id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.5 Rolnummer: P.06.0494.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-12-11 Raadplegingen: 492 - laatst gezien 2026-07-03 23:21 Versie(s): Vertaling FR Fiche Eenstemmigheid is vereist wanneer de appelrechters op het hoger beroep van het openbaar ministerie de beklaagde schuldig achten aan drie tenlasteleggingen A, B en C en hem hiervoor slechts één straf opleggen, namelijk dezelfde die de eerste rechter, na vrijspraak voor de tenlastelegging C, voor de vermengde tenlasteleggingen A en B had opgelegd
(1)
(2).
(1)Cass., 20 mei 1980, A.C., 1979-1980, 1166.
(2)R. DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2003, nr
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Veroordeling door de eerste rechter tot één straf voor bepaalde tenlasteleggingen Vrijspraak door de eerste rechter voor een tenlastelegging Hervorming Veroordeling voor alle tenlasteleggingen Voortgezet misdrijf Behoud van de straf opgelegd door de eerste rechter Vereiste Tekst van de beslissing Nr. P.06.0494.N D T D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Paul Geukens, advocaat bij de balie te Tongeren. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Tongeren van 15 maart
- De eiser voert in een memorie grieven aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
- De memorie werd op 25 september 2006 ontvangen ter griffie van het Hof, dit is zowel minder dan acht dagen voor de terechtzitting als na verloop van meer dan twee maanden sedert de dag waarop de zaak op de algemene rol is ingeschreven.
- De memorie is krachtens artikel 420bis, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering niet ontvankelijk. Ambtshalve middel
- Geschonden wettelijke bepaling - artikel 211bis Wetboek van Strafvordering.
- De eiser werd vervolgd wegens onopzettelijke slagen en verwondingen (telastlegging A) en voor twee verkeersrechtelijke inbreuken (telastleggingen B en C). De eerste rechter verklaarde hem schuldig aan de telastleggingen A en B en veroordeelde hem uit dien hoofde tot één straf. Hij sprak hem evenwel vrij voor de telastlegging C. Op het hoger beroep van het openbaar ministerie verklaren de appelrechters de eiser schuldig aan de drie telastleggingen A, B en C en leggen de eiser hiervoor slechts één straf op, namelijk dezelfde straf als de eerste rechter voor de vermengde telastleggingen A en B had opgelegd. Zij doen deze uitspraak zonder eenstemmigheid. Aldus schendt het bestreden vonnis de vermelde wetsbepaling. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Hasselt, zetelende in hoger beroep. Begroot de kosten op 77,15 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 26 september 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.5 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120515.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div