← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061114.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061114.4 Rolnummer: P.06.1233.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-02-13 Raadplegingen: 534 - laatst gezien 2026-07-03 14:04 Versie(s): Vertaling FR Fiche Niet ontvankelijk is het cassatieberoep, ingesteld vóór de eindbeslissing, tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat enkel, met toepassing van artikel 61 quinquies, Wetboek van Strafvordering, uitspraak doet over de regelmatigheid van een verzoek strekkende tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen, zonder dat terzelfder tijd, met toepassing van artikel 235bis van hetzelfde wetboek, ook de regelmatigheid van het haar voorgelegde strafonderzoek of van de ermee gepaard gaande strafvordering wordt onderzocht

(1).
(1)Zie Cass., 11 mei 1999, AR P.99.0489.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990511.5, nr 278; 16 mei 2000, AR P.00.0296.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000516.7, nr 299; 16 dec. 2003, AR P.03.1298.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031216.45, nr
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Verzoek tot verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen Kamer van inbeschuldigingstelling Geen onderzoek van regelmatigheid van strafonderzoek of strafvordering Tekst van de beslissing Nr. P.06.1233.N STUDAP cvba, met zetel te 9080 Lochristi, Kastanjedreef 10, verzoekster tot het stellen van onderzoekshandelingen, eiseres, met als raadsman mr. Eric Pringuet, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 juli
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. De kamer van onbeschuldigingstelling doet enkel uitspraak met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering wanneer zij de regelmatigheid van het haar voorgelegde strafonderzoek en van de ermee gepaard gaande strafvordering onderzoekt, dit is wanneer zij uitspraak doet over onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, van voormeld wetboek of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking of over een grond van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering. Daaruit volgt dat wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling uitspraak doet over de procedure betreffende het verzoek tot het stellen van bijkomende onderzoekshandelingen, zij uitspraak doet met toepassing van artikel 61quinquies maar niet van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering.
  4. Het arrest doet uitspraak over het hoger beroep tegen de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij eisers verzoek tot het stellen van bijkomende onderzoekshandelingen, ingesteld met toepassing van de artikelen 61quinquies en 127, ,§ 2 en ,§ 3, Wetboek van Strafvordering, wordt afgewezen. Aldus bevat het arrest geen eindbeslissing en doet het geen uitspraak in een der gevallen bedoeld in artikel 416, tweede lid, van hetzelfde wetboek. Het cassatieberoep is voorbarig, mitsdien niet ontvankelijk. Middel
  5. Het middel dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 156,42 euro waarvan 24,12 euro verschuldigd en 132,30 betaald is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei en Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 14 november 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061114.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990511.5 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000516.7 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031216.45 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.