id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061024.7 Rolnummer: P.06.0696.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-01-17 Raadplegingen: 532 - laatst gezien 2026-07-04 06:26 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Overeenkomstig artikel 218 Wetboek van Strafvordering behandelt de kamer van inbeschuldigingstelling de regeling van de rechtspleging in raadkamer, dit is niet openbaar; wanneer de regeling van de rechtspleging openbaar wordt behandeld is zij nietig
(1).
(1)Cass., 12 okt. 1976, Arr. Cass., 1977, 169 met concl. adv.-gen LENAERTS; DECLERCQ, R., Beginselen van Strafrechtspleging, 3de ed., 2003, p. 264, nr 511. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Regeling van de rechtspleging Behandeling in raadkamer ONDERZOEKSGERECHTEN Regeling van de rechtspleging Openbare behandeling Fiches 3 - 4 De niet-openbaarheid van de behandeling van de regeling van de rechtspleging door de kamer van inbeschuldigingstelling houdt in dat enkel de leden van de kamer van inbeschuldigingstelling, de griffier, het openbaar ministerie, de zaalwachter, het personeel dat met de bewaking van de gedetineerden is gelast, de tolken, de verdachten en inverdenkinggestelden, de burgerlijke partijen of toekomstige burgerlijke partijen of de andere personen die gerechtigd zijn in de regeling van de rechtspleging tussen te komen en hun raadslieden, de behandeling of het deel ervan waarvoor hun aanwezigheid is vereist mogen bijwonen; de kamer van inbeschuldigingstelling beslist wie in de wettelijke voorwaarden verkeert om tot de behandeling van de zaak te worden toegelaten
(1).
(1)Zie Cass., 21 dec. 1993, AR P.93.1353.N ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19931221.14, nr 539; VERSTRAETEN, R., "De ontvankelijkheid van de burgerlijke partijstelling en de beoordeling ervan in de onderzoeksfase", R.W., 1994-95, p. 777-781. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Regeling van de rechtspleging Niet-openbaarheid van de behandeling ONDERZOEKSGERECHTEN Regeling van de rechtspleging Beslissing om tot de behandeling van de zaak te worden toegelaten Bevoegdheid Fiche 5 De beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling om de vraag tot voeging van verschillende voor de kamer van inbeschuldigingstelling hangende zaken bij de grond te voegen, verantwoordt de toelating tot de verdere gehele behandeling van de zaak van de raadslieden van de partijen in deze andere zaken. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Regeling van de rechtspleging Vraag tot voeging van andere voor het onderzoeksgerecht hangende zaken Beslissing om de vraag tot voeging bij de grond te voegen Toelating van de raadslieden van de partijen in de andere zaken tot de behandeling van de zaak Fiches 6 - 7 Nu de instelling van de strafvordering in de regel het openbaar ministerie toekomt en een particulier enkel uitzonderlijk de strafvordering op gang kan brengen door burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter, vereist artikel 63 Wetboek van Strafvordering, wil die burgerlijke partijstelling ontvankelijk zijn, dat de benadeelde zijn bewering omtrent de schade die hij door het misdrijf zou hebben geleden, aannemelijk maakt; de regeling van artikel 63 Wetboek van Strafvordering is in zoverre niet verenigbaar met artikel 17 Gerechtelijk Wetboek, dat dus in dergelijk geval niet van toepassing is in strafzaken
(1).
(1)Zie Cass., 8 okt. 2002, AR P.02.0419.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021008.8, nr
- Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Burgerlijke partij Burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter Ontvankelijkheid Schade Aannemelijkheid BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Burgerlijke partij Burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter Ontvankelijkheid Aannemelijke schade Art. 63 Sv. Art. 17 Ger. W. Verenigbaarheid Tekst van de beslissing Nr. P.06.0696.N I.
- D C, burgerlijke partij,
- K R, burgerlijke partij, eisers, met als raadslieden mr. Christian Van Buggenhout en mr. Hans Van Bavel, advocaten bij de balie te Brussel, tegen
- V F J C, inverdenkinggestelde,
- D F A, inverdenkinggestelde, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. verweerders. II. D R D B F, burgerlijke partij, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 4 april 2006 (KI 515). De eisers I voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser II voert geen middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Overeenkomstig artikel 218 Wetboek van Strafvordering behandelt de kamer van inbeschuldigingstelling de regeling van de rechtspleging in raadkamer, dit is niet openbaar. Wanneer de regeling van de rechtspleging openbaar wordt behandeld, is de beslissing nietig. De niet-openbaarheid van de behandeling houdt in dat enkel de leden van de kamer van inbeschuldigingstelling, de griffier, het openbaar ministerie, de zaalwachter, het personeel dat met de bewaking van de gedetineerden is gelast, de tolken, de verdachten en inverdenkinggestelden, de burgerlijke partijen of toekomstige burgerlijke partijen of de andere personen die gerechtigd zijn in de regeling van de rechtspleging tussen te komen en hun raadslieden, de behandeling of het deel ervan, waarvoor hun aanwezigheid is vereist, mogen bijwonen. De kamer van inbeschuldingstelling beslist wie in de wettelijke voorwaarden verkeert om tot de behandeling van de zaak te worden toegelaten.
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van de kamer van inbeschuldigingstelling van 4 oktober 2005 vermeldt dat de rechtspleging met gesloten deuren verloopt en dat de raadslieden van partijen in andere voor de kamer van inbeschuldingstelling hangende zaken ter terechtzitting verschijnen "Gezien de vraag tot voeging van de bundels". Het proces-verbaal van de terechtzitting vermeldt verder: "Er is geen verzet tegen hun aanwezigheid. (De kamer van inbeschuldigingstelling) voegt de vraag tot voeging bij de grond en stelt de zaak voor sluiten debatten op 15 november 2005 om 9 uur".
- De beslissing de vraag tot voeging bij de grond te voegen, verantwoordt de toelating tot de verdere gehele behandeling van de zaak van de raadslieden van de partijen in andere voor de kamer van inbeschuldigingstelling hangende zaken. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Ingevolge artikel 1 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering wordt de strafvordering in de regel uitgeoefend door het openbaar ministerie of door ambtenaren die de wet daarmee belast. Artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering erkent dat de burgerlijke rechtsvordering tot herstel van de schade uit een misdrijf behoort aan de benadeelde. Artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering laat de benadeelde toe zijn burgerlijke rechtsvordering te vervolgen voor de strafrechter.
- Overeenkomstig artikel 63 Wetboek van Strafvordering kan hij die beweert door een misdaad of een wanbedrijf benadeeld te zijn, zich zowel voor de onderzoeksrechter als voor het onderzoeksgerecht burgerlijke partij stellen, zonder dat hij in die stand van de rechtspleging het bewijs hoeft te leveren van de schade, van haar omvang en van het oorzakelijk verband ervan met het aan de verdachte ten laste gelegde misdrijf.
- De instelling van de strafvordering komt in de regel het openbaar ministerie toe. Door de burgerlijkepartijstelling voor de onderzoeksrechter kan uitzonderlijk een particulier de strafvordering op gang brengen. Daarom vereist artikel 63 Wetboek van Strafvordering, wil die burgerlijkepartijstelling ontvankelijk zijn, dat de benadeelde zijn bewering omtrent de schade die hij door het misdrijf zou hebben geleden, aannemelijk maakt.
- De regeling van artikel 63 Wetboek van Strafvordering is in zoverre niet verenigbaar met artikel 17 Gerechtelijk Wetboek, dat dus in dergelijk geval niet van toepassing is in strafzaken. Het middel faalt naar recht.
- Voor het overige oordeelt het bestreden arrest dat de door de eisers I ingestelde burgerlijke rechtsvordering de schade betreft die derden, namelijk de gefailleerde nv Mayfair en haar schuldeisers, zouden lijden en dat de eisers I niet gemandateerd blijken te zijn om namens henzelf of de chirografaire schuldeisers de strafvordering in te stellen. Door dit oordeel dat de eisers I op zichzelf niet betwisten, verantwoordt het bestreden arrest zijn beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten van hun respectieve cassatieberoepen. Begroot de kosten in het geheel op 97,54 euro waarvan
- op de cassatieberoepen van K D en R K 30 euro betaald en 18,77 euro verschuldigd is en
- op het cassatieberoep van F d R d B 30 euro betaald en 18,77 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 24 oktober 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061024.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19931221.14 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021008.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160217.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div