id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061010.4 Rolnummer: P.06.0640.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-04 Raadplegingen: 540 - laatst gezien 2026-07-03 08:50 Versie(s): Vertaling FR Fiche De opheffing van het strafbare karakter van het misdrijf van instandhouding inzake stedenbouw heeft alleen het verval van de op het misdrijf gesteunde strafvordering tot gevolg; deze wijziging brengt evenwel niet mee dat de instandhouding, die strafbaar was in de periode waarin zij plaatsvond, niet langer de grondslag kan uitmaken van een herstelvordering, noch dat de strafrechter voor wie de herstelvordering werd ingesteld op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, daardoor zijn bevoegdheid verliest
(1)Cass., 13 dec. 2005, AR P.05.0693.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.8, nr 666 met concl. Procureur-generaal De Swaef; 2 mei 2006, AR P.06.0100.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.4, nr ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Strafbepalingen Vrije woorden: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Instandhoudingsmisdrijf Strafbaar karakter Opheffing Verval van de strafvordering Herstelvordering Annotaties Publicaties: T.M.R. - Paul VANSANT; Het amtshalve onderzoek door.... - 2007,48-53 R.W. - Ann CARETTE; Noot - 2007-2008, 439-441 T.R.O.S. - D. LINDEMANS; Noot. - 2007, 88 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0640.N STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR VAN DE AFDELING RUIMTELIJKE ORDENING, HUISVESTING EN LANDSCHAPPEN VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN, met kantoren te 2018 Antwerpen, Copernicuslaan 1 bus 9, eiser tot herstel, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- H R H C, beklaagde,
- BOUWMATERIALEN KERREMANS EN C° nv, met zetel te 2630 Aartselaar, Oever 4, civielrechtelijk aansprakelijke partij,
- IMMO-HELRO nv, met zetel te 2630 Aartselaar, Oever 4, civielrechtelijk aansprakelijke partij, verweerders, met als raadsman mr. Luc Van Hout, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. VOORGAANDE RECHTSPLEGING De eerste verweerster werd bij arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 14 januari 2004 veroordeeld tot een geldboete wegens het wederrechtelijk instandhouden van bouwwerken zonder een stedenbouwkundige vergunning en tot het herstel van de plaats in de vorige staat op straffe van verbeurte van een dwangsom. Op 15 juni 2004 werd het cassatieberoep van de verweerders tegen dit arrest verworpen. Op 20 mei 2005 maakten de verweerders bij het Hof van Beroep te Antwerpen een vordering tot gedeeltelijke intrekking van het arrest van 14 januari 2004 aanhangig. Deze vordering tot intrekking was gegrond op het arrest nr. 14/2005 van 19 januari 2005 waarin het Arbitragehof in artikel 146, derde lid, van het decreet van het Vlaams Gewest van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening, zoals toegevoegd bij artikel 7 van het decreet van het Vlaams Gewest van 4 juni 2003 de woorden "voor zover ze geen onaanvaardbare stedenbouwkundige hinder veroorzaken voor de omwonenden of voorzover ze geen ernstige inbreuk vormen op de essentiële stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming krachtens het ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg" vernietigde. De appelrechters beslisten in het bestreden arrest tot intrekking van voormeld arrest van 14 januari 2004 in zoverre de eerste verweerster schuldig werd bevonden en werd gestraft op grond van voormelde tenlastelegging en in zoverre lastens de eerste verweerster het herstel van de plaats in de vorige staat werd bevolen. De appelrechters verwezen de herstelvordering vervolgens naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen voor verdere afhandeling. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Bij arrest nr. 14/2005 van 19 januari 2005 vernietigde het Arbitragehof in artikel 146, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999, zoals ingevoerd bij decreet van 4 juni 2003, de woorden "voor zover ze geen onaanvaardbare stedenbouwkundige hinder veroorzaken voor de omwonenden of voorzover ze geen ernstige inbreuk vormen op de essentiële stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming krachtens het ruimtelijke uitvoeringsplan of plan van aanleg". Ingevolge voormeld arrest van het Arbitragehof geldt de strafsanctie voor het misdrijf van instandhouding slechts in het enkele geval van instandhouding in een ruimtelijk kwetsbaar gebied.
- De opheffing van het strafbare karakter van het misdrijf van instandhouding door artikel 146, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999 heeft alleen het verval van de op het misdrijf gesteunde strafvordering tot gevolg. Deze wijziging brengt evenwel niet mee dat de instandhouding, die strafbaar was in de periode waarin zij plaatsvond, niet langer de grondslag kan uitmaken van een herstelvordering, noch dat de strafrechter voor wie de herstelvordering werd ingesteld op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, daardoor zijn bevoegdheid verliest .
- Uit het bestreden arrest blijkt dat: - het arrest van 14 januari 2004 deels gegrond is op artikel 146, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999; - niet wordt betwist dat de kwestieuze bouwwerken werden in stand gehouden in een ruimtelijk niet-kwetsbaar gebied; - het hof van beroep in het arrest van 14 januari 2004 overwoog dat die instandhouding nog strafbaar was omwille van de onaanvaardbare stedenbouwkundige hinder voor de omwonenden; - het hof van beroep in het arrest van 14 januari 2004 over de herstelvordering uitspraak deed nadat daarover reeds door de Correctionele Rechtbank te Antwerpen bij vonnis van 23 mei 2001 werd gestatueerd.
- Daaruit volgt dat het bestreden arrest, niet wettig kon oordelen dat de beslissing over de herstelvordering diende te worden ingetrokken en dat de herstelvordering diende te worden verwezen naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen voor verdere afhandeling. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
- Het onderdeel kan niet tot ruimere cassatie leiden en behoeft derhalve geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het: - De intrekking van het arrest van 14 januari 2004 van het Hof van Beroep te Antwerpen heeft bevolen, in de mate hierin uitspraak werd gedaan over de herstelvordering van de stedenbouwkundige inspecteur, over de ambtshalve uitvoering ervan en over de dwangsom; - de herstelvordering van de stedenbouwkundig inspecteur naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen verzendt voor verdere afhandeling. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerders in de kosten. Zegt dat er geen aanleiding is tot verwijzing. Begroot de kosten in het geheel op 483,83 euro waarvan 184,64 euro verschuldigd en 299,19 euro betaald is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 10 oktober 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061010.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.8 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070913.2 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141202.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div