveren. Zij oordelen aldus wettig tot dat er listige kunstgrepen bestaan. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel Eerste onderdeel
- De appelrechters oordelen dat de heromschreven listige kunstgreep het middel is dat werd aangewend bij elke oplichting of poging, en dat "bij de feiten van poging tot oplichting (...) hetzelfde bedrieglijk middel (werd) aangewend, en (...) de afgifte van de goederen verhinderd werd door het gerechtelijk optreden". Zij beantwoorden aldus eisers conclusie. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- De appelrechters oordelen dat onder meer de eiser de feitelijke leiding had van Socrates bvba en Gradilec bvba tijdens de incriminatieperiodes, waarbij hij evenwel niet de verwezenlijking van het maatschappelijk doel van de vennootschappen beoogde, maar de vennootschapsvorm misbruikte om zich goederen te doen afleveren met de voorafbestaande intentie de goederen niet te betalen. Zij beantwoorden aldus eisers verweer van niet-betrokkenheid bij alle telastleggingen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- In zoverre het onderdeel betrekking heeft op de beslissing inzake de civielrechtelijke vordering van de verweerster Axi nv, zonder de ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen die beslissing zelf aan te voeren, is het niet ontvankelijk. Voor het overige beantwoorden de appelrechters eisers conclusie niet met betrekking tot de civielrechtelijke vordering van de verweerster Minolta Business Equipment nv. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de civielrechtelijke vordering van de verweerster Minolta Business Equipment nv. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser in negen tienden van de kosten en legt de overige kosten ten laste van de verweerster Minolta Business Equipment nv. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Begroot de kosten op 208,23 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 september 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150210.1 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240917.2N.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070220.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.7 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110524.6 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140527.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.5 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171121.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div