id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060912.3 Rolnummer: P.06.0598.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-12-19 Raadplegingen: 587 - laatst gezien 2026-07-04 06:56 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 5 Strafwetboek doet geen afbreuk aan de gewone regels van toerekening van een misdrijf aan de daders of de mededaders ervan. Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Algemeen Vrije woorden: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Algemeen Artikel 5 Strafwetboek Deelneming Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.66 Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Vrije woorden: MISDRIJF - DEELNEMING Artikel 5 Strafwetboek Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.66 Fiche 3 De bedrijfsleider is strafrechtelijk verantwoordelijk voor het door zijn aangestelde op zijn bevel of met zijn toelating begane misdrijf
(1).
(1)Cass., 17 maart 1958, A.C., 1958,
- Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Natuurlijke personen Vrije woorden: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Natuurlijke personen Bedrijfsleider Strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor aangestelde Annotaties Publicaties: N.C. - Dirk VAN DAELE; De aanpassing van de straf van een in het buitenland veroordeelde en opgesloten persoon die naar België wordt overgebracht. - 2008, 186-188 N.C. - Mar DE SWAEF; Conclusie. - 2008, 185-186 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0598.N P N, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Danny Cool, advocaat bij de balie te Veurne. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Dendermonde van 6 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert aan dat het bestreden vonnis niet antwoordt op de bij conclusie opgeworpen betwistingen, minstens zijn beslissing niet naar recht verantwoordt, en dat, anders dan het bestreden vonnis beslist, de door de eiser bij de rechters opgeworpen argumentatie "wel degelijk kant en wal raakt", zoals zal blijken uit het tweede middel, derde onderdeel. Hieruit leidt het een schending af van artikel 780 Gerechtelijk Wetboek.
- Artikel 780 Gerechtelijk Wetboek bepaalt de vermeldingen welke het vonnis op straffe van nietigheid moet bevatten. Geen van de vermelde aanvoeringen heeft daarmee uitstaans. Het middel faalt naar recht. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat de strafbare overschrijding van de totale toegelaten massa slechts kan worden toegerekend aan de materiële dader daarvan en aan de economische gebruiker van het voertuig, terwijl de eiser niet de materiële dader is en de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersonen van artikel 5 Strafwetboek verhindert een natuurlijk persoon, orgaan van een rechtspersoon, te aanzien als economisch gebruiker van het voertuig.
- Artikel 5 Strafwetboek doet geen afbreuk aan de gewone regels van toerekening van een misdrijf aan de daders of mededaders ervan. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat het bestreden vonnis niet wettig het bestaan in hoofde van de eiser van het voor de strafbare overlading vereiste morele bestanddeel vaststelt.
- Het bestreden vonnis rekent het misdrijf van de overlading toe aan de eiser, bestuurder van de firma, omdat hij duidelijk niet de maatregelen heeft genomen om te vermijden dat er overladen werd gereden. Het stelt hiermede wettig de schuld van de eiser vast. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
- Voor het overige komt het onderdeel op tegen de beoordeling van de feiten door de rechters, en is het niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat de schuld aan een misdrijf van overlading door iemand die niet de materiële dader is, anders beoordeeld moet worden dan deze van de materiële dader en dat alleszins moet worden aangetoond dat de niet-materiële dader weet had van het misdrijf.
- De bedrijfsleider is strafrechtelijk verantwoordelijk voor het door zijn aangestelde op zijn bevel of met zijn toelating begane misdrijf. Op de bedrijfsleider rust de wettelijke plicht de nodige en gepaste maatregelen te nemen opdat de chauffeur in dienst van zijn onderneming, geen hem toevertrouwd voertuig in het verkeer op de openbare weg bezigt dat overladen is. De schuld van de bedrijfsleider vloeit in dat geval voort uit de kennis van de opdracht van zijn chauffeur om een hem toevertrouwd voertuig in het verkeer op de openbare weg te brengen. Het onderdeel faalt naar recht. Derde middel
- Het middel voert vooreerst aan dat eisers schuld niet wettig bewezen wordt verklaard.
- Het middel berust op juridische onderstellingen die reeds hoger werden afgewezen. Het middel faalt in zoverre naar recht.
- Het middel voert vervolgens aan dat het bestreden vonnis wel de principiële verantwoordelijkheid van de rechtspersoon vaststelt, maar niet overgaat tot de beoordeling van de zwaarste fout in de zin van artikel 5, tweede lid, Strafwetboek.
- Overeenkomstig artikel 5, tweede lid, Strafwetboek kan de natuurlijke geïdentificeerde persoon die de fout wetens en willens heeft gepleegd, samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld. In dit geval moet de rechter de zwaarte van ieders fout niet beoordelen. Het middel faalt in zoverre naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère en Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 12 september 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060912.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170329.1 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210428.2F.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231212.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div