id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061117.6 Rolnummer: F.05.0071.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2007-02-13 Raadplegingen: 236 - laatst gezien 2026-07-03 07:11 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit het voorschrift dat het dwangbevel een uittreksel uit het kohierartikel betreffende de belastingschuldige en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring dient te bevatten, volgt dat dit uittreksel wordt vermoed gelijkvormig te zijn met het kohier en dat het kohier zelf niet mede dient betekend te worden met het dwangbevel
(1).
(1)Zie Cass., 3 sept. 1965, Pas., I, 11; Cass., 24 maart 1972, A.C., 1972,
- Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - RECHTEN, TENUITVOERLEGGING EN VOORRECHTEN VAN DE SCHATKIST Vrije woorden: INKOMSTENBELASTINGEN - RECHTEN, TENUITVOERLEGGING EN VOORRECHTEN VAN DE SCHATKIST Dwangbevel Verplichte vermeldingen Uittreksel uit het kohier Bewijswaarde Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 27-08-1993 - Art.149 Tekst van de beslissing Nr. F.05.0071.N V.S., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 14, vertegenwoordigd door de ontvanger der directe belastingen te Puurs, wiens kantoor gevestigd is te 2870 Puurs, Guido Gezellelaan 82, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 27 oktober 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- De appelrechters verwerpen en beantwoorden het bedoelde verweer door te oordelen dat de dwangbevelen uitdrukkelijk verwijzen naar de uitvoerbare kohieren waarvan de eensluidende uittreksels en gelijkvormig verklaarde afschriften mede werden betekend, de afschriften van de uitvoerbaarverklaringen regelmatig waren ondertekend door de gewestelijke directeur der directe belastingen, dat bij ontstentenis van inschrijving wegens valsheid de vermeldingen op het dwangbevel dezelfde bewijskracht hebben als het kohier. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de dwangbevelen op 17 juni 1999 en 27 juli 1999 werden betekend en dat met dezelfde exploten de respectieve dwangschriften mede werden betekend waarin telkens een uittreksel van het kohier en een voor eensluidend verklaard afschrift van de uitvoerbaarverklaring is opgenomen.
- De bewijskracht van de dwangbevelen wordt niet miskend door de appelrechters die oordelen dat "de dwangbevelen uitdrukkelijk verwijzen naar de uitvoerbare kohieren waarvan de eensluidende uittreksels en gelijkvormig verklaarde afschriften mede betekend werden". Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- Gelet op het antwoord op het eerste en het tweede onderdeel, mist het onderdeel feitelijke grondslag. Vierde onderdeel
- Krachtens artikel 149 KB/WIB
(1992)dient het dwangbevel een uittreksel uit het kohierartikel betreffende de belastingschuldige en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring te bevatten. Uit deze bepaling volgt dat dit uittreksel wordt vermoed gelijkvormig te zijn met het kohier en dat het kohier zelf niet mede dient betekend te worden met het dwangbevel. Het onderdeel dat geheel ervan uitgaat dat er geen wettelijk vermoeden bestaat dat de vermeldingen in het kohieruittreksel overeenstemmen met het originele kohier en dat bijgevolg, de kohieren, en in ondergeschikte orde, een eensluidend verklaard afschrift ervan, met het dwangbevel dient betekend te worden opdat de beslagrechter de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging zou kunnen beoordelen, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 121,85 euro jegens de eisende partij en op de som van 74,67 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Eric Dirix en Paul Maffei, en in openbare terechtzitting van 17 november 2006 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061117.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div