id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061117.1 Rolnummer: C.05.0204.N Kamer: 1N + Eerste Kamer + Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-01-26 Raadplegingen: 168 - laatst gezien 2026-07-03 07:11 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer na dagstelling overeenkomstig artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek er buiten de in die dagstelling verleende termijn een conclusie werd neergelegd, dient de rechter die nadien op grond van een dagstelling overeenkomstig artikel 750 van het Gerechtelijk Wetboek kennis van de zaak neemt, die buiten de termijn van de dagstelling overeenkomstig artikel 751 neergelegde conclusie, niet ambtshalve uit het debat te weren
(1).
(1)In die zin: Rb. Brussel 29 juni 1995, J.L.M.B., 1996,
- Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Conclusietermijnen Dagstelling art. 751 Ger. W. Conclusies neergelegd buiten de termijn Verwijzing naar de rol Nieuwe dagstelling art. 750 Ger. W. Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.750en751 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Conclusietermijnen Dagstelling art. 751 Ger. W. Conclusies neergelegd buiten de termijn Verwijzing naar de rol Nieuwe dagstelling art. 750 Ger. W. Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.750en751 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0204.N N. N., eiseres, aan wie rechtsbijstand werd verleend bij beschikking van de Eerste Voorzitter van 13 april 2005 (G.05.0013.N), vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- M. A., en,
- M. M., verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 15 december 2004 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Ieper. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat: - de raadsman van de eiseres op 2 april 2003 verzocht om de zaak op te roepen conform artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek; - de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Ieper een beschikking verleende op 9 juli 2003 waarbij hij vaststelt dat de verweersters geen conclusie hadden genomen binnen de in de wet bepaalde termijn en de eiseres terecht bepaling van de zitting vraagt in toepassing van artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek en de rechtsdag bepaalde op 5 november 2003; - de verweersters werden opgeroepen bij gerechtsbrieven van respectievelijk 10 juli 2003 en ook hun raadsman werd verwittigd; - de verweersters voor het eerst een conclusie hebben neergelegd op 4 november
- - volgens het proces-verbaal van de terechtzitting op 5 november 2003 de zaak op verzoek van de raadsman van de eiseres naar de bijzondere rol is verwezen; - op 11 december 2003 de raadsman van de verweersters opnieuw vaststelling heeft gevraagd, maar nu overeenkomstig artikel 750, ,§2, van het Gerechtelijk Wetboek; - bij beschikking van 2 maart 2004 vaststelling werd verleend voor de zitting van 2 juni 2004, terwijl aan de partijen nog een termijn werd verleend om te concluderen, namelijk de eiseres een maand vanaf de kennisgeving en de verweersters ook een maand na het verstrijken van de voormelde termijn; - alleen de eiseres nog heeft geconcludeerd op 1 april 2004; - volgens het proces-verbaal van de terechtzitting de zaak op 2 juni 2004 op tegenspraak werd behandeld.
- Wanneer na dagstelling overeenkomstig artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek er buiten de in die dagstelling verleende termijn een conclusie werd neergelegd, dient de rechter die nadien op grond van een dagstelling overeenkomstig artikel 750 van het Gerechtelijk Wetboek kennis van de zaak neemt, die buiten de termijn van de dagstelling overeenkomstig artikel 751 neergelegde conclusie, niet ambtshalve uit het debat te weren.
- Uit voormeld procesverloop volgt dat de zaak op 2 juni 2004 werd behandeld en in beraad genomen, niet met toepassing van artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek maar, na verzending naar de bijzondere rol, met toepassing van artikel 750 van dit wetboek.
- Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van 365 euro, in debet, jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, de raadsheren Ghislain Londers en Eric Stassijns, en op de openbare terechtzitting van 17 november 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061117.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div