id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061010.3 Rolnummer: P.06.0473.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Overige Invoerdatum: 2007-01-04 Raadplegingen: 508 - laatst gezien 2026-07-04 04:52 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 3 van de wet van 12 april 1957, waarbij de Koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming van de biologische hulpbronnen van de zee, bestraft enkel de overtreding van de uitvoeringsbesluiten van deze wet en niet rechtstreeks het overtreden van de EG-Verordeningen betreffende het gemeenschappelijk visserijbeleid. Thesaurus CAS: VISSERIJ - ZEEVISSERIJ Vrije woorden: VISSERIJ - ZEEVISSERIJ Ongeoorloofde visserij Art. 29 EG-Verordening nr. 850/98 van 30 maart 1998 Art. 1 en bijlage EG-Verordening nr. 1447/99 van 24 juni 1999 Art. 3 Wet van 12 april 1957 Toepasselijkheid Fiche 2 Uit de artikelen 1, 2, 3, ,§ 1, 1° en 2°, 6, ,§ 1, 6°, 11 en 13, ,§ 1 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en visserijproducten volgt dat deze wet onder meer hetzelfde oogmerk nastreeft als de wet van 12 april 1957, namelijk de instandhouding en het beheer van de visbestanden en daarbij de rechtstreekse bestraffing van de overtredingen van de verordeningen van de Europese Unie die van kracht zijn op deze materies toelaat, zonder dat daarbij, zoals voor artikel 3, 1° van de wet van 12 april 1957, een uitvoeringsbesluit noodzakelijk is. Thesaurus CAS: VISSERIJ - ZEEVISSERIJ Vrije woorden: VISSERIJ - ZEEVISSERIJ Ongeoorloofde visserij Art. 29 EG-Verordening nr. 850/98 van 30 maart 1998 Art. 1 en bijlage EG-Verordening nr. 1447/99 van 24 juni 1999 Strafbaarstelling Art. 6, ,§ 1, 6° Wet van 28 maart 1975 Fiche 3 De vermelding van de wetsbepaling die een straf voor het bewezen verklaarde feit bepaalt, is slechts een vormvereiste, zodat een vergissing van de rechter bij de aanduiding van dergelijke bepaling krachtens de artikelen 411 en 414 Wetboek van Strafvordering niet tot cassatie kan leiden
(1).
(1)Zie Cass., 23 feb. 1999, AR P.97.0049.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990223.6, nr 104; 3 mei 2000, AR P.99.1197.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000503.17, nr 268. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Strafzaken Vermelding van wetsbepaling die straf bepaalt Vergissing Tekst van de beslissing Nr. P.06.0473.N 1. S J, beklaagde, 2. V B D, beklaagde, 3. S P, beklaagde, 4. G H J, beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 17 februari 2006. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert een motiveringsgebrek aan doordat het bestreden arrest de eisers veroordeelt met toepassing van artikel 3, 1°, van de wet van 12 april 1957 waarbij de Koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming van de biologische hulpbronnen van de zee (hierna: Wet Bescherming Biologische Hulpbronnen), zonder het overtreden uitvoeringsbesluit te vermelden zoals nochtans door deze strafbepaling wordt vereist. 2. De eisers worden elk veroordeeld tot een geldboete van 1.500 euro, gebracht op 7.500 euro of een vervangende gevangenisstraf van drie maanden, wegens "in de Belgische territoriale wateren, binnen de 12 mijlszone, op 11.06.2002, als schipper van het Nederlands vissersvaartuig (...), bij (inbreuk
- op)art. 29 punt 1
- a)van de Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30.03.1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van marine-organismen, en bij (inbreuk
- op)art. 1 en bijlage van de Verordening (EG) nr. 1447/99 van de Raad van 24.06.1999 tot vaststelling van een lijst van gedragingen die een ernstige inbreuk vormen op de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid punt D, overtredingen met betrekking tot het uitoefenen van de visserijactiviteit, lid 2, ongeoorloofde visserij te hebben bedreven in een bepaald gebied en/of tijdens een bepaalde periode strafbaar gesteld door artikel 3 van de Wet van 12.04.1957 waarbij de Koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming van de biologische hulpbronnen van de zee, zoals gewijzigd bij hoofdstuk III, afdeling I van de Wet betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee van 22.04.1999, ondanks verbod, als vaartuig met een lengte van alles meer dan 8 meter, bodemtrawls, Deense zegennetten of soortgelijk tuig te hebben gebruikt in de zone binnen de twaalf mijl van de kust van België tot 53°00 noorderbreedte, gemeten vanaf de basislijnen." 3. Volgens artikel 1 Wet Bescherming Biologische Hulpbronnen neemt de Koning de nodige maatregelen ter bescherming van de biologische hulpbronnen zowel in volle zee als in de exclusieve economische zone en in de territoriale zee, alsook alle andere maatregelen ter voldoening aan of ter uitvoering van de bepalingen vastgesteld door of krachtens desbetreffende internationale verdragen. Krachtens artikel 3, eerste lid, 1°, Wet Bescherming Biologische Hulpbronnen wordt gestraft met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank, hij die krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt. Krachtens het tweede lid van hetzelfde wetsartikel wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete bepaald in dit artikel, of met één van die straffen alleen, diegene die in de territoriale zee een in het eerste lid vermelde overtreding begaat. Artikel 3 Wet Bescherming Biologische Hulpbronnen bestraft dus enkel de overtreding van de uitvoeringsbesluiten van deze wet en niet rechtstreeks het overtreden van de in de telastlegging vermelde verordeningen. 4. Artikel 1 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten (hierna genoemd: Wet Landbouw- en Zeevisserijproducten) bepaalt dat deze wet van toepassing is op de voortbrengselen van de landbouw, van de tuinbouw, van de zeevisserij, met inbegrip van de producten van de teelt van ongewervelde zeedieren, en van de veeteelt, met inbegrip van zuivelproducten. Volgens artikel 2 van deze wet heeft zij onder meer tot doel: 1. de belangen te beschermen onder meer van de vissers, door middel van maatregelen die ertoe strekken bedrog en vervalsing te voorkomen en praktijken te weren die tot gevolg hebben afbreuk te doen aan de normale voorwaarden van mededinging; 2. de plantaardige en dierlijke productie te bevorderen, te verbeteren en te beschermen. Krachtens artikel 3, ,§ 1, 1° en 2°, Wet Landbouw- en Zeevisserijproducten kan de Koning ten aanzien van de in deze wet bedoelde producten alle maatregelen nemen onder meer voor de uitvoering van de communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden. Krachtens artikel 6, ,§ 1, 6°, Wet Landbouw- en Zeevisserijproducten wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vijf jaar en met een geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met één van die straffen alleen, hij die een product in de handel brengt, verwerft, aanbiedt, ten verkoop tentoonstelt, in bezit houdt, bereidt, vervoert, verkoopt, levert, afstaat, invoert, uitvoert of doorvoert, wanneer die handeling door een krachtens artikel 3 genomen besluit verboden is. Volgens artikel 11 Wet Landbouw- en Zeevisserijproducten zijn de bepalingen van de artikelen 5 tot 10 van deze wet van toepassing bij overtreding van de verordeningen van de Europese Economische Gemeenschap die van kracht zijn in het Rijk en materies betreffen welke op grond van deze wet tot de verordeningsbevoegdheid van de Koning behoren. Artikel 13, ,§ 1, Wet Landbouw- en Zeevisserijproducten bepaalt dat de bepalingen van deze wet kunnen worden toegepast op de zeevisserij door Belgische vissersvaartuigen in de territoriale zee, de Belgische visserijzone en in de volle zee en door andere vissersvaartuigen in de territoriale zee en de Belgische visserijzone. 5. Uit het geheel van die bepalingen volgt dat de Wet Landbouw- en Zeevisserijproducten onder meer hetzelfde oogmerk nastreeft als de Wet Bescherming Biologische Hulpbronnen, namelijk de instandhouding en het beheer van de visbestanden, en daarbij de rechtstreekse bestraffing van de overtredingen van de verordeningen van de Europese Unie die van kracht zijn op deze materies toelaat, zonder dat daarbij zoals voor artikel 3, eerste lid, 1°, Wet Bescherming Biologische Hulpbronnen een uitvoeringsbesluit noodzakelijk is. Naast de toepassing van de bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 850/98 en nr. 1447/99, die door het middel niet wordt bekritiseerd, is de veroordeling van de eisers tot een geldboete van 1.500 euro, gebracht op 7.500 euro of een vervangende gevangenisstraf van drie maanden, aldus wettelijk gegrond op de artikelen 1, 2, 3, ,§ 1, 1° en 2°, 6, ,§ 1, 6°, 11 en 13, ,§ 1, Wet Landbouw- en Zeevisserijproducten en niet op de artikelen 1 en 3 Wet Bescherming Biologische Hulpbronnen, zoals het bestreden arrest ten onrechte vermeldt. 6. De vermelding van de wetsbepaling die een straf voor het bewezen verklaarde feit bepaalt, is slechts een vormvereiste zodat een vergissing van de rechter bij de aanduiding van dergelijke bepaling krachtens de artikelen 411 en 414 Wetboek van Strafvordering niet tot cassatie kan leiden. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel 7. Bij het motiveren van de strafmaat houden de appelrechters rekening met de aard en de ernst van de respectievelijk bewezen misdrijven en de persoonlijkheid van de eisers die geen respect konden opbrengen voor de bescherming van jonge exemplaren van marine-organismen en er niet voor terugschrokken om ongeoorloofde visserij te bedrijven. De omstandigheid dat de appelrechters dezelfde redenen voor alle eisers aanhalen neemt niet weg dat zij daarbij rekening houden met eenieders persoonlijkheid en handelen, en aldus de motivering individualiseren. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering 8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Begroot de kosten op 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 10 oktober 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061010.3 Gerelateerde publicatie(
- s)precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990223.6 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000503.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div