id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061031.10 Rolnummer: P.06.0779.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-02-27 Raadplegingen: 407 - laatst gezien 2026-07-03 19:47 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De inverdenkingstelling van een medeverdachte is een daad van onderzoek die de verjaring van de strafvordering stuit; de enkele omstandigheid dat deze inverdenkingstelling eventueel met vertraging is geschied doet daaraan niets af. Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Stuiting Vrije woorden: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Stuiting Daad van onderzoek Medeverdachte Inverdenkingstelling Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: STRAFVORDERING Verjaring Stuiting Daad van onderzoek Medeverdachte Inverdenkingstelling Tekst van de beslissing Nr. P.06.0779.N I. D B R C L, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Luc Schoesetters, advocaat bij de balie te Antwerpen, ter zitting bijgestaan door mr. Sidney Lefèvre advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Luc Schoesetters. tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur van de Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie Antwerpen, met kantoor te 2000, Italiëlei 4 bus 5, burgerlijke partij, verweerder. II. V V G H C, beklaagde, eiser, met als raadslieden mrs. Steven Boeynaems en Axel De Schampheleire, advocaten bij de balie te Antwerpen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur van de Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie Antwerpen, met kantoor te 2000, Italiëlei 4 bus 5, burgerlijke partij, verweerder. III. V F E V, beklaagde, eiser, tegen 1. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur van de Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie Antwerpen, met kantoor te 2000, Italiëlei 4 bus 5, burgerlijke partij, 2. H K, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen I en II zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 oktober 2005. Het cassatieberoep III is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 april 2006. De eiser I voert in een memorie grieven aan. De eiser II voert in een memorie en een aanvullende memorie die aan dit arrest zijn gehecht, grieven aan. De eiser III voert geen middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Voorwerp van de cassatieberoepen 1. Het Hof neemt aan dat de eiser I zijn cassatieberoep niet heeft willen richten tegen de beslissingen van het bestreden arrest van 19 oktober 2005 waarbij de vorderingen van twee burgerlijke partijen tegen hem ongegrond werden verklaard. Het Hof neemt ook aan dat de eiser III zijn cassatieberoep niet heeft willen richten tegen de beslissingen van het bestreden arrest van 19 april 2006 waarbij hij van bepaalde telastleggingen is vrijgesproken en de vorderingen van twee burgerlijke partijen tegen hem ongegrond zijn verklaard. Ontvankelijkheid van de memorie van de eiser I 2. De namens de eiser I ter griffie van het Hof neergelegde memorie is niet ondertekend, zodat het Hof niet kan uitmaken of diegene die ze neerlegde, daartoe de bevoegdheid had. De memorie is niet ontvankelijk. Een eerste grief van de eiser II 3. De grief voert aan dat het bestreden arrest artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering schendt omdat het bestreden arrest niet antwoordt op eisers betwisting betreffende de incriminatieperiode, minstens "contradictorisch"antwoordt. Deze grief is tegenstrijdig daar hij tezelfdertijd aanvoert dat er niet en wel is geantwoord. De grief is in zoverre niet ontvankelijk. 4. De rechter die de redenen opgeeft waarom hij een verweer verwerpt, verwerpt meteen de argumenten ter ondersteuning van dit verweer. Hij is niet verplicht deze argumenten nog eens afzonderlijk en in het bijzonder te verwerpen. De grief faalt in zoverre naar recht. Een tweede grief van de eiser II 5. De grief voert aan dat de strafvordering ten onrechte niet verjaard is verklaard. 6. Het bestreden arrest overweegt: "Dat het blijkbaar tot de vaste tactiek van de (eiser) behoort om, teneinde zichzelf uit de wind te zetten, allerhande autoriteiten te belegeren met klachten lastens medebetrokkenen in dit onderzoek of onderzoekers, nu vastgesteld kan worden dat (de eiser: ...)". 7. De grief stelt dat de appelrechters dergelijk verweer niet in aanmerking mochten nemen bij het bepalen van eisers schuld en de hem opgelegde straf. 8. Het bestreden arrest maakt evenwel deze overweging niet om te besluiten tot eisers schuld of om de hem opgelegde straf te verantwoorden, maar enkel om het gebrek aan geloofwaardigheid van eisers verweer aan te tonen. De grief berust in zoverre op een onjuiste lezing van het arrest en mist dan ook feitelijke grondslag. 9. De grief stelt dat het bestreden arrest de verjaring beoordeelt op grond van de hypothese van het "zo bewezen" van de ten laste gelegde feiten. 10. De vermelding in het bestreden arrest "zo bewezen" is een inleidende veronderstelling die bewaarheid wordt door de verdere overwegingen van het arrest dat ertoe besluit dat de feiten bewezen zijn. De grief berust in zoverre op een onjuiste lezing van het arrest en mist dan ook feitelijke grondslag. 11. Het Hof is niet bevoegd om een verweer in feite te beoordelen. In zoverre de grief het Hof wil laten oordelen over feitelijke gegevens om eisers stelling te staven dat de strafvordering tegen hem verjaard was, is de grief niet ontvankelijk. 12. Voor het overige wordt overeenkomstig artikel 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering de verjaring gestuit door daden van onderzoek of vervolging. De inverdenkingstelling van een medeverdachte is dergelijke daad van onderzoek. De enkele omstandigheid dat deze inverdenkingstelling eventueel met vertraging is geschied, doet daaraan niet af. De grief faalt in zoverre naar recht. 13. In zoverre de grief een berekening maakt om aan te tonen dat de strafvordering tegen de eiser verjaard is, is hij afgeleid uit de onjuiste onderstelling dat ten onrechte werd aangenomen dat de inverdenkingstelling van een medeverdachte op 28 mei 1999 de verjaring heeft gestuit. De grief is in zoverre niet ontvankelijk. Een derde grief van de eiser II 14. De grief voert de schending aan van de Taalwet Gerechtszaken. 15. Het bestreden arrest overweegt: "Met betrekking tot de rogatoire commissie naar Luxemburg: (...) dat het (hof van beroep) verwijst naar de redengeving van de eerste rechter in het bestreden vonnis; dat wanneer de 'ordonnance (de
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.