id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061117.5 Rolnummer: F.05.0061.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2007-02-13 Raadplegingen: 186 - laatst gezien 2026-07-03 07:11 Versie(s): Vertaling FR Fiche De regel dat zonder uitdrukkelijk verlof van de procureur-generaal of de auditeur-generaal geen inzage mag worden verleend van de akten, stukken, registers, bescheiden of inlichtingen in verband met de rechtspleging heeft enkel betrekking op de inzage van de daarin vermelde stukken en niet op de mededeling vanwege de betrokken diensten dat er dergelijke stukken zijn of op de mededeling vanwege de betrokken diensten van de gegevens die toelaten de inzage van het gerechtsdossier te vragen
(1).
(1)Zie Cass., 23 april 1998, AR F.95.0004.N, A.C., 1998, nr
- Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Allerlei Vrije woorden: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Allerlei Belastingambtenaren Dossier van de rechtspleging Verzoek tot inzage Verlof van de procureur-generaal of van de auditeur-generaal Voorwerp Wettelijke bepalingen: Wet - 12-06-1992 - Art.327,§1,t Tekst van de beslissing Nr. F.05.0061.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, kantoor houdende te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijk directeur der directe belastingen te Antwerpen, tweede directie, met kantoren te 2000 Antwerpen, Tabaksvest 50, eiser, tegen V.B., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bart Coopman, advocaat bij de balie te Brussel, kantoor houdende te 1081 Brussel, Jules Besmestraat 124, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. BESTREDEN BESLISSING Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 26 oktober 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. III. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 327, ,§1, tweede lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)mag van de akten, stukken, registers, bescheiden of inlichtingen in verband met de rechtspleging geen inzage worden verleend zonder uitdrukkelijk verlof van de procureur-generaal of de auditeur-generaal. Die bepaling heeft enkel betrekking op de inzage van de daarin vermelde stukken en niet op de mededeling vanwege de betrokken diensten dat er dergelijke stukken zijn of op de mededeling vanwege de betrokken diensten van de gegevens die toelaten de inzage van het gerechtsdossier te vragen. 2. De appelrechters stellen vast dat het bestaan van het gerechtelijk onderzoek door de rijkswacht ter kennis werd gebracht van de eiser en hem tevens mededeling werd gedaan van de naam van de aangezochte onderzoeksrechter, de notitienummers van de zaak en van het feit dat de boekhouding reeds in beslag werd genomen. De appelrechters oordelen dat deze inlichtingen slechts met uitdrukkelijke toelating van de procureur-generaal kunnen worden overgemaakt aan de eiser. De appelrechters schenden aldus artikel 327, ,§1, tweede lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992). Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit de fiscale voorziening ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Eric Dirix en Paul Maffei, en in openbare terechtzitting van 17 november 2006 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061117.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div