id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061121.8 Rolnummer: P.06.0806.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-02-13 Raadplegingen: 865 - laatst gezien 2026-07-04 04:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het gebruik van bewijs dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast, of een aangever met het oog op het leveren van dat bewijs hebben verkregen ingevolge een misdrijf, een miskenning van een regel van strafprocesrecht, ingevolge een schending van het recht op privacy, met miskenning van het recht van verdediging of met miskenning van het recht op menselijke waardigheid, is in principe niet geoorloofd; de rechter mag evenwel alleen dan geen rekening houden met een onrechtmatig verkregen bewijs hetzij wanneer de naleving van bepaalde vormvoorwaarden voorgeschreven wordt op straffe van nietigheid, hetzij wanneer de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, hetzij wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces
(1)
(2)
(3).
(1)Cass., 23 maart 2004, AR P.04.0012.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040323.24, nr 165.
(2)Zie: Cass., 14 okt. 2003, AR P.03.0762.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031014.18, nr 499 met conclusie A.G. De Swaef.
(3)Cass., 8 nov. 2005, AR P.05.1106.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051108.21, nr 576. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Onrechtmatig verkregen bewijs Uitsluiting Fiche 2 Het staat de rechter de toelaatbaarheid van onrechtmatig verkregen bewijs te beoordelen in het licht van artikel 6 E.V.R.M., rekening houdende met de elementen van de zaak in haar geheel genomen, inbegrepen de wijze waarop het bewijs verkregen werd en de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan; bij dit oordeel kan de rechter, onder meer, een of het geheel van volgende omstandigheden in aanmerking nemen: hetzij dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast, al dan niet de onrechtmatigheid opzettelijk heeft begaan, hetzij dat de ernst van het misdrijf veruit de begane onrechtmatigheid overstijgt, hetzij dat het onrechtmatig verkregen bewijs alleen het materieel element van het bestaan van het misdrijf betreft
(1)
(2).
(1)Cass., 23 maart 2004, AR P.04.0012.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040323.24, nr 165.
(2)Cass., 2 maart 2005, AR P.04.1644.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050302.10, nr 130 met conclusie A.G. Vandermeersch; Cass., 31 okt. 2006, AR P.06.1016.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061031.5, nr ... Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Onrechtmatig verkregen bewijs Toelaatbaarheid Beoordeling door de rechter Fiches 3 - 4 De rechter oordeelt onaantastbaar onder welke omstandigheden het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in strijd dan wel onverenigbaar is met het recht op een eerlijk proces, voor zover de omstandigheden waarop hij dit oordeel grondt, zijn beslissing kunnen rechtvaardigen
(1).
(1)Cass., 8 nov. 2005, AR P.05.1106.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051108.21, nr 576. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Onrechtmatig verkregen bewijs Recht op een eerlijk proces Beoordeling door de rechter Marginale toetsing Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Strafzaken Gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs Recht op een eerlijk proces Beoordeling door de rechter Marginale toetsing Fiche 5 Noch uit artikel 6 E.V.R.M. dat het eerlijk proces waarborgt, noch uit artikel 8 E.V.R.M. dat het recht op eerbiediging van het privé-, het gezinsleven, de woning en de briefwisseling waarborgt, noch uit enige grondwettelijke of wettelijke bepaling volgt dat bewijs met miskenning van een door dit verdrag of door de Grondwet gewaarborgd grondrecht werd verkregen, altijd ontoelaatbaar is
(1).
(1)Cass., 16 nov. 2004, AR P.04.0644.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.16, nr 549 met conclusie A.G. Duinslaeger; Cass., 16 nov. 2004, AR P.04.1127.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.17, nr 550 met conclusie A.G. Duinslaeger. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Onrechtmatig verkregen bewijs Schending van een door het E.V.R.M. of de grondwet gewaarborgd grondrecht Tekst van de beslissing Nr. P.06.0806.N D B P J O, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Ann Van de Steen, advocaat bij de balie te Dendermonde, ter zitting bijgestaan door mr. Philippe Van Liefferinge, advocaat bij de balie te Dendermonde, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Dendermonde van 29 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede grief
- De grief voert schending aan van artikel 28quinquies, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering. Dit bepaalt: "Behoudens de wettelijke uitzonderingen is het opsporingsonderzoek geheim. Eenieder die beroepshalve zijn medewerking dient te verlenen aan het opsporingsonderzoek, is tot geheimhouding verplicht. Hij die dit geheim schendt, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek."
- In principe is niet geoorloofd het gebruik van bewijs dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast, of een aangever met het oog op het leveren van dat bewijs hebben verkregen ingevolge een misdrijf, met miskenning van een regel van het strafprocesrecht, ingevolge een schending van het recht op privacy, met miskenning van het recht van verdediging of met miskenning van het recht op menselijke waardigheid. De rechter mag evenwel alleen dan geen rekening houden met een onrechtmatig verkregen bewijs: - hetzij wanneer de naleving van bepaalde vormvoorwaarden voorgeschreven wordt op straffe van nietigheid; - hetzij wanneer de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast; - hetzij wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces. Het staat de rechter de toelaatbaarheid van onrechtmatig verkregen bewijs te beoordelen in het licht van artikel 6 EVRM, rekening houdende met de elementen van de zaak in haar geheel genomen, inbegrepen de wijze waarop het bewijs verkregen werd en de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan. Bij dit oordeel kan de rechter, onder meer, een of het geheel van volgende omstandigheden in aanmerking nemen: - hetzij dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast, al dan niet de onrechtmatigheid opzettelijk heeft begaan; - hetzij dat de ernst van het misdrijf veruit de begane onrechtmatigheid overstijgt; - hetzij dat het onrechtmatig verkregen bewijs alleen een materieel element van het bestaan van het misdrijf betreft. De rechter oordeelt onaantastbaar onder welke omstandigheden het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in strijd dan wel verenigbaar is met het recht op een eerlijk proces, voor zover de omstandigheden waarop hij dit oordeel grondt, zijn beslissing kunnen rechtvaardigen.
- Het bestreden vonnis heeft op grond van de voormelde crinteria en op grond van de feiten die het onaantastbaar heeft vastgesteld, wettig kunnen oordelen dat het onrechtmatig verkregen bewijs mocht worden gebruikt. De grief kan niet worden aangenomen. Eerste grief
- Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM betreffende het recht op eerbiediging van zijn privéleven, ook al werden de beelden uiteindelijk niet uitgezonden.
- Noch uit artikel 6 EVRM dat het eerlijk proces waarborgt, noch uit artikel 8 EVRM dat het recht op eerbiediging van het privé-, het gezinsleven, de woning en de briefwisseling waarborgt, noch uit enige grondwettelijke of wettelijke bepaling volgt dat bewijs dat met miskenning van een door dit verdrag of door de Grondwet gewaarborgd grondrecht werd verkregen, altijd ontoelaatbaar is.
- De appelrechters stellen vooreerst vast "dat geen enkel beeldmateriaal over de concrete vaststellingen publiek werd uitgezonden". Zij herinneren "er bovendien aan dat een schending van artikel 8 EVRM bij de bewijsgaring niet noodzakelijk tot bewijsuitsluiting moet leiden en dat de rechtbank in dat geval hoe dan ook de zogenaamde antigoontoets moet doen".
- Uit het antwoord op de tweede grief blijkt dat de appelrechters de toelaatbaarheid van het onrechtmatig verkregen bewijs beoordelen. Zij doen dit ook wat betreft de aanwezigheid van de cameraman die de vaststellingen heeft gefilmd. Het bestreden vonnis geeft aan de hand van voormelde criteria de redenen op waarom het oordeelt dat hier het onrechtmatig verkregen bewijs mag worden gebruikt, spijts de aanwezigheid van de cameraman. De grief is aldus gericht tegen een overtollige reden en mitsdien niet ontvankelijk. Derde grief
- De rechter hoeft niet te antwoorden op argumenten die aangevoerd worden ter ondersteuning van een middel maar die afzonderlijk genomen geen middel uitmaken.
- De in de grief vermelde artikelen 62 Wegverkeerswet, 44/1 Wet op het politieambt en 4 en 8 Wet Verwerking Persoonsgegevens werden door de eiser enkel aangevoerd ter ondersteuning van zijn verweer dat de vaststellingen een onrechtmatig verkregen bewijs uitmaakten dat te dezen niet mocht worden gebruikt. Met de redenen die het bestreden vonnis vermeldt, verwerpt en beantwoordt het dit verweer. De grief mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 79,07 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 21 november 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061121.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081126.10 ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100505.3 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120905.1 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130619.2 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150923.4 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181212.4 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200324.1N.1 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220309.2F.6 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240625.2N.28 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251124.3F.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031014.18 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040323.24 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.16 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.17 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050302.10 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051108.21 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061031.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090902.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div