id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061003.4 Rolnummer: P.06.0476.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2006-11-02 Raadplegingen: 544 - laatst gezien 2026-07-03 08:41 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Niet ontvankelijk is het cassatiemiddel dat enkel het toepasselijke wetsartikel betreft dat een feit bestraft, nu het voorschrift van artikel 411 Wetboek van Strafvordering dat bepaalt dat wanneer de uitgesproken straf dezelfde is als die welke bepaald is door de op de misdaad toepasselijke wet, niemand vernietiging van het arrest kan vorderen onder voorgeven dat bij de vermelding van de tekst van de wet een vergissing werd begaan, van algemene toepassing is en ook geldt voor wanbedrijven
(1).
(1)Cass., 3 mei 2000, AR P.99.1197.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000503.17, nr
- Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Vrije woorden: Veroordeling - Vergissing bij de vermelding van de tekst van de wet - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 411 en 414 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Veroordeling - Vergissing bij de vermelding van de tekst van de wet - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 411 en 414 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0476.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LEUVEN, eiser, vervolgende partij, tegen H F S, verweerder, beklaagde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Leuven van 27 februari
- De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. FEITEN De verweerder werd ingevolge een beschikking van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven van 28 januari 2005 naar de Politierechtbank van Leuven verwezen uit hoofde van een inbreuk op artikel 420bis Strafwetboek (telastlegging A) en inbreuken op de Wegverkeerswet en het Wegverkeersreglement (telastleggingen B tot en met F) wegens feiten die zich hebben voorgedaan op 2 april
- Bij vonnis van de Politierechtbank te Leuven van 5 september 2005 werd de verweerder voor deze vermengde telastleggingen tot een geldboete veroordeeld. Tevens werd hem een rijverbod opgelegd waarbij het herstel in het recht tot sturen afhankelijk wordt gemaakt van het slagen in een theoretisch, praktisch, medisch en psychologisch onderzoek. Het bestreden vonnis heromschreef het feit van de telastlegging A in een inbreuk op artikel 420 Strafwetboek. Voor het overige werd de verweerder wegens de heromschreven telastlegging A en alle andere telastleggingen samen tot een gevangenisstraf met uitstel en een geldboete veroordeeld. Tevens werden het uitgesproken rijverbod en de opgelegde onderzoeken bevestigd. III. BEOORDELING Middel
- Het middel voert aan dat de appelrechters ten onrechte het feit van de telastlegging A (artikel 420bis Strafwetboek) hebben heromschreven in een inbreuk op artikel 420 Strafwetboek en dat zij ten gevolge van het bewezen verklaren van de telastlegging A, zoals heromschreven, bij gebrek aan contraventionalisatie onbevoegd waren hierover te oordelen.
- Het middel betreft enkel het toepasselijke wetsartikel dat dit feit bestraft, namelijk artikel 420bis Strafwetboek, ingevoegd bij wet van 7 februari 2003, in werking getreden op 1 maart 2004, in plaats van artikel 420 Strafwetboek, zoals aangevuld bij de wet van 20 juli 2005, slechts in werking getreden op 31 maart
- In beide gevallen is de straf een gevangenisstraf van 8 dagen tot een jaar en een geldboete van 50 euro tot 1.000 euro.
- De raadkamer heeft de eiser naar de politierechtbank verwezen onder meer om als weggebruiker door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg een verkeersongeval te hebben veroorzaakt dat slagen en verwondingen aan een bepaald persoon tot gevolg heeft. Het bestreden vonnis veroordeelt hem voor dergelijk feit met al die vermelde bestanddelen.
- Daar naar de vaststellingen van het bestreden vonnis het feit plaats had op 2 april 2004, valt het nog onder de vroegere omschrijving van artikel 420bis Strafwetboek en niet onder het nieuwe aangevulde artikel 420 Strafwetboek.
- Artikel 411 Wetboek van Strafvordering bepaalt evenwel dat wanneer de uitgesproken straf dezelfde is als die welke bepaald is door de op de misdaad toepasselijk wet, niemand vernietiging van het arrest kan vorderen, onder voorgeven dat bij de vermelding van de tekst van de wet een vergissing werd begaan. Dit voorschrift is van algemene toepassing en geldt dus ook voor wanbedrijven. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Begroot de kosten op 60,58 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 3 oktober 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061003.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000503.17 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061108.7 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150513.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div