← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060922.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060922.2 Rolnummer: C.05.0307.N Kamer: 1N + Eerste Kamer + Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2006-12-04 Raadplegingen: 573 - laatst gezien 2026-07-03 18:01 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De burgerlijke rechter die het principieel recht van de eiser op schadevergoeding ten laste van de verweerder ingevolge een veroordeling daartoe tot één frank ten provisionele titel bij een in kracht van gewijsde getreden correctioneel vonnis, uitsluit om reden dat de vermelding van "één frank ten provisionele titel" zulks niet toelaat, geeft aldus van bedoeld vonnis een uitlegging die met de bewoordingen ervan onverenigbaar is. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Burgerlijke rechtsvordering Vrije woorden: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Burgerlijke rechtsvordering Veroordeling tot een schadevergoeding van één frank ten provisionele titel Wettelijke bepalingen: Wet - 14-02-1995 - Artt.1319,1320 Thesaurus CAS: BEWIJSKRACHT VAN DE AKTEN Vrije woorden: BEWIJSKRACHT VAN DE AKTEN Schending van de bewijskracht Correctioneel vonnis Veroordeling op burgerlijk gebied tot een schadevergoeding van één frank ten provisionele titel Draagwijdte Miskenning Wettelijke bepalingen: Wet - 14-02-1995 - Artt.1319,1320 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0307.N C. M.-L., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Waefelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen

  1. PRAYON, naamloze vennootschap, met zetel te 4480 Engis, Rue Joseph Wauters 144, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149 bus 20, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan.
  2. V.A. L., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 16 februari 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  3. Het arrest stelt vast dat de eiseres, echtgenote van K. D. C. die is overleden ingevolge een arbeidsongeval te Antwerpen op 1 november 1998, zich voor de Correctionele Rechtbank te Mechelen burgerlijke partij stelde tegen de verweerster voor: - 134.000 BEF als erfgenaam van het slachtoffer; - "1 BEF provisioneel" als "gemeenrechtelijke vordering ten belope van het meerbedrag (...) uit hoofde van het niet door de Arbeidsongevallenwet gedekte gedeelte van de eigen materiële schade na het overlijden van haar echtgenoot"; - 350.000 BEF voor morele schade wegens het verlies van haar echtgenoot; - 350.000 BEF schade "ex haerede". Het voorgelegde correctioneel vonnis van die rechtbank van 9 maart 2000 oordeelt dat: - "de burgerlijke partij C. M.-L. als schadevergoeding van de beklaagde en (de verweerster) opvordert de sommen 646.004 BEF ten definitieve titel en 1 BEF ten provisionele titel, te vermeerderen met de interesten en de kosten"; - "de door de burgerlijke M. C. en C. Y. (schoonzonen) gevorderde bedragen van telkens 75.000 BEF morele schade dienen herleid te worden tot telkens 45.000 BEF in hoofdsom"; - "de overige gevorderde bedragen kunnen worden toegekend zoals gevorderd en hierna bepaald wordt". Vervolgens veroordeelt voormeld vonnis de "beklaagde en verweerster solidair" tot onder meer betaling aan (...) eiseres "van de som van zeshonderd zesenveertig duizend en vier BEF ten definitieve titel en van één BEF ten provisionele titel, te vermeerderen met de vergoedende interesten en de kosten".
  4. Het arrest oordeelt dat wegens de immuniteit die is bepaald in artikel 46, ,§1, van de Arbeidsongevallenwet de eiseres geen vordering kan stellen tegen de verweerster en verwerpt, na het citeren van de bewoordingen van voormeld correctioneel vonnis, het verweer van de eiseres dat er gezag van gewijsde is van dit vonnis dat principieel de schade waarvoor zij 1 BEF ten titel van provisie vorderde, toekende met de redenen: - "uit voorgaande kan niet worden afgeleid dat de strafrechter door deze uitspraak het beweerd surplus van de schade van (de eiseres), dat niet in de wet werd vergoed, boven deze provisionele frank te recupereren, gegrond achtte"; - de vermelding van 'één frank ten provisionele titel' zulks niet (toe)laat; - "in casu (...) de motieven 'ontbreken' waarop de burgerlijke vordering door de correctionele rechter werd toegekend, alleszins wordt geen melding gemaakt nopens enige betwisting inzake immuniteit"; Vervolgens beslist het arrest dat "in casu (...) dan ook (moet) besloten worden dat (de eiseres) geen gemeenschappelijke vordering meer kon stellen tegen de werkgever van haar overleden echtgenoot en diens aangestelde".
  5. Het arrest dat met die redenen het principieel recht van de eiseres op vergoeding van het niet door de Arbeidsongevallenwet gedekte gedeelte van de eigen materiële schade na het overlijden van haar echtgenoot uitsluit, geeft aldus met de daartoe aangehaalde redenen van voormeld correctioneel vonnis een uitlegging die met de bewoordingen ervan onverenigbaar is.
  6. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  7. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar hetn Hof van Beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Londers en Eric Dirix, en op de openbare terechtzitting van tweeëntwintig september tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060922.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20071212.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.