id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061208.4 Rolnummer: D.06.0003.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2007-02-21 Raadplegingen: 361 - laatst gezien 2026-07-03 07:08 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De bepalingen van art. 5 Wet Verwerking Persoonsgegevens, die de verwerking van persoonsgegevens binnen bepaalde grenzen toelaten, vormen geen uitzondering op de algemene voorwaarden voor de rechtmatigheid ervan vervat in artikel 4 van die wet, inzonderheid de eerbiediging van de doeleinden van de verwerking en de proportionaliteit in die verwerking; dit geldt ook voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van tuchtzaken door een tuchtoverheid, zoals de raad van de Orde van architecten. Thesaurus CAS: BEWIJS - ALGEMEEN Vrije woorden: BEWIJS - ALGEMEEN Bescherming van de persoonlijke levenssfeer Verwerking van persoonsgegevens Wettelijke bepalingen: Wet - 26-06-1963 - Artt.2,19,20 Thesaurus CAS: BEWIJS - TUCHTZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: BEWIJS - TUCHTZAKEN - Bewijsvoering Bescherming van de persoonlijke levenssfeer Verwerking van persoonsgegevens door de tuchtoverheid Wettelijke bepalingen: Wet - 26-06-1963 - Artt.2,19,20 Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) Vrije woorden: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) Tuchtzaken Bewijs Bewijsvoering Bescherming van de persoonlijke levenssfeer Verwerking van persoonsgegevens door de tuchtoverheid Wettelijke bepalingen: Wet - 26-06-1963 - Artt.2,19,20 Tekst van de beslissing Nr. D.06.0003.N
- ORDE VAN ARCHITECTEN, publiekrechtelijk rechtspersoon, optreden door haar Nationale Raad, vertegenwoordigd door zijn voorzitter, met zetel te 1050 Brussel, Livornostraat 160, bus 2,
- NATIONALE RAAD VAN DE ORDE VAN ARCHITECTEN, met zetel te 1000 Brussel, Livornostraat 160, bus 2, eisers, vertegenwoordig door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen C.K. verweerster, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 523, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 13 januari 2006 op verwijzing gewezen door de raad van beroep van de Orde van architecten met het Nederlands als voertaal. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. FEITEN Op 7 december 2000 werd de verweerster in haar hoedanigheid van architect door het bureau van de raad van de Orde van architecten van de Provincie Antwerpen naar de raad verwezen wegens een inbreuk op artikel 21 van het door de Nationale raad van de Orde der architecten op 16 december 1983 vastgestelde en bij koninklijk besluit van 18 april 1985 goedgekeurde "reglement van beroepsplichten", nu zij de eer en de waardigheid van het beroep van architect en van de Orde in het gedrang had gebracht door hoofdzakelijk onvolledige opdrachten te hebben aanvaard, minstens onvoldoende bijstand aan de opdrachtgevers te hebben verleend. De raad van de Orde van architecten van de Provincie Antwerpen verklaarde deze tenlastelegging bij beslissing van 31 mei 2001 bewezen, en veroordeelde verweerster hiervoor tot de tuchtstraf van schorsing voor een termijn van twaalf maanden. Tegen deze beslissing van 31 mei 2001 werd hoger beroep aangetekend door de verweerster en door de tweede eiser. In hoger beroep bevestigde de raad van beroep van de Orde van architecten bij beslissing van 27 maart 2002 grotendeels de beroepen beslissing, waarbij de opgelegde schorsing evenwel werd herleid tot drie maanden. De verweerster tekende cassatieberoep tegen deze laatste beslissing aan. Bij arrest van 24 juni 2004 (A.R. D.02.0007.N) vernietigde het Hof de beslissing van 27 maart 2002, waarbij de zaak naar de anders samengestelde raad van beroep werd verwezen. Bij beslissing van 13 januari 2006 verklaarde de raad van beroep van de Orde van architecten met het Nederlands als voertaal het hoger beroep van de verweerster gegrond en dat van de tweede eiser ongegrond. De raad van beroep deed de beroepen beslissing van 31 mei 2001 teniet, verklaarde het door de raad van de Orde van architecten van de Provincie Antwerpen gevoerde onderzoek nietig en de vorderingen lastens de verweerster dienvolgens "niet toelaatbaar". III. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 6 en 8 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 en goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955 (het "E.V.R.M."); - artikel 22 van de Grondwet; - de artikelen 2, 6, 23, 24, 25, 1110 en 1120 van het Gerechtelijk Wetboek; - de artikelen 2, 19, 20, 23 en 33 van de wet van 26 juni 1963 "tot instelling van een Orde van architecten"; - de artikelen 2, 4, 5 en 9 van de wet van 8 december 1992 "tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens", zoals van kracht vóór de wijziging door de wet van 11 december 1998 (tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995), en voor zoveel als nodig van de artikelen 2, 4 en 5 van deze wet in de versie van toepassing na de wijziging door de wet van 11 december
- Aangevochten beslissingen De eisers komen op tegen de bestreden beslissing waarin de raad van beroep van de Orde van architecten met het Nederlands als voertaal het hoger beroep van de verweerster gegrond en dat van de tweede eiser ongegrond verklaart, de beroepen beslissing van 31 mei 2001 teniet doet en voorts het door de raad van de orde van Architecten van de Provincie Antwerpen gevoerde onderzoek nietig en de vorderingen lastens de verweerster dienvolgens "niet toelaatbaar" verklaart. De raad van beroep stoelt zich daarbij op de volgende overwegingen: "
- Alvorens er kan geoordeeld worden over de grond van de zaak dient vooreerst onderzocht of het onderzoek ten deze al dan niet gebaseerd is op gegevens die de provinciale raad heeft opgeslagen in strijd met de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens; Zowel de provinciale raad als de raad van beroep hebben geoordeeld dat het onderzoek op een regelmatige, rechtsgeldige wijze werd gevoerd maar het Hof van Cassatie heeft geoordeeld: '(...) dat de eiseres (thans de verweerster) in conclusie had opgeworpen dat het bijhouden van een lijst van de visa leidde tot het vormen van een bestand en dat dit niet in overeenstemming was met de eisen en beperkingen bepaald in de wet van 8 december 1992; Dat de raad van beroep die vermeldt dat het gebruik van deze lijst niet valt onder de toepassing van de wetgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer en verwerking van persoonsgegevens en dat het gaat om een 'stuk dat verbonden is met de beroepsuitoefening en dat ter beoordeling staat van de organen van de Orde binnen de uitoefening van hun wettelijke taak', dit verweer niet beantwoordt ...'; 2.1 De eerste vraag die ten deze rijst is te weten of de lijst van de door een architect, binnen een bepaalde periode, bekomen visa geldt als 'een bestand' zoals bedoeld door de gezegde wet van 8 december 1992; Het opslaan, dit is het verwerken van persoonsgegevens, over een zekere periode, dus gestructureerd, van bepaalde gegevens nopens een identificeerbaar persoon vormt een bestand in de zin van de wet van 8 december 1992 en vereist in principe de toestemming van de betrokkene, toestemming die de architect noch impliciet noch expliciet heeft gegeven; 2.2 De Orde houdt in de eerste plaats voor dat het onderzoek lastens (de verweerster) is gestart naar aanleiding van klachten van enkele bouwheren; Om welke reden ook, naar welke aanleiding ook van het bestand - waarvan de Orde het bestaan noch het gebruik kan ontkennen - gebruik gemaakt wordt: een rechtens ongeoorloofd bestand kan geen rechtsgevolgen hebben; De Orde beroept zich verder tevergeefs op art. 5 c, e en f van de wet want verliest daarbij uit het oog dat het Hof van Cassatie, door te stellen dat dit geen antwoord geeft op het verweer van (de verweerster), precies het argument verwerpt volgens (het)welk de lijst, het bestand, toegelaten is omdat het moet aangezien worden als verbonden met de beroepsuitoefening die ter beoordeling staat van de organen van de Orde binnen de uitoefening van hun wettelijke taak; Ten onrechte stelt de Orde nog dat de architect te aanzien is als een 'onderneming' vermits het beroep van architect tot op heden aangezien wordt als een 'vrij beroep' hetgeen onverenigbaar is met het begrip onderneming; Uiteindelijk is de argumentatie van de Orde die haar gelijk wil bewijzen door te verwijzen naar de actuele formulering van de visa in de provincie Antwerpen niet ernstig want zij heeft sinds het opstarten van het kwestieuze onderzoek de tekst visa gewijzigd, precies met verwijzing naar de wet van 8 december 1992;
- De nietigheid van het onderzoek brengt mee dat de raad niet vermag te oordelen over de gegrondheid van de tenlasteleggingen" (tweede en derde blad van de bestreden beslissing). Grieven Eerste onderdeel De rechter die zijn beslissing op een vroeger arrest grondt zonder de redenen te vermelden waarom hij zich ernaar schikt, geeft aan dit arrest een door artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek verboden algemene en als regel geldende draagwijdte en verantwoordt zijn beslissing dienvolgens niet naar recht. Te dezen verwerpt de raad van beroep het middel dat tweede eiser PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061208.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div