id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061121.7 Rolnummer: P.06.1445.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-02-13 Raadplegingen: 176 - laatst gezien 2026-07-03 07:11 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer het hof van beroep, kamer van inbeschuldigingstelling, de voorlopige hechtenis handhaaft, kan in het geval dat dit arrest een titel van vrijheidsberoving oplevert voor drie maanden te rekenen vanaf de beslissing, een verzoekschrift in de zin van artikel 22bis, eerste lid Voorlopige Hechteniswet, slechts ingediend worden ten vroegste vijf dagen vóór het verstrijken van de termijn van één maand, te rekenen van het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat de voorlopige hechtenis handhaaft. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Kamer van inbeschuldigingstelling Titel van vrijheidsberoving voor drie maanden Invrijheidstelling op indiening van een verzoekschrift Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet - 20-07-1990 - Artt.22,tweede Tekst van de beslissing Nr. P.06.1445.N V G W, verdachte, gedetineerd eiser, met als raadslieden mr. Len Augustyns en mr. Marc Bartholomeeusen, advocaten bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest op 9 november 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel bekritiseert het oordeel van de appelrechters dat het door de eiser neergelegd verzoekschrift in toepassing van artikel 22bis Voorlopige Hechteniswet niet ontvankelijk was.
- Artikel 22, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat wanneer het feit dat bij de raadkamer aanhangig is gemaakt, een feit betreft waarop artikel 2 van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden niet van toepassing is, de raadkamer om de drie maanden uitspraak doet over het handhaven van de voorlopige hechtenis. Artikel 22bis, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat wanneer een beschikking tot handhaving van de voorlopige hechtenis is genomen met toepassing van artikel 22, tweede lid, de invrijheidstelling kan worden verleend op indiening van een verzoekschrift dat de inverdenkinggestelde richt aan de raadkamer. Overeenkomstig artikel 22bis, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet kan het verzoekschrift worden ingediend van maand tot maand en voor het eerst ten vroegste vijf dagen vóór het verstrijken van de termijn van één maand, te rekenen van de beschikking die genomen is met toepassing van artikel 22, tweede lid van die wet. Artikel 30, ,§4, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat wanneer hoger beroep wordt ingesteld tegen de bij artikelen 22, tweede lid en 22bis bedoelde beschikking, het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling een titel van vrijheidsberoving oplevert voor drie maanden te rekenen van de beslissing.
- Uit deze wetsbepalingen volgt dat wanneer het hof van beroep, kamer van inbeschuldigingstelling, de voorlopige hechtenis handhaaft, een verzoekschrift in de zin van artikel 22bis, eerste lid Voorlopige Hechteniswet, overeenkomstig artikel 22bis, tweede lid, slechts kan ingediend worden ten vroegste vijf dagen vóór het verstrijken van de termijn van één maand, te rekenen van het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat de voorlopige hechtenis handhaaft. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 53,99 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 21 november 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061121.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div