← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061205.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061205.4 Rolnummer: P.06.1111.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2006-12-18 Raadplegingen: 312 - laatst gezien 2026-07-03 07:09 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De omstandigheid dat de aansprakelijke voor de schadepost "meerinspanningen" het slachtoffer heeft vergoed, staat niet eraan in de weg dat de arbeidsongevallenverzekeraar als indeplaatsgestelde in de rechten van de getroffene, tegen die aansprakelijke een rechtsvordering kan instellen voor de recuperatie van de vergoedingen die de arbeidsongevallenverzekeraar aan het slachtoffer heeft uitgekeerd, en dit tot beloop van het bedrag dat volgens het gemene recht aan de getroffene verschuldigd is voor dezelfde schade als die welke krachtens die wet is vergoed. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - OVEREENKOMSTEN. REGRES - Verzekering. Indeplaatsstelling Vrije woorden: Arbeidsongeval - Aansprakelijke derde - Arbeidsongevallenverzekeraar - Regresvordering - Vergoeding van het slachtoffer door de aansprakelijke Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Wet - 10-04-1971 - Artt. 46, § 2, eerste lid, 47, 51bis, 51ter, en 59quinquies Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERZEKERING Vrije woorden: Aansprakelijke derde - Arbeidsongevallenverzekeraar - Regresvordering - Vergoeding van het slachtoffer door de aansprakelijke Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Wet - 10-04-1971 - Artt. 46, § 2, eerste lid, 47, 51bis, 51ter, en 59quinquies Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING Vrije woorden: Arbeidsongeval - Verzekering - Arbeidsongevallenverzekeraar - Regresvordering - Vergoeding van het slachtoffer door de aansprakelijke Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Wet - 10-04-1971 - Artt. 46, § 2, eerste lid, 47, 51bis, 51ter, en 59quinquies Tekst van de beslissing Nr. P.06.1111.N AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25, burgerlijke partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen B A M, beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Brussel van 19 mei

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ghislain Dhaeyer verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 23 Gerechtelijk Wetboek strekt het gezag van het rechterlijk gewijsde zich niet verder uit dan tot hetgeen het voorwerp van de beslissing heeft uitgemaakt. Vereist wordt dat de gevorderde zaak dezelfde is, dat de vordering op dezelfde oorzaak berust, dat de vordering tussen dezelfde partijen bestaat en door hen en tegen hen in dezelfde hoedanigheid gedaan is. Een beslissing, al dan niet in kracht van gewijsde gegaan, heeft geen gezag van gewijsde ten aanzien van een partij die in het geschil dat aanleiding is geweest voor die beslissing, geen partij was.
  3. Krachtens artikel 47 Arbeidsongevallenwet kan de arbeidsongevallenverzekeraar, te dezen de eiseres, een rechtsvordering instellen tegen de voor het arbeidsongeval aansprakelijke, te dezen de verweerster, tot beloop van de krachtens artikel 46, ,§ 2, eerste lid, gedane uitkeringen, de ermee overeenstemmende kapitalen, alsmede de bedragen en kapitalen bedoeld bij de artikelen 51bis, 51ter en 59quinquies; hij kan die burgerlijke vordering instellen op dezelfde wijze als het slachtoffer of zijn rechthebbenden en hij wordt gesubrogeerd in de rechten die de getroffene of zijn rechthebbenden bij niet-vergoeding overeenkomstig artikel 46, ,§ 2, eerste lid, krachtens het gemene recht, hadden kunnen uitoefenen.
  4. De omstandigheid dat de aansprakelijke voor de schadepost "meerinspanningen" het slachtoffer heeft vergoed, staat niet eraan in de weg dat de arbeidsongevallenverzekeraar als indeplaatsgestelde in de rechten van de getroffene, tegen die aansprakelijke een rechtsvordering kan instellen voor de recuperatie van de vergoedingen die de arbeidsongevallenverzekeraar aan het slachtoffer heeft uitgekeerd, en dit tot beloop van het bedrag dat volgens het gemene recht aan de getroffene verschuldigd is voor dezelfde schade als die welke krachtens die wet is vergoed.
  5. De appelrechters oordelen: - het ongeval dat aanleiding is geweest tot die schade, is voor de getroffene tevens een arbeidsongeval. - de verweerster is bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Brussel van 29 juni 2001 veroordeeld om aan de getroffene schadevergoeding te betalen wegens de meerinspanningen die deze moet doen. - het vonnis van 29 juni 2001 heeft kracht van gewijsde, "zodat de rechtbank hierop thans niet meer kan terugkomen". - de vordering die de arbeidsongevallenverzekeraar tegen de aansprakelijke kan instellen, berust op een indeplaatsstelling waardoor de schuldvordering zelf overgaat naar het vermogen van de verzekeraar. - het slachtoffer zelf heeft van de aansprakelijke vergoeding gekregen, zodat de arbeidsongevallenverzekeraar de terugbetaling niet kan vorderen van de aansprakelijke; zijn rechten zijn uitgeput. Aldus verantwoorden ze hun beslissing niet naar recht en schenden ze de in het middel als geschonden aangewezen wettelijke bepalingen. Het middel is gegrond. Dictum Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over "meerinspannigen". Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de verweerster in de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Leuven, zitting houdende in hoger beroep. Begroot de kosten in het geheel op de som van 143,22 euro waarvan 113,22 euro verschuldigd is en 30 euro betaald. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 december 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061205.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.