← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.8 Rolnummer: P.05.1663.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2020-12-14 Raadplegingen: 852 - laatst gezien 2026-07-04 02:26 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2006:CONC.20060926.8 Fiches 1 - 2 Wanneer, ingeval de strafvordering tegen een rechtspersoon en tegen degene die bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen wordt ingesteld wegens dezelfde of samenhangende feiten, door de rechtbank een lasthebber ad hoc is aangewezen om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, is uitsluitend deze lasthebber ad hoc bevoegd om namens deze rechtspersoon, in diens hoedanigheid van beklaagde, rechtsmiddelen, met inbegrip van cassatieberoep, aan te wenden tegen de beslissingen over de tegen deze rechtspersoon ingestelde strafvordering

(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Rechtspersoon - Vertegenwoordiging - Lasthebber ad hoc - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Aanwending van rechtsmiddelen - Rechtspersoon - Vertegenwoordiging - Lasthebber ad hoc - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. VANDEWAL, Cass., 26 sept. 2006, AR P.05.1663.N, A.C., 2006, nr ... Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Rechtspersoon - Vertegenwoordiging - Lasthebber ad hoc - Bevoegdheid Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Aanwending van rechtsmiddelen - Rechtspersoon - Vertegenwoordiging - Lasthebber ad hoc - Bevoegdheid Tekst van de beslissing Nr. P.05.1663.N
  1. V D F S, beklaagde, met als raadsman Mr. Lieven Diependaele, advocaat bij de balie te Oudenaarde,
  2. GARAGE CARROSSERIE VANHOONACKER, thans bvba DV SERVICES, beklaagde en civielrechtelijk aansprakelijke partij, met als raadsman Mr. Pieter Van Lierde, advocaat bij de balie te Oudenaarde, eisers. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis, op 21 oktober 2005 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Oudenaarde. De beide eisers voeren in een gemeenschappelijke memorie die aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Het artikel 2bis Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen, bepaalt: "Ingeval de strafvordering tegen een rechtspersoon en tegen degene die bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, wordt ingesteld wegens dezelfde of samenhangende feiten, wijst de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van de strafvordering tegen de rechtspersoon, ambtshalve of op verzoekschrift, een lasthebber ad hoc aan om deze te vertegenwoordigen."
  4. Wanneer een lasthebber ad hoc door de rechtbank is aangewezen om een rechtspersoon te vertegenwoordigen, is uitsluitend deze lasthebber ad hoc bevoegd om namens deze rechtspersoon rechtsmiddelen, met inbegrip van cassatieberoep, aan te wenden tegen de beslissingen over de tegen deze rechtspersoon ingestelde strafvordering.
  5. Te dezen werd de eiser sub 1, te weten de natuurlijke persoon, gedagvaard wegens inbreuk op artikel 67ter, vierde alinea, Wegverkeerswet (telastlegging A). Tevens werd de eiseres sub 2, te weten de rechtspersoon, gedagvaard wegens inbreuk op artikel 67ter, vierde alinea, Wegverkeerswet (telastlegging B) en, in alternatieve orde met de telastlegging B, gedagvaard om zich burgerrechtelijk en solidair aansprakelijk te horen verklaren met de eiser sub 1, haar aangestelde, voor de geldboete en de kosten. Niemand heeft zich in deze procedure burgerlijke partij gesteld.
  6. Ter terechtzitting van 23 september 2005 werd, op verzoekschrift, door de correctionele rechtbank te Oudenaarde mr. K. Piteus, advocaat te Geraardsbergen, aangewezen als lasthebber ad hoc voor de eiseres sub 2, te weten de rechtspersoon.
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het bestreden vonnis op tegenspraak werd uitgesproken ten aanzien van alle partijen, met inbegrip van de lasthebber ad hoc.
  8. Op 7 november 2005 is mr. P. Scheerlinck, advocaat te Oudenaarde, ter correctionele griffie van de rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde verschenen om namens bvba Garage Carrosserie Vanhoonacker, thans bvba DV Services, cassatieberoep in te stellen als beklaagde en in alternatieve orde als burgerlijk aansprakelijke.
  9. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het cassatieberoep voor de eiseres sub 2 werd ingesteld door of namens de lasthebber ad hoc. Uit die stukken blijkt evenmin dat mr. Karen Piteus van haar opdracht van lasthebber ad hoc door de correctionele rechtbank is ontheven en bij beslissing van diezelfde rechtbank in die opdracht opgevolgd werd door mr. Pieter Van Lierde. Het cassatieberoep van de eiseres sub 2 in zoverre gesteld in haar hoedanigheid van beklaagde is derhalve niet ontvankelijk.
  10. De appelrechters hebben de eiseres sub 2 niet burgerrechtelijk en solidair aansprakelijk verklaard met de eiser sub
  11. Het cassatieberoep van de eiseres sub 2 is in zoverre gesteld in haar hoedanigheid van civielrechtelijk aansprakelijke partij bij gebrek aan belang eveneens niet ontvankelijk. Onderzoek van de middelen Eerste middel
  12. Het artikel 5, eerste lid, Strafwetboek, ingevoegd bij voornoemde wet van 4 mei 1999, bepaalt: "Een rechtspersoon is strafrechtelijk verantwoordelijk voor misdrijven die hetzij een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen, of die, naar blijkt uit de concrete omstandigheden, voor zijn rekening zijn gepleegd."
  13. Aldus kan de rechtspersoon voor alle misdrijven verantwoordelijk gesteld worden. Alle aan een rechtspersoon toegerekende misdrijven worden immers door natuurlijke personen in concreto verwerkelijkt. Het middel faalt in zoverre naar recht.
  14. Voor het overige is het middel in zoverre het aanvoert "dat de natuurlijke persoon ook niet via de omweg van (artikel 5 Strafwetboek) kan veroordeeld worden voor een beweerde inbreuk op artikel 67ter" zonder te vermelden waarin die onwettigheden bestaan, wegens onduidelijkheid niet ontvankelijk. Tweede en zesde middel
  15. De middelen hebben uitsluitend betrekking op de eiseres sub
  16. Gelet op de onontvankelijkheid van het cassatieberoep ingesteld door de eiseres sub 2 behoeven die middelen geen antwoord. Derde middel
  17. Geen wetsbepaling vereist dat de voor de bestraffing noodzakelijke aanwijzing van wetsartikelen die reeds in de motivering zijn vermeld, nogmaals in het dispositief zouden worden aangewezen. Het middel faalt naar recht. Vierde middel
  18. Het artikel 5, tweede lid, Strafwetboek, regelt de gevallen waarin de aansprakelijkheid van een natuurlijke persoon en die van een rechtspersoon in het gedrang zijn gebracht door hetzelfde misdrijf. Het sluit de cumulatie van de aansprakelijkheden uit door alleen rekening te houden met die van de persoon die de zwaarste fout heeft begaan, met, als enige uitzondering, het geval waarin de geïdentificeerde natuurlijke persoon wetens en willens gehandeld heeft. In zoverre faalt het middel, dat steunt op een verkeerde rechtsopvatting, naar recht.
  19. De appelrechters oordelen met de redenen die zij vermelden, dat de eiser sub 1 de inbreuk wetens en willens heeft begaan. Aldus dienden zij niet meer na te gaan wie de zwaarste fout heeft begaan. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Vijfde middel
  20. Overeenkomstig artikel 5, tweede lid, tweede zin, Strafwetboek kan de geïdentificeerde natuurlijke persoon samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld indien hij de fout wetens en willens heeft gepleegd. Deze bepaling is van toepassing zowel op opzettelijke misdrijven als op onachtzaamheidsmisdrijven. Het middel faalt in zoverre naar recht.
  21. Wanneer een partij een feit ontkent, te dezen stelt "de fout geenszins wetens en willens" te hebben gepleegd, zonder daarover expliciet te concluderen, miskent de rechter het vermoeden van onschuld en de motiveringsplicht niet door zonder opgave van redenen het tegenovergestelde te beslissen. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
  22. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 26 september 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2006:CONC.20060926.8 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160913.4 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170131.6 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201104.2F.3 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210630.2F.10 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240626.2F.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.8 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111004.2 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120522.7 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151013.1 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160906.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171017.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.