← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.3 Rolnummer: D.05.0028.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2007-01-17 Raadplegingen: 534 - laatst gezien 2026-07-04 03:29 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De wettelijke bepalingen betreffende de samenstelling van de Nederlandstalige gemengde raad van beroep van de Orde der dierenartsen houden niet de verplichting in hetzij in diens beslissing hetzij in het proces-verbaal van de terechtzitting waarop de zaak is behandeld en berecht, vast te stellen dat een gewoon lid wettig belet of gerechtvaardigd afwezig is, zoals wordt vermoed. Thesaurus CAS: DIERENARTS Vrije woorden: DIERENARTS Tuchtzaken Orde der dierenartsen Gemengde raad van beroep Samenstelling Belet Afwezigheid Vaststelling Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-1950 - Art.12 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - TUCHTZAKEN Vrije woorden: RECHTBANKEN - TUCHTZAKEN Orde der dierenartsen Gemengde raad van beroep Samenstelling Belet Afwezigheid Vaststelling Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-1950 - Art.12 Fiches 3 - 5 Binnen de bij de wet en het E.V.R.M. gestelde perken bepaalt de rechter in feite en derhalve onaantastbaar de sanctie die hij in verhouding acht met de zwaarte van de bewezen verklaarde inbreuken; het Hof vermag evenwel na te gaan of uit de vaststellingen en overwegingen van de bestreden beslissing niet blijkt dat de Nederlandstalige gemengde raad van beroep van de Orde der dierenartsen een kennelijk onevenredige sanctie heeft opgelegd en zodoende artikel 3, E.V.R.M. heeft geschonden

(1).
(1)Cass., 28 feb. 2002, AR D.01.0008.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020228.13, nr 150 (architect). Thesaurus CAS: DIERENARTS Vrije woorden: DIERENARTS Tuchtzaken Orde der dierenartsen Beroepstucht Raad van beroep Tuchtstraf Evenredigheid Beoordelingsbevoegdheid Artikel 3 E.V.R.M. Toetsing door het Hof Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Vrije woorden: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Tuchtzaken Orde van architecten Beroepstucht Raad van beroep Tuchtstraf Evenredigheid Beoordelingsbevoegdheid Artikel 3 E.V.R.M. Toetsing door het Hof Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Tuchtzaken Orde der dierenartsen Beroepstucht Gemengde raad van beroep Tuchtstraf Evenredigheid Beoordelingsbevoegdheid Toetsing door het Hof Tekst van de beslissing Nr. D.05.0028.N M.F., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen ORDE DER DIERENARTSEN, publiekrechtelijke rechtspersoon, met zetel van de Hoge Raad gevestigd te 1060 Brussel, Henri Jasparlaan 94, met zetel van de Nederlandstalige Gewestelijke Raad (NGROD) gevestigd te 9820 Merelbeke, Salisburylaan 54, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 18 november 2005 gewezen door de Nederlandstalige gemengde raad van beroep van de Orde der dierenartsen. Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  1. Het middel voert aan dat de bestreden beslissing nietig is, omdat zij mede werd gewezen door een plaatsvervangend lid zonder dat uit de bestreden beslissing of enig ander processtuk blijkt dat het werkend lid dat aldus werd vervangen wettig belet of gerechtvaardigd afwezig was.
  2. Het als geschonden aangewezen artikel 779, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek is vreemd aan dergelijke grief. Het middel is niet ontvankelijk in zoverre het voormelde wetsbepaling als geschonden aanwijst.
  3. Krachtens artikel 12, eerste lid, van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der dierenartsen is de gemengde raad van beroep met het Nederlands als voertaal samengesteld uit drie door de Koning aangewezen raadsheren in het hof van beroep, die stemgerechtigd zijn en van wie een als voorzitter optreedt, en uit drie dierenartsen door het lot aangewezen onder de leden van de gewestelijke raad der Orde wiens beslissing bestreden wordt, met uitsluiting van hen die ze gewezen hebben. Krachtens het tweede lid van hetzelfde artikel worden onder dezelfde voorwaarden als plaatsvervangende leden aangewezen, drie magistraten en drie dierenartsen, die in de gemengde raad van beroep alleen zitting kunnen hebben in geval van wettig belet of gerechtvaardigde afwezigheid van de werkende leden. Die wettelijke bepalingen houden niet de verplichting in hetzij in de beslissing van de Nederlandstalige gemengde raad van beroep van de Orde der dierenartsen hetzij in het proces-verbaal van de terechtzitting waarop de zaak is behandeld en berecht, vast te stellen dat een gewoon lid wettig belet of gerechtvaardigd afwezig is, zoals wordt vermoed.
  4. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
  5. Het middel preciseert niet hoe en waardoor de bestreden beslissing artikel 6 van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der dierenartsen schendt.
  6. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  7. De rechter bepaalt binnen de bij de wet en het EVRM gestelde perken, in feite en derhalve onaantastbaar de sanctie die hij in verhouding acht met de zwaarte van de bewezen verklaarde inbreuken. Het Hof vermag evenwel na te gaan of uit de vaststellingen en overwegingen van de bestreden beslissing blijkt dat de Nederlandstalige gemengde raad van beroep van de Orde der dierenartsen een kennelijk onevenredige sanctie heeft opgelegd en zodoende artikel 3 EVRM heeft geschonden.
  8. De bestreden beslissing grondt de tuchtsanctie van schorsing van het recht de diergeneeskunde uit te oefenen voor de duur van één jaar op de redenen dat: - de hond door de eiser minstens nodeloos werd verwond door het dier tweemaal te fixeren met de tanden van de riek in de nek; - het product T61 intraveneus dient te worden toegediend teneinde te vermijden dat het dier onderworpen wordt aan een onnodig lange en pijnlijke doodstrijd en dat elke dierenarts dit weet of minstens behoort te weten; - de reactie van de eiser dat hij steeds intramusculair injecteert met T61 een bijkomende bevestiging is dat het welzijn van de dieren voor de eiser niet prioritair is; - de bewezen gebleven feiten A (inbreuk op artikel 5 van de plichtenleer dat bepaalt dat iedere dierenarts zich moet onthouden van daden of woorden die de waardigheid van het beroep zouden kunnen schaden en dit binnen de perken van artikel 5 van de wet van 19 december 1950) en B (inbreuk op artikel 26, 5°, van de plichtenleer dat iedere dierenarts oplegt te waken over de bescherming en het welzijn van de dieren), alleszins wat feit B betreft, zeer grove en zwaarwichtige inbreuken op de eer en waardigheid van het beroep zijn.
  9. Uit de voormelde vaststellingen en overwegingen van de bestreden beslissing blijkt niet dat de sanctie die werd opgelegd wegens deze inbreuken kennelijk onevenredig is met de zwaarte van de inbreuk.
  10. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 762,09 euro jegens de eisende partij en op de som van 240,21 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Ghislain Londers, Albert Fettweis en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 27 oktober 2006 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110530.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020228.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.12 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090605.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.