← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061127.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061127.3 Rolnummer: S.06.0012.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2007-02-21 Raadplegingen: 179 - laatst gezien 2026-07-03 07:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Taken die aanvankelijk in ondergeschikt verband als werknemer voor de werkgever werden uitgevoerd, kunnen nadien voor de vroegere werkgever in diens opdracht als zelfstandige en zonder enige gezagsrelatie worden uitgevoerd. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - BEGRIP. BESTAANSVEREISTEN. VORM - Begrip en bestaansvereisten Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMST - BEGRIP. BESTAANSVEREISTEN. VORM - Begrip en bestaansvereisten Gezag Werknemer Wijziging van statuut Identitieke samenwerking Wettelijke bepalingen: Wet - 27-06-1969 - Artt.1,§1,ee Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Arbeidsovereenkomst Gezag Wijziging van statuut Identitieke samenwerking Wettelijke bepalingen: Wet - 27-06-1969 - Artt.1,§1,ee Tekst van de beslissing Nr. S.06.0012.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen WELDIMO, naamloze vennootschap, met zetel te 3960 Bree, Industrieterrein Vostert 1111, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 28 september 2005 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel

  1. Het arrest stelt uitdrukkelijk dat het zich als vergelijkingspunt en beoordelingscriterium niet op de vroegere tewerkstelling voor de verweerster richt, doch wel op de beoogde "gecontracteerde en veruitwendigde aanloop naar zelfstandige samenwerking, zodat kan gesteld worden dat de evolutie in de samenwerking aangeeft in welke mate de beide personen zichzelf als zelfstandig hebben beschouwd en ook als dusdanig hebben gehandeld".
  2. Het arrest oordeelt dat uit de feiten is gebleken dat: - X. en Y. als zelfstandigen hebben gehandeld met volledige vrijheid omtrent de aard van de prestaties en activiteiten die zij wensten te verrichten en omtrent de graad van samenwerking met Weldimo, waarbij duidelijk is geworden dat de beide personen alsmaar meer voor andere opdrachtgevers zijn gaan werken en hun eigen cliënteel hebben uitgebreid en opgebouwd, - dat er geen aanwijzingen zijn van een gezagsuitoefening van de NV Weldimo. Tot besluit oordeelt het arrest dat er te dezen geen elementen van economisch afhankelijkheid, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk van die aard zijn om de kwalificatie die de partijen aan hun overeenkomst hebben gegeven uit te sluiten. Aldus geeft het arrest te kennen dat deze toestand bestond vanaf de in werking treding op 1 juli 1998 van de overeenkomst van "zelfstandige samenwerking".
  3. De overweging dat de arbeidsomstandigheden voor en na 1 juli 1998 een aanloop tot zelfstandigenstatuut, volledig economisch los van de verweerster, uitmaakten, houdt niet in dat het arrest niet in concreto nagegaan heeft of de feitelijke elementen reeds vanaf 1 juli 1998 elke mogelijkheid tot gezags-uitoefening uitsloten.
  4. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  5. In strijd met wat het onderdeel aanvoert, beslist het arrest niet dat de arbeidsomstandigheden waarin X. en Y. voor 1 juli 1998 en nadien voor de verweerster taken uitvoerden, dezelfde waren.
  6. Het is niet tegenstrijdig te oordelen dat: - enerzijds, wanneer een werknemer voorafgaand aan de verwerving van een zelfstandigenstatuut in een betrokken firma steeds als werknemer in ondergeschikt verband tewerkgesteld is geweest en na de verwerving van het zelfstandigenstatuut dezelfde taken uitvoert als voorheen, dit op het eerste gezicht doet vermoeden dat de betrokkene nog steeds verbonden is door een arbeidsovereenkomst na de verwerving van het beweerd zelfstandigenstatuut en de aandelen binnen de betrokken firma, - anderzijds, X. en Y., niettegenstaande zij aanvankelijk na het zelfstandigenstatuut te hebben verworven nog dezelfde taken uitoefenden voor de verweerster, alsdan geen werknemers meer waren maar zelfstandigen omdat uit de feiten is gebleken dat zij vanaf dan die taken volledig zelfstandig uitgevoerd hebben zonder enige aanwijzing van gezag van de verweerster.
  7. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  8. Taken die aanvankelijk in ondergeschikt verband als werknemer voor de werkgever werden uitgevoerd, kunnen nadien voor de vroegere werkgever in diens opdracht als zelfstandige en zonder enige gezagsrelatie worden uitgevoerd.
  9. Het onderdeel, in zoverre dit het tegendeel aanvoert, faalt naar recht. Tweede middel
  10. De eiser heeft het in het middel omschreven verweer gevoerd. Het arrest beantwoordt dit verweer niet.
  11. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit de eiser veroordeelt tot het betalen van interest en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelings-voorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van zevenentwintig november tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061127.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.