id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061121.3 Rolnummer: P.06.0830.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-02-13 Raadplegingen: 524 - laatst gezien 2026-07-04 03:20 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het misdrijf van bedrieglijk onvermogen is voltooid wanneer de twee voorwaarden die samen het materiële bestanddeel vormen, onverschillig welke van beide het andere in tijd voorafgaat, verenigd zijn, namelijk het bewerken van zijn onvermogen door de schuldenaar en het hierdoor niet voldaan hebben aan zijn verplichtingen; het vervallen en opeisbaar worden van de schuld dient dus het bewerken van het onvermogen niet vooraf te gaan
(1).
(1)Cass., 5 dec. 2000, AR P.99.0189.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001205.7, nr
- Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Materieel bestanddeel Bedrieglijk onvermogen Opeenvolging in de tijd van de elementen die het materieel bestanddeel vormen Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.490bis Thesaurus CAS: BANKBREUK EN BEDRIEGLIJK ONVERMOGEN Vrije woorden: BANKBREUK EN BEDRIEGLIJK ONVERMOGEN Bedrieglijk onvermogen Materieel bestanddeel Opeenvolging in de tijd van de elementen die het materieel bestanddeel vormen Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.490bis Tekst van de beslissing Nr. P.06.0830.N DESCAMPS DECORATIE nv, met zetel te 8500 Kortrijk, Voorstraat 38, burgerlijke partij, eiseres, met als raadslieden mrs. Stefaan Bekaert en Johan Bekaert, advocaten bij de balie te Kortrijk, tegen D J, inverdenkinggestelde, verweerster, ter zitting bijgestaan door mr. Sandra Verhoye, advocaat bij de balie te Kortrijk. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 september 2005 en 27 april 2006, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 30 november
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel komt op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechters en vergt van het Hof een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het misdrijf van bedrieglijk onvermogen van artikel 490bis Strafwetboek is voltooid wanneer de twee voorwaarden die samen het materiele bestanddeel vormen, verenigd zijn, namelijk het bewerken van zijn onvermogen door de schuldenaar en het hierdoor niet voldaan hebben aan zijn verplichtingen. Het is daarbij onverschillig welke van beide materiële bestanddelen het andere in tijd voorafgaat. Het vervallen en opeisbaar worden van de schuld dient dus het bewerken van het onvermogen niet vooraf te gaan. Het bestreden arrest dat het feitenverloop bespreekt, oordeelt hierbij niet anders. Het onderdeel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest, mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- In zoverre het onderdeel niet preciseert waarin het bestreden arrest de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek schendt, is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Door in feite te oordelen dat niet is aangetoond dat de verweerster niet het opzet had zich onvermogend te maken voor haar schuldeiser, schendt het bestreden arrest artikel 490bis Strafwetboek niet. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel betreft het oordeel van het bestreden arrest over het aangevoerde onvermogen van de verweerster, materieel element van het misdrijf van artikel 490bis Strafwetboek. Het onderdeel komt hierbij op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechters en vergt van het Hof een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het bestreden arrest oordeelt op grond van feitelijke gegevens onaantastbaar dat de eiseres niet voldoende inspanningen heeft gedaan om het arrest van het Hof van Beroep te Gent van 16 januari 2002 tegen de verweerders in Zwitserland ten uitvoer te leggen.
- Noch artikel 490bis Strafwetboek, noch de bewijsregels in strafzaken leggen de appelrechters op hierbij uitdrukkelijk vast te stellen dat de eerste verweerster in persoonlijke naam in Zwitserland over activa beschikte zoals een onroerend goed of een aantal voertuigen waarop de eiseres tot tenuitvoerlegging kon overgaan. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel maakt niet duidelijk waarom de heropening van het debat, bevolen bij het bestreden arrest van 29 september 2005, artikel 490bis Strafwetboek en de artikelen 128 en 135 Wetboek van Strafvordering schendt. Het middel is in zoverre bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Voor het overige is het middel gericht tegen een overweging van het bestreden arrest dat er een nieuwe betwisting tussen de partijen is gerezen die de termen van de klacht met burgerlijke partijstelling overstijgt en waarop de kamer van inbeschuldigingstelling beslist niet in te gaan. Deze beslissing schendt geen van de als geschonden aangewezen wetsbepalingen. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum, Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 300,32 euro waarvan 39,80 euro verschuldigd en 260,52 euro betaald. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 21 november 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061121.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001205.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181107.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div