← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061013.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061013.7 Rolnummer: C.05.0316.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-02-06 Raadplegingen: 226 - laatst gezien 2026-07-03 07:16 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een erfdienstbaarheid onderstelt een heersend erf en een dienend erf die aan verschillende eigenaars toebehoren; er kan derhalve geen erfdienstbaarheid worden gevestigd tussen gedeelten van een erf die aan een zelfde eigenaar toebehoren. Thesaurus CAS: ERFDIENSTBAARHEID Vrije woorden: ERFDIENSTBAARHEID Begrip Heersend erf Dienend erf Gedeelten van een erf die aan een zelfde eigenaar toebehoren Wettelijke bepalingen: Wet - 21-11-1989 - Art.637 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0316.N

  1. L.P.,
  2. N.K., eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  3. J.D.,
  4. B.P.,
  5. C.F., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 4 maart 2005 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  6. De appelrechters oordelen dat de beide partijen aanvaarden dat in de notariële basisakte van 22 september 1977 tot vestiging van de mede-eigendom betreffende de "Residentie Central" te Oostende en de wijzigingsakte van 30 december 1978, een conventionele erfdienstbaarheid van doorgang werd gevestigd binnen de parkingruimte op het gelijkvloers van het appartementsgebouw.
  7. Bij verzoekschrift tot hoger beroep en bij appelconclusies voerden de eisers aan dat zolang de parkingruimte aan een zelfde eigenaar toebehoorde en meer precies tot aan de splitsing ervan bij notariële akte van 30 augustus 2001, geen conventionele erfdienstbaarheid van doorgang binnen de parkingruimte werd gevestigd.
  8. Door niettegenstaande deze aanvoering te overwegen dat de beide partijen aanvaarden dat uit de basisakte en de wijzigingsakte een conventionele erfdienstbaarheid voortvloeit, geven de appelrechters van het verzoekschrift tot hoger beroep en de appelconclusies van de eisers een uitlegging die met de bewoordingen ervan onverenigbaar is en miskennen zij de bewijskracht van deze akten.
  9. Het onderdeel is in zoverre gegrond.
  10. Krachtens artikel 637 van het Burgerlijk Wetboek is een erfdienstbaarheid een last op een erf gelegd tot gebruik en tot nut van een erf dat aan een andere eigenaar toebehoort.
  11. Hieruit volgt dat een erfdienstbaarheid een heersend erf en een dienend erf onderstelt die aan verschillende eigenaars toebehoren en dat derhalve geen erfdienstbaarheid kan worden gevestigd tussen gedeelten van een erf die aan een zelfde eigenaar toebehoren.
  12. De appelrechters laten hun beslissing steunen op de redenen dat: - zowel uit het aan de basisakte gehechte plan van de parkingruimte als "uit de logica zelve" blijkt dat elk autovoertuig dat een van de autostandplaatsen gebruikt, vrije doorgang moet hebben naar de openbare weg, hetgeen te beschouwen is als een conventionele erfdienstbaarheid van doorgang voor voertuigen, gevestigd voor elk van deze autostandplaatsen; - de parkingruimte, die tot dan toe één geheel uitmaakt en aan eenzelfde eigenaar toebehoorde, in 2001 werd gesplitst en het achterste gedeelte werd verkocht aan de verweerders en het voorste gedeelte aan de eisers; - de splitsing en eigendomsoverdrachten in 2001 geen afbreuk doen aan de bestaande conventionele erfdienstbaarheid van doorgang voor voertuigen ten gunste van de overgebleven standplaats in het door de verweerders verworven gedeelte, zoals bepaald in de basisakte en de wijzigingsakte.
  13. Door aldus te oordelen dat binnen de parkingruimte die voor de splitsing en de eigendomsoverdrachten in 2001 niet aan verschillende eigenaars behoorde, een conventionele erfdienstbaarheid was gevestigd, schenden de appelrechters artikel 637 van het Burgerlijk Wetboek.
  14. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  15. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het een conventionele erfdienstbaarheid van doorgang toekent voor de standplaats nummer 5 van de verweerders en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Veurne, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van 13 oktober 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061013.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.