id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061031.3 Rolnummer: P.06.0790.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-02-13 Raadplegingen: 164 - laatst gezien 2026-07-03 07:13 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het artikel 235ter, ,§ 6, Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat tegen de controle van het vertrouwelijk dossier door de kamer van inbeschuldigingstelling geen rechtsmiddel openstaat, betreft enkel het arrest dat de controle van het vertrouwelijk dossier heeft verricht, maar bepaalt niets omtrent het rechtsmiddel tegen de voorbereidende beslissing van die controle; op een dergelijke voorbereidende beslissing is het voorschrift van artikel 416, eerst lid, Wetboek van Strafvordering van toepassing, aangezien deze beslissing niet behoort tot het beperkt aantal gevallen waarin artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, bij uitzondering onmiddellijk cassatieberoep toelaat tegen een arrest of vonnis dat geen eindarrest of eindvonnis is
(1).
(1)Het geannoteerde arrest heeft betrekking op een beslissing, waarbij de kamer van inbeschuldigingstelling, die, in het kader van de rechtspleging van artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering, diende over te gaan tot beoordeling van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie en daartoe het vertrouwelijk dossier bedoeld in de artikelen 47septies of 47novies, Wetboek van Strafvordering moest controleren, nog niet overging tot de eigenlijke beoordeling van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie, maar, onder meer, een aantal prejudiciële vragen aan het Arbitragehof stelde en, in afwachting van het antwoord op die vragen, de zaak sine die uitstelde. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Kamer van inbeschuldigingstelling Beoordeling van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie Controle van het vertrouwelijk dossier Geen rechtsmiddel Artikel 235ter, ,§ 6, Sv. CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Kamer van inbeschuldigingstelling Beoordeling van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie Voorbereidende beslissing Uitstel sine die van de beslissing over de regelmatigheid van de observatie en infiltratie Geen eindbeslissing, noch een beslissing waartegen onmiddellijk cassatieberoep openstaat Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.06.0790.N V I H T, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Reccollettenlei 39-40, alwaar eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Bestreden arrest
- Het bestreden arrest is gewezen in een rechtspleging met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering ingevoegd bij de wet van 27 december 2005 houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van Strafvordering en van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de verbetering van de onderzoeksmethoden in de strijd tegen het terrorisme en de zware en georganiseerde criminaliteit, in werking getreden op 30 december
- Het bestreden arrest wijst een verzoek tot uitstel van de eiser af, verklaart diens verzoek tot kopiename van het strafdossier niet ontvankelijk, ontvangt de vordering van de procureur-generaal, stelt, alvorens te beslissen, "en gelet op de hoogdringendheid", drie prejudiciële vragen aan het Arbitragehof en verdaagt de zaak zonder datum. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het artikel 235ter Wetboek van Strafvordering voert een afzonderlijke rechtspleging in waarbij de kamer van inbeschuldigingstelling enkel de regelmatigheid beoordeelt van de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie voor zover ze daartoe het vertrouwelijk dossier moet controleren bedoeld in de artikelen 47septies en 47novies Wetboek van Strafvordering.
- Artikel 235ter, ,§ 6, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat tegen de controle van het vertrouwelijk dossier door de kamer van inbeschuldigingstelling geen rechtsmiddel openstaat. Deze wetsbepaling betreft enkel het arrest dat de controle van het vertrouwelijk dossier heeft verricht. Ze bepaalt niets omtrent het rechtsmiddel tegen de voorbereidende beslissing van die controle.
- Overeenkomstig artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering staat beroep in cassatie tegen voorbereidende arresten en arresten van onderzoek tegen in laatste aanleg gewezen vonnissen eerst open na het eindarrest of het eindvonnis. Artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering laat bij uitzondering in een beperkt aantal bepaalde gevallen onmiddellijk cassatieberoep toe tegen een arrest of een vonnis dat geen eindarrest of eindvonnis is. Het arrest gewezen overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering is evenwel geen dergelijk geval.
- Overeenkomstig artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering is eisers cassatieberoep voorbarig, mitsdien niet ontvankelijk. Middelen
- De middelen die de eiser aanvoert en de prejudiciële vragen die hij daarbij opwerpt, hebben geen betrekking op de ontvankelijkheid van zijn cassatieberoep. Het Hof kan over deze middelen thans geen recht doen en hoeft evenmin de opgeworpen prejudiciële vragen te stellen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 101,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 31 oktober 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061031.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div