id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061128.8 Rolnummer: P.06.1086.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2007-02-13 Raadplegingen: 656 - laatst gezien 2026-07-04 05:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Onwettig is de beslissing waarbij een bijzondere verbeurdverklaring van vermogensvoordelen wordt uitgesproken, zonder opgave van de redenen waarom die bijkomende en facultatieve straf is gekozen
(1).
(1)Zie Cass., 9 nov. 1988, AR 6941, nr 142; 18 sept. 1991, AR 9365, nr 34; 31 maart 1992, AR 5098, nr 410; 5 maart 2002, AR P.01.1431.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020305.6, nr 158; DE SWAEF, M., "De bijzondere verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen uit misdrijven", R.W. 1990-91, 491, nr 7. In het geval dat aanleiding gaf tot het geannoteerde arrest was de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie in eerste aanleg, in toepassing van artikel 43bis, eerste lid, S.W., waarnaar de appelrechters verwijzen, evenmin gemotiveerd en verleende de eerste rechter vrijspraak. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Bijzondere verbeurdverklaring Motivering Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Bijzondere verbeurdverklaring Motivering Fiche 3 De verbeurdverklaring is geen bestanddeel van de hoofdstraf, zodat de onwettigheid ervan enkel de verbeurdverklaring zelf aantast
(1).
(1)Cass., 21 maart 1989, AR 3181, nr 417; 27 maart 1990, AR 3602, nr 452; 5 maart 2002, AR P.01.1431.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020305.6, nr
- Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Bijzondere verbeurdverklaring Onwettigheid Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.43bis Tekst van de beslissing Nr. P.06.1086.N E A J G, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Frank Scheerlinck, advocaat bij de balie te Gent, voor mr. Piet Van Eeckhaut, advocaat bij de balie te Gent en mr. Raf Verstraeten. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 27 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert aan dat de appelrechters de bewijskracht miskennen van de inhoud van de brief van de Officier van Justitie van 25 januari 2002 waarin hij schrijft: "Feit is dat de politie Rotterdam verschillende aanwijzingen heeft binnengekregen en daarna gecombineerd op basis waarvan tot een eigen onderzoek is besloten tegen deels dezelfde personen als genoemd dan wel bedoeld in uw rechtshulpverzoek althans de verzochte onderzoekshandelingen".
- De appelrechters oordelen: "Er is geen enkel aanwijzing over welk soort feiten, over welke periode, ... het onderzoek in Nederland is gevoerd zodat allerminst vaststaat (gelet tevens op de hiervoor geciteerde termen van de brief dd. 25/1/2002) dat er enige band is met de feiten, die thans het voorwerp uitmaken van de vervolgingen voor dit Hof, noch dat enige verklaring zou zijn afgelegd in verband met deze feiten of met de beklaagde (...)". Aldus geven zij van de inhoud van voormelde brief een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Krachtens artikel 195, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering, vermeldt het vonnis nauwkeurig, maar op een wijze die beknopt mag zijn, de redenen waarom de rechter, als de wet hem daartoe vrije beoordeling overlaat, dergelijke straf of dergelijke maatregel uitspreekt; bovendien rechtvaardigt het de strafmaat voor elke uitgesproken straf of maatregel.
- Met de in het middel aangehaalde redenen: "Er kan bovendien ingegaan worden op de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen zoals door het openbaar ministerie ter zitting van de eerste rechter dd. 05/10/2004 schriftelijk gevorderd", motiveren de appelrechters niet naar recht hun beslissing de vermogensvoordelen verbeurd te verklaren, beslissing die te dezen een facultatief karakter heeft. Het middel is gegrond.
- De verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen is geen bestanddeel van de hoofdstraf, zodat de onwettigheid enkel de verbeurdverklaring zelf aantast. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- Behoudens de beslissing over de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen, zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
- Tengevolge van de verwerping van het cassatieberoep gericht tegen de beslissing op de strafvordering over de schuld en de straf behalve de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen, heeft het cassatieberoep in zoverre gericht tegen de beslissing waarbij de onmiddellijke aanhouding van de eiser wordt bevolen, geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen uitspreekt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Laat de helft van de kosten ten laste van de Staat en veroordeelt de eiser tot de overige helft. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. Begroot de kosten op 140,65 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 28 november 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061128.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090519.4 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091014.3 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130206.1 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150902.2 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181212.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020305.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170215.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div