id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061030.2 Rolnummer: S.06.0039.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2007-01-17 Raadplegingen: 504 - laatst gezien 2026-07-03 07:14 Versie(s): Vertaling FR Fiche Alhoewel het arrest aanneemt dat de pijnen hun voornaamste oorzaak vinden in de persoonlijkheidsstructuur van de getroffene en in een zekere voorbestemdheid om te reageren op het arbeidsongeval, maar niet los kunnen gezien worden van het arbeidsongeval en dat dit arbeidsongeval één van de factoren is die in beperkte mate tot deze pijn bedraagt, vermag het niet de graad van de arbeidsongeschiktheid te bepalen zonder met de pijnproblematiek rekening te houden
(1)
(2).
(1)Cass., 21 juni 1999, AR S.98.0050.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990621.6, nr 380.
(2)Artikelen 22 (zoals van toepassing voor zijn wijziging bij K.B. van 5 november 2002 en wet van 24 februari 2003), 23 (zoals van toepassing voor zijn wijziging bij wet van 10 augustus 2001) en 24 (zoals van toepassing voor zijn wijziging bij wet van 24 december 2002, bij wet van 12 augustus 2000 en bij wet van 10 augustus 2001) van de Arbeidsongevallenwet van 10 april
- Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - SCHADE Vrije woorden: ARBEIDSONGEVAL - SCHADE Arbeidsongeschiktheid Beoordeling Vroegere ziekelijke toestand Vergoeding Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - Artt.22,23,en Tekst van de beslissing Nr. S.06.0039.N
- M. L.,
- LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1030 Schaarbeek, Haachtsesteenweg 579, bus 40, eisers, vertegenwoordigd door mr. Isabelle Heenen, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 480/3B, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen FORTIS A.G., naamloze vennootschap, met zetel te 2600 Antwerpen, Grote Steenweg 214, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 23 december 2005 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De arbeidsongeschiktheid van het slachtoffer van een arbeidsongeval moet in haar geheel worden beoordeeld, zonder rekening te houden met zijn vroegere ziekelijke toestand, wanneer en zolang het ongeval ten minste voor een deel de oorzaak van die ongeschiktheid is. Als de blijvende arbeidsongeschiktheid mede veroorzaakt is door een arbeidsongeval, dient de arbeidsongevallenverzekeraar in te staan voor de vergoeding van de volledige arbeidsongeschiktheid.
- Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat het college van deskundigen aangesteld door de appelrechters twee hypotheses heeft geschetst. Een eerste hypothese waarbij met de sekwellen van de voet, de pijnproblematiek en de multifactoriële elementen zoals besproken in het verslag van dr. L., rekening wordt gehouden, hetgeen doet besluiten tot een blijvende invaliditeit van 15 pct. doch met een economische repercussie welke tot een totale blijvende arbeidsongeschiktheid van 27 pct. leidt. Een tweede hypothese waarbij louter rekening wordt gehouden met de medische elementen en er abstractie wordt gemaakt van de pijn omdat daarvoor medisch geen verklaring is te vinden, waarbij slechts sprake is van een blijvende fysische als economische arbeidsongeschiktheid van 6 pct. Het oordeel over de keuze wordt door het college van deskundigen aan het arbeidshof overgelaten.
- De appelrechters oordelen dat: - het buiten twijfel staat dat de eerste eiser wel degelijk te kampen heeft met een ernstige pijnproblematiek sinds zijn arbeidsongeval van 6 december
- Er is nergens aangetoond dat de eerste eiser vóór zijn arbeidsongeval ook de pijnen zou hebben ervaren dewelke hij thans heeft; - de eerste eiser een pijnproblematiek ervaart maar deze is multifactorieel gevormd; - voor de pijn zelf geen medische verklaring te vinden is, er zijn immers geen sekwellen meer van de fractuur ter hoogte van het metatarsaal 2 en 3; - de pijnen wel objectief zullen bestaan maar hun voornaamste oorzaak vinden in de persoonlijkheidsstructuur van de eerste eiser en in een zekere voorbestemdheid om te reageren op het gebeuren van 6 december
- De appelrechters bepalen de fysische en economische arbeidsongeschiktheid van de eerste eiser op 6 pct.
- De appelrechters die aannemen dat de ernstige pijnproblematiek waarmee het slachtoffer te kampen heeft, niet volledig los kan worden gezien van het arbeidsongeval waarvan hij het slachtoffer was en dat dit arbeidsongeval één van de factoren is die in beperkte mate tot deze pijn bijdraagt, kunnen niet zonder schending van de in het middel aangevoerde wettelijke bepalingen, de blijvende arbeidsongeschiktheid bepalen zonder met de pijnproblematiek rekening te houden.
- Het middel is gegrond. Kosten
- Overeenkomstig artikel 68 van de Arbeidsongevallenwet dienen de kosten ten laste van de verweerster te worden gelegd. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de blijvende arbeidsongeschiktheid van de eerste eiser. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerster tot de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Brussel. De kosten zijn begroot op de som van 247,37 euro jegens de eisende partijen en op de som van 87,77 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelings-voorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Jean-Pierre Frère en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van dertig oktober tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061030.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260119.3F.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990621.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div