← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060919.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060919.5 Rolnummer: P.06.0608.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2007-01-04 Raadplegingen: 695 - laatst gezien 2026-07-04 03:40 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De loutere omstandigheid dat, nadat zaken samen werden behandeld, daarin afzonderlijke vonnissen of arresten worden gewezen, tast de wettigheid van deze vonnissen of arresten niet aan. Thesaurus CAS: SAMENHANG Vrije woorden: SAMENHANG Strafzaken Verschillende beklaagden Beslissing om de verschillende zaken samen te behandelen Afzonderlijke veroordelende beslissingen Wettigheid Fiches 2 - 4 Dat een beklaagde in het kader van de behandeling van zijn zaak voor het vonnisgerecht geen kopie heeft gekregen van enkele stukken van het strafdossier, is geen miskenning van het recht van verdediging of van het algemeen rechtsbeginsel inzake de wapengelijkheid, noch een schending van de artikelen 6.1 en 6.3.b E.V.R.M. of van artikel 297 Wetboek van Strafvordering, wanneer die beklaagde, zoals de appelrechters vaststellen, van die enkele stukken inzage heeft gekregen en deze alleszins tijdig heeft kunnen verifiëren, zodat hij ze derhalve voor de feitenrechter kan tegenspreken of zich erop kan beroepen. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Rechtspleging voor het vonnisgerecht Toelating tot inzage van het strafdossier Weigering tot het afleveren van kopie van enkele stukken van het strafdossier Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Eerlijk proces Strafzaken Rechtspleging voor het vonnisgerecht Toelating tot inzage van het strafdossier Weigering tot het afleveren van kopie van enkele stukken van het strafdossier Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Recht van verdediging Rechtspleging voor het vonnisgerecht Toelating tot inzage van het strafdossier Weigering tot het afleveren van kopie van enkele stukken van het strafdossier Fiche 5 Voor een schuldigverklaring aan een van de witwasmisdrijven van artikel 505, eerste lid, 2°, 3° en 4°, Strafwetboek, is tenminste vereist, maar volstaat het dat de dader van de verrichtingen de delictuele oorsprong of de illegale herkomst van de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek kende of moest kennen, zonder dat hij steeds de precieze oorsprong of herkomst daarvan moest kennen, op voorwaarde dat hij in de feitelijke omstandigheden waarin hij de verrichtingen uitvoerde, moest weten dat de zaken geen andere dan een delictuele oorsprong of illegale herkomst hadden

(1).
(1)Zie Cass., 9 juni 1999, AR P.99.0231.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990609.19, nr 340; 21 juni 2000, AR P.99.1285.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000621.30, P.00.0351.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000621.30 en P.00.0856.F, nr 387; 25 sept. 2001, AR P.01.0725.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010925.7, nr 493; 9 mei 2006, AR P.06.0242.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060509.3, nr ... Thesaurus CAS: HELING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Heling Vrije woorden: HELING Witwassen van vermogensvoordelen Bestanddelen Kennis van de delictuele oorsprong of illegale herkomst van de vermogensvoordelen Fiches 6 - 9 Daar het voor een schuldigverklaring aan een van de witwasmisdrijven van artikel 505, eerste lid, 2°, 3° en 4°, Strafwetboek niet noodzakelijk vereist is dat de dader de precieze oorsprong of herkomst van de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek kende of moest kennen, kan geen miskenning van het recht van verdediging, van de bewijslast in strafzaken of van het vermoeden van onschuld worden afgeleid uit het feit dat het openbaar ministerie die precieze oorsprong evenmin kende en dus in zijn dagvaarding, rechtsvordering of oproeping niet kon vermelden aan welke misdrijven de beweerdelijk witgewassen gelden gerelateerd waren
(1).
(1)Zie Cass., 9 mei 2006, AR P.06.0242.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060509.3, nr ... Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Heling Witwassen van vermogensvoordelen Kennis van de delictuele oorsprong of illegale herkomst van de vermogensvoordelen Precieze oorsprong of herkomst niet gekend door het openbaar ministerie Geen precisering of vermelding in de dagvaarding, rechtsvordering of oproeping Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.2 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.2 Vermoeden van onschuld Heling Witwassen van vermogensvoordelen Kennis van de delictuele oorsprong of illegale herkomst van de vermogensvoordelen Precieze oorsprong of herkomst niet gekend door het openbaar ministerie Geen precisering of vermelding in de dagvaarding, rechtsvordering of oproeping Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Recht van verdediging Heling Witwassen van vermogensvoordelen Kennis van de delictuele oorsprong of illegale herkomst van de vermogensvoordelen Precieze oorsprong of herkomst niet gekend door het openbaar ministerie Geen precisering of vermelding in de dagvaarding, rechtsvordering of oproeping Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Witwassen van vermogensvoordelen Kennis van de delictuele oorsprong of illegale herkomst van de vermogensvoordelen Precieze oorsprong of herkomst niet gekend door het openbaar ministerie Geen precisering of vermelding in de dagvaarding, rechtsvordering of oproeping Annotaties Publicaties: R.W. - T.LOQEUT; Moreel bestanddeel van witwassen...ongekende oorsprong. - 2007-2008, 609-612 N.C. - Eric DOOREN; De feitelijke precisering van het aan een witwashandeling voorafgaand basismisdrijf wordt steeds minder vereist. - 2007, 215-218 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0608.N TIMMERMANS Marc, geboren te Genk op 12 augustus 1963, wonende te 3500 Hasselt, Bosstraat 84/16, beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Caroline De Baets en mr. Raf Verstraeten, advocaten bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, van 16 maart
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 226 en 227, inzonderheid 3°, Wetboek van Strafvordering op grond dat de appelrechters na eerst de zaak tegen de eiser en de zaak tegen een andere beklaagde samen te hebben behandeld, in deze zaken afzonderlijk arresten hebben gewezen.
  3. De loutere omstandigheid dat nadat zaken samen werden behandeld, daarin afzonderlijke vonnissen of arresten worden gewezen, tast de wettigheid van deze vonnissen of arresten niet aan. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
  4. Het middel voert schending aan van de artikelen 127, derde lid, en 297 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 6.1 en 6.3.b EVRM en miskenning van de algemene rechtsbeginselen inzake het recht van verdediging en inzake de wapengelijkheid op grond dat de appelrechters ten onrechte oordelen dat eisers recht van verdediging niet was miskend ondanks de vatstelling dat hem kopie was geweigerd van een aantal stukken van het strafdossier.
  5. Dat een beklaagde in het kader van de behandeling van zijn zaak voor het vonnisgerecht geen kopie heeft gekregen van enkele stukken van het strafdossier, is geen miskenning van het recht van verdediging of van het algemeen rechtsbeginsel inzake de wapengelijkheid, noch een schending van de artikelen 6.1 en 6.3.b EVRM of van artikel 297 Wetboek van Strafvordering, wanneer hij die beklaagde zoals de appelrechters vaststellen, van die enkele stukken inzage heeft gekregen en deze alleszins tijdig heeft kunnen verifiëren, zodat hij ze derhalve voor de feitenrechter kan tegenspreken of zich erop kan beroepen. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
  6. Het middel voert schending aan van de artikelen 505, eerste lid, 2°, 3° en 4°, Strafwetboek en de artikelen 6.2 en 6.3.a EVRM en miskenning van de algemene rechtsbeginselen inzake het recht van verdediging, inzake de bewijslast in strafzaken en inzake het vermoeden van onschuld, op grond dat de appelrechters ten onrechte oordelen dat eisers recht van verdediging niet was miskend ondanks de vaststelling dat in de omschrijving van de tenlasteleggingen in de dagvaarding niet was aangegeven aan welke misdrijven de beweerdelijk witgewassen gelden gerelateerd waren.
  7. Voor een schuldigverklaring aan een van de witwasmisdrijven van artikel 505, eerste lid, 2°, 3° en 4°, Strafwetboek is ten minste vereist, maar volstaat het dat de dader van de verrichtingen de delictuele oorsprong of illegale herkomst van de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek kende of moest kennen, zonder dat hij steeds de precieze oorsprong of herkomst daarvan moest kennen, op voorwaarde dat hij in de feitelijke omstandigheden waarin hij de verrichtingen uitvoerde, moest weten dat de zaken geen andere dan een delictuele oorsprong of illegale herkomst hadden.
  8. Daar het voor een schuldigverklaring aan een van de witwasmisdrijven van artikel 505, eerste lid, 2°, 3° en 4°, Strafwetboek niet noodzakelijk is vereist dat de dader de precieze oorsprong of herkomst van de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek kende of moest kennen, kan geen miskenning van het recht van verdediging worden afgeleid uit het feit dat het openbaar ministerie die precieze oorsprong evenmin kende en ze dus niet kon vermelden in zijn dagvaarding, rechtsvordering of oproeping. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 94,74 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère en Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 19 september 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van de griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060919.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240220.2N.22 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990609.19 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000621.30 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010925.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060509.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061128.9 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131217.7 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170912.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.