id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061205.6 Rolnummer: P.06.1218.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-12-18 Raadplegingen: 620 - laatst gezien 2026-07-04 01:51 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De kamer van inbeschuldigingstelling die met toepassing van artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering uitspraak doet over het hoger beroep tegen een verwijzingsbeschikking, moet op grond van de feiten waarvan de raadkamer geoordeeld heeft dat er voldoende bezwaren bestaan, onderzoeken of deze feiten, mocht de feitenrechter ze bewezen achten, al dan niet verjaard zijn; dit onderzoek kan evenwel geen onderzoek van de bezwaren betreffen
(1).
(1)Cass., 28 juni 2005, AR P.05.0658.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.18, nr 380 met concl. adv.-gen. VANDERMEERSCH; zie Cass., 11 mei 2004, AR P.04.0247.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040511.30, nr 250; Cass., 20 okt. 2004, AR P.04.0742.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041020.11, nr 492; Cass., 5 april 2006, AR P.06.0098.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060405.8, nr ... Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Raadkamer - Verwijzingsbeschikking - Hoger beroep van de inverdenkinggestelde - Kamer van inbeschuldigingstelling - Conclusie - Middel waarbij de verjaring van de strafvordering wordt aangevoerd - Opdracht van de kamer van inbeschuldigingstelling - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, 135, § 2, en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Algemeen Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Raadkamer - Verwijzingsbeschikking - Hoger beroep van de inverdenkinggestelde - Kamer van inbeschuldigingstelling - Conclusie - Middel waarbij de verjaring van de strafvordering wordt aangevoerd - Opdracht van de kamer van inbeschuldigingstelling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, 135, § 2, en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 5 Wanneer het onderzoeksgerecht een inverdenkinggestelde naar de correctionele rechtbank verwijst wegens het gebruik van valse stukken gedurende een bepaalde periode, dan oordeelt zij dat er voldoende bezwaren bestaan dat de valsheid tot de door de raadkamer aangenomen datum heeft geduurd; de kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt derhalve of de feiten vanaf die datum verjaard zijn
(1).
(1)Cass., 14 okt. 2003, AR P.03.0848.N, onuitgegeven. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Raadkamer - Verwijzingsbeschikking - Draagwijdte - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Verjaring - Opdracht van de kamer van inbeschuldigingstelling Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 193, 196, 197, 213 en 214 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, 135, § 2, en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Algemeen Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Raadkamer - Verwijzingsbeschikking - Draagwijdte - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Opdracht van de kamer van inbeschuldigingstelling Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 193, 196, 197, 213 en 214 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, 135, § 2, en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: Strafvordering - Verjaring - Onderzoeksgerechten - Raadkamer - Verwijzingsbeschikking - Draagwijdte - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Opdracht van de kamer van inbeschuldigingstelling Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 193, 196, 197, 213 en 214 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, 135, § 2, en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 6 - 8 Het middel van de inverdenkinggestelde dat aanvoert dat de verwijzingsbeschikking zelf onregelmatig is daar zij een motiveringsgebrek vertoont waar zij oordeelt dat er met betrekking tot de strafbare periode van het gebruik van de fiscale valsheid voldoende bezwaren bestaan, betreft het debat over de bezwaren waartegen geen ontvankelijk hoger beroep open staat zodat de kamer van inbeschuldigingstelling daarover geen uitspraak dient te doen. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Raadkamer - Verwijzingsbeschikking - Hoger beroep van de inverdenkinggestelde - Kamer van inbeschuldigingstelling - Conclusie - Middel waarbij de onregelmatigheid van de verwijzingsbeschikking wordt aangevoerd - Motiveringsgebrek - Strafbare periode - Aard van het middel Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: Raadkamer - Verwijzingsbeschikking - Hoger beroep van de inverdenkinggestelde - Kamer van inbeschuldigingstelling - Conclusie - Middel waarbij de onregelmatigheid van de verwijzingsbeschikking wordt aangevoerd - Motiveringsgebrek - Strafbare periode - Aard van het middel Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: Strafvordering - Onderzoeksgerechten - Raadkamer - Verwijzingsbeschikking - Hoger beroep van de inverdenkinggestelde - Kamer van inbeschuldigingstelling - Conclusie - Middel waarbij de onregelmatigheid van de verwijzingsbeschikking wordt aangevoerd - Motiveringsgebrek - Strafbare periode van het gebruik van de fiscale valsheid - Aard van het middel Tekst van de beslissing Nr. P.06.1218.N I. B D M P, inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. Philippe Traest, advocaat bij de balie te Brussel, II. L W, inverdenkinggestelde, eiser. III.
- V B N J M, inverdenkinggestelde,
- V B B I, inverdenkinggestelde, eiseressen, met als raadsman mr. Joris Vercraeye, advocaat bij de balie te Antwerpen, IV. D' O R A V E M, inverdenkinggestelde, eiser. V.
- D O, inverdenkinggestelde,
- D N A, inverdenkinggestelde,
- D B M A, inverdenkinggestelde, eisers. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 juni
- De eiseres I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiseressen III voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De overige eisers voeren geen middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Het arrest doet uitspraak over het hoger beroep van de eisers I, II, IV en V tegen de beschikking van de raadkamer die uitspraak doet over het bestaan van bezwaren en deze eisers naar de correctionele rechtbank verwijst. Het verklaart het hoger beroep van die eisers niet ontvankelijk in zoverre het tegen die beslissingen is gericht. Die beslissingen van het arrest zijn geen eindbeslissingen zodat, in zoverre daartegen gericht, de cassatieberoepen niet ontvankelijk zijn.
- Het arrest doet ook uitspraak over het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen de beschikking van de raadkamer die tot de buitenvervolging van de eiseressen III beslist. In zoverre het arrest oordeelt dat er voldoende bezwaar tegen die eiseressen bestaat en deze naar de correctionele rechtbank verwijst, bevat het geen eindbeslissing zodat het daartegen ingestelde cassatieberoep niet ontvankelijk is. Middel van de eiseres I Eerste onderdeel
- De kamer van inbeschuldigingstelling die met toepassing van artikel 135, ,§ 2, Wetboek van Strafvordering uitspraak doet over het hoger beroep tegen een verwijzingsbeschikking, moet op grond van de feiten waarvan de raadkamer geoordeeld heeft dat er voldoende bezwaren bestaan, onderzoeken of deze feiten, mocht de vonnisrechter ze bewezen achten, al dan niet verjaard zijn. Dit onderzoek kan evenwel geen onderzoek van de bezwaren betreffen. Wanneer het onderzoeksgerecht een inverdenkinggestelde naar de correctionele rechtbank verwijst wegens het gebruik van valse stukken gedurende een bepaalde periode, dan oordeelt het dat er voldoende bezwaren bestaan dat de valsheid tot de door de raadkamer aangenomen datum heeft geduurd. De kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt derhalve of de feiten vanaf die datum verjaard zijn.
- De beroepen verwijzingsbeschikking verwijst de eiseres naar de correctionele rechtbank voor, onder meer, gebruik van fiscale valsheid tot 23 juni
- Het arrest oordeelt, met overname van de redenen van de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie, dat de feiten gepleegd werden met de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet en dat de verjaring van de strafvordering begint te lopen vanaf die datum zodat de feiten niet verjaard zijn. Aldus neemt het arrest aan dat het laatste feit zich situeert op 23 juni
- Hierdoor beantwoordt het arrest het verweer van de eiseres dat het laatste feit van gebruik van de valsheden zich situeert in een verjaarde periode vóór die datum. Het middel kan niet aangenomen worden. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat de verwijzingsbeschikking zelf onregelmatig is daar zij een motiveringsgebrek vertoont waar zij oordeelt dat er met betrekking tot de strafbare periode van het gebruik van de fiscale valsheid voorwerp van de telastlegging A.VIII, voldoende bezwaren bestaan. Het aangevoerde motiveringsgebrek betreft in werkelijkheid het debat over de bezwaren waarvoor geen ontvankelijk hoger beroep openstaat. De kamer van inbeschuldigingstelling diende bijgevolg daarover geen uitspraak te doen. Het onderdeel faalt naar recht. Middel van de eiseressen III Eerste onderdeel
- Het feit dat het arrest de eiseressen naar de correctionele rechtbank verwijst en daarvoor de redenen van de schriftelijke vorderingen van het openbaar ministerie overneemt, waarin die verwijzing wordt gevorderd, houdt geen tegenstrijdigheid in de motivering in, ook al heeft het openbaar ministerie ter zitting mondeling de buitenvervolging gevorderd. Het onderdeel kan niet aangenomen worden. Tweede onderdeel
- Het arrest verwijst de eiseressen wegens de hen ten laste gelegde misdrijven naar de correctionele rechtbank op grond van de redenen van de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie. Aldus neemt het arrest, zonder dubbelzinnigheid, de redenen over van die schriftelijke vordering en verwijst het niet naar de mondelinge vordering ter zitting waarin het openbaar ministerie de buitenvervolging van de eiseressen vraagt. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
- In zoverre het arrest oordeelt over de regelmatigheid van de haar voorgelegde procedure, over de gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering en over de regelmatigheid van de verwijzingsbeschikking, zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereisten nageleefd en zijn de beslissingen overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 342,70 euro, waarvan op elk cassatieberoep 68,54 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 december 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061205.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040511.30 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041020.11 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.18 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060405.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061219.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div