← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061024.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061024.8 Rolnummer: P.06.0960.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-01-17 Raadplegingen: 204 - laatst gezien 2026-07-03 07:14 Versie(s): Vertaling FR Fiche De enkele omstandigheid dat een persoon houder is van een volmacht en zich krachtens deze volmacht gelden of waarden laat overhandigen, sluit niet uit dat het misbruik of oneigenlijk gebruik van die volmacht een listige kunstgreep als bedoeld in artikel 496 Strafwetboek kan uitmaken

(1).
(1)Zie Cass., 5 feb. 1951, A.C., 1951,
  1. Thesaurus CAS: OPLICHTING Vrije woorden: OPLICHTING Constitutieve bestanddelen Aanwending van bedrieglijke middelen om zich een zaak te doen afgeven Listige kunstgreep Volmacht op bankrekening van een derde Misbruik van de volmacht Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.06.0960.N
  2. S N, en beklaagde,
  3. D'O J, beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen D S, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 23 mei
  4. De eiser voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Het middel
  5. De enkele omstandigheid dat een persoon houder is van een volmacht en zich krachtens deze volmacht gelden of waarden laat overhandigen, sluit niet uit dat het (misbruik of oneigenlijk) gebruik van deze volmacht een listige kunstgreep, als bedoeld in artikel 496 Strafwetboek, kan uitmaken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Op grond van de feitelijke gegevens die het op het vijfde tot het elfde blad vermeldt, oordeelt het arrest dat de eisers met malafide bedoelingen een sfeer van vertrouwen hebben gecreëerd en dat zij met bedrieglijk opzet de hen in vertrouwen verleende volmacht op de rekeningen van de verweerster hebben misbruikt om zich gelden van de burgerlijke partij toe te eigenen. Aldus stelt het arrest het bestaan van een listige kunstgreep als constitutief bestanddeel van het misdrijf oplichting vast en oordeelt het wettig dat de eisers schuldig zijn aan het misdrijf oplichting. In zoverre kan het middel niet aangenomen worden.
  7. Anders dan het middel aanvoert, stelt het arrest het bestaan van een listige kunstgreep vast. Aldus beantwoordt het ook eisers verweer dat zij als volmachthouders kunnen beschikken over de tegoeden op de rekeningen in kwestie en er geen sprake kan zijn van het gebruik van valse namen, valse hoedanigheden of het aanwenden van listige kunstgrepen. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  8. Anders dan het middel aanvoert, zegt het arrest niet dat de eisers geen verweer hebben gevoerd over het feit dat bedrieglijke middelen werden aangewend om zich litigieuze gelden van de verweerster te doen afgeven. Het enkele feit dat het arrest bepaalde verweermiddelen weergeeft en andere niet, houdt immers niet in dat het stelt dat het verweer van de eisers tot die middelen beperkt is. In zoverre het middel miskenning van de bewijskracht van de conclusie van de eisers aanvoert, mist het eveneens feitelijke grondslag.
  9. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek, is het afgeleid uit de overige vergeefs aangevoerde onwettigheden en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 97,88 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 24 oktober 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061024.8 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250218.2N.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.