← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061205.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061205.5 Rolnummer: P.06.1132.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-12-18 Raadplegingen: 208 - laatst gezien 2026-07-03 07:09 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het misdrijf van valse eed bij een verzegeling of een boedelbeschrijving vereist enkel algemeen opzet, wat inhoudt dat de dader het misdrijf wetens en willens heeft gepleegd, dit is dat hij ervan bewust is dat de boedelbeschrijving bij dewelke hij de eed aflegt, verkeerde of onvolledige gegevens bevat; het feit dat de dader hierbij te goeder trouw gemeend heeft dat hij bepaalde vermogensbestanden niet diende aan te geven omdat daarover tussen de partijen afspraken bestonden, brengt geen staffeloosheid mee

(1).
(1)Zie Cass., 29 sept. 1992, AR 5733, nr 634; Cass., okt. 2003, AR P.03.1030.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031022.10, nr
  1. Thesaurus CAS: MEINEED Vrije woorden: Moreel bestanddeel Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 226, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Moreel bestanddeel - Meineed Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 226, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.06.1132.N B R J M, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Pieter Helsen, advocaat bij de balie te Hasselt, tegen S M, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 28 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het misdrijf bedoeld in artikel 226, tweede lid, Strafwetboek vereist enkel het algemeen opzet. Dit houdt in dat de dader het misdrijf wetens en willens heeft gepleegd, dit is dat hij ervan bewust is dat de boedelbeschrijving bij dewelke hij de eed aflegt, verkeerde of onvolledige gegevens bevat. Het feit dat de dader hierbij te goeder trouw gemeend heeft dat hij bepaalde vermogensbestanden niet diende aan te geven omdat daarover tussen de partijen afspraken bestonden, brengt geen straffeloosheid mee.
  4. Het arrest oordeelt dat slechts een algemeen opzet vereist is, erin bestaande bewust activa niet te hebben opgegeven bij de boedelbeschrijving, wat in deze zaak beide partijen ontegensprekelijk bewust hebben gedaan. Aldus beantwoordt het arrest eisers verweer dat hij het misdrijf niet wetens en willens heeft gepleegd en verantwoordt het de beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  5. De in het middel aangehaalde conclusie preciseert niet welke vermogenselementen, vermeld in de bewezen verklaarde feiten van de telastlegging, deel uitmaken van het familievermogen toebehorende aan derden. Dit onnauwkeurig verweer was derhalve doelloos zodat de appelrechters niet gehouden waren daarop te antwoorden. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  6. De beslissing de eiser te veroordelen tot een schadevergoeding van een euro is naar recht verantwoord wegens de bewezenverklaring van de telastlegging in zoverre deze de overige vermogensbestanddelen dan de verzekeringspolissen tot voorwerp heeft.
  7. In zoverre het middel aanvoert dat het arrest niet antwoordt op eisers verweer met betrekking tot het eigendomsrecht op die verzekeringspolissen, kan het niet tot cassatie leiden. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 107,28 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 december 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061205.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031022.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141104.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.