← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061003.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061003.5 Rolnummer: P.06.0735.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2006-11-02 Raadplegingen: 543 - laatst gezien 2026-07-04 04:41 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Wanneer de toestand van een veroordeelde in hoger beroep wordt verzwaard ofschoon het openbaar ministerie niet in hoger beroep was gekomen, vernietigt het Hof zonder verwijzing de bestreden beslissing in zoverre de door de eerste rechter uitgesproken straf werd verzwaard

(1).
(1)Zie: Penaal cassatieberoep van nu en straks: enkele denkrichtingen voor de toekomst, Rede uitgesproken op de plechtige openingszitting van het Hof van 1 september 2005, nrs 57 e.v., R.W., 2006, 761
(778). Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: Geen hoger beroep O.M. - Strafverzwaring Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 202 en 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Strafverzwaring in hoger beroep - Geen hoger beroep O.M. - Beperkte vernietiging zonder verwijzing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 202 en 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Vernietiging wegens onwettige strafverzwaring in hoger beroep Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 202 en 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0735.N D W J J F, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jean-Jacques Gernay, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Brugge van 14 april
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
  2. De appelrechters verklaren de eiser schuldig aan een inbreuk op artikel 8.3, lid 2, Wegverkeersreglement (telastlegging B), namelijk niet steeds in staat te zijn alle nodige rijbewegingen uit te voeren en voortdurend zijn voertuig goed in de hand te hebben. Zij motiveren deze schuldigverklaring met de vaststelling dat de eiser toegeeft dat hij permanent de beurskoersen opvolgt op het door hem beschreven toestel. Aldus verantwoorden zij hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Eerste middel
  3. De eerste rechter verklaarde de eiser schuldig aan de telastleggingen A (artikel 8.4 Wegverkeerreglement) en B (artikel 8.3, lid 2 Wegverkeersreglement) en veroordeelde hem wegens deze vermengde feiten tot een geldboete van 50 euro, verhoogd met 45 opdeciemen, of een vervangend rijverbod van 8 dagen. De tenuitvoerlegging van een gedeelte van 25 euro van de geldboete en het vervangend rijverbod werd uitgesteld gedurende drie jaar.
  4. Tegen dit vonnis heeft enkel de eiser hoger beroep ingesteld.
  5. Het bestreden vonnis verklaart de telastlegging A niet bewezen. Wegens het feit van de telastlegging B veroordeelt het de eiser tot een geldboete van 50 euro, verhoogd met 45 opdeciemen, of een vervangend rijverbod van 10 dagen. De tenuitvoerlegging van een gedeelte van 25 euro van de geldboete en van 5 dagen van het vervangend rijverbod wordt uitgesteld gedurende drie jaar.
  6. Door de toestand van de eiser te verzwaren ofschoon het openbaar ministerie niet in hoger beroep was gekomen, hebben de appelrechters de artikelen 202 en 203 Wetboek van Strafvordering geschonden. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  7. De onwettigheid van de straf of van de motivering ervan tast de wettigheid van de schuldigverklaring niet aan.
  8. Wat de schuldigverklaring betreft zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de door de eerste rechter uitgesproken straf verzwaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de overige helft daarvan ten laste van de Staat. Zegt dat er geen reden is tot verwijzing. Begroot de kosten op 53,99 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 3 oktober 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061003.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220608.2F.4 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220105.2F.1 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250917.2F.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.