← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061003.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061003.3 Rolnummer: P.06.0919.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-11-02 Raadplegingen: 179 - laatst gezien 2026-07-03 07:25 Versie(s): Vertaling FR Fiche Geen observatie als bedoeld in artikel 47sexies, Wetboek van Strafvordering is het feit dat een politieambtenaar bij de eigenaar van het pand, bewoond door een verdachte, inlichtingen over deze laatste inwint. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.06.0919.N E M, alias H S, alias O H, alias G S, alias S H, die woonplaats kiest op het kantoor van mr. Mathieu Lecompte te 9000 Gent, Coupure 5, beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Mathieu Lecompte, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 14 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Krachtens artikel 47sexies, ,§ 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering is observatie in de zin van dit wetboek het stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen. Overeenkomstig artikel 47sexies, ,§ 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering is een stelselmatige observatie in de zin van dit wetboek onder meer een observatie van meer dan vijf opeenvolgende dagen of van vijf niet-opeenvolgende dagen gespreid over een periode van een maand.
  3. Het feit dat een politieambtenaar bij de eigenaar van het pand, bewoond door een verdachte, inlichtingen over deze laatste inwint, is niet het waarnemen van personen, zaken, plaatsen of gebeurtenissen en is bijgevolg geen observatie als bedoeld in de voormelde wetsbepaling. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Anders dan het middel aanvoert, oordeelt het arrest niet dat de inlichtingen ingewonnen bij de huisbaas van de eiser een observatie is. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  5. Voor het overige komt het middel op tegen het onaantastbare oordeel in feite van het arrest dat er geen observatie geweest is als bedoeld in artikel 47sexies, ,§ 1, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering, of noopt het middel het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel
  6. De aanvoering dat de rechter zijn overtuiging laat steunen op andere elementen dan deze die blijken uit het strafdossier, is vreemd aan de motiveringsplicht. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Met verwijzing naar stuk 76 van het strafdossier stelt het arrest onaantastbaar vast dat D A en D K verklaringen hebben afgelegd bij hun eerste gesprek bij interceptie. Aldus laat het arrest die vaststelling steunen op de gegevens van het strafdossier. In zoverre het middel ervan uitgaat dat het arrest die vaststelling niet laat steunen op de gegevens van het strafdossier, mist het feitelijke grondslag. Derde middel
  8. Het middel is niet gericht tegen het bestreden arrest is is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 88,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 3 oktober 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061003.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.