← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061107.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061107.4 Rolnummer: P.06.0896.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-12-06 Raadplegingen: 246 - laatst gezien 2026-07-04 03:48 Fiche Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN Vrije woorden: BEWIJS . STRAFZAKEN Tekst van de beslissing Nr. P.06.0896.N V R, burgerlijke partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen D I M N H, beklaagde, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Tongeren van 24 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ghislain Dhaeyer heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Verstek is vanwege een partji die niet verschijnt, een wijze van betwisting voeren. Hieruit volgt dat de rechter ook bij verstek van de partij tegen dewelke een burgerlijke rechtsvordering is ingesteld, die vordering nauwkeurig moet onderzoeken. Zo moet de rechter onder meer nagaan of hij bevoegd is, of de vordering ontvankelijk is en wat de feitelijke en wettelijke grondslag van de vordering is. De rechter moet daarbij nagaan of voldoende feiten worden aangevoerd ter staving van de vordering en of die aangevoerde feiten ook bewezen zijn.
  3. De rechter die in voornoemd geval oordeelt dat de vordering hetzij geheel hetzij gedeeltelijk niet kan worden ingewilligd omdat hij op grond van de hem voorgelegde gegevens bepaalde aangevoerde feiten niet bewezen acht, is niet verplicht dit vooraf aan de eisende partij mee te delen.
  4. Dergelijke afwijzing zonder voorafgaande mededeling, houdt geen schending van artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek in, noch miskenning van het recht van verdediging van de eisende partij. Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 54,12 euro waarvan 30 euro is betaald en 24,12 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei en Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 14 november 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061107.4 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061114.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.