← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061212.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061212.5 Rolnummer: P.06.1191.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-03-09 Raadplegingen: 533 - laatst gezien 2026-07-04 01:09 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Bij ontstentenis van daartoe strekkende vraag, vereist artikel 8, ,§ 1, in fine, Probatiewet, niet dat de rechter uitdrukkelijk de redenen vermeldt waarom hij geen of slechts gedeeltelijk uitstel of probatieuitstel verleent; die redenen kunnen ook blijken uit het opleggen van een gedeeltelijk effectieve straf en de daarvoor gegeven bijzondere redenen

(1).
(1)Cass., 29 jan. 2002, AR P.01.1600.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020129.11, nr
  1. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - ALLERLEI Vrije woorden: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - ALLERLEI Geen conclusie Uitstel of probatie-uitstel Motiveringsplicht Draagwijdte Artikel 8, ,§ 1, in fine, Probatiewet Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Straf Uitstel of probatie-uitstel Motiveringsplicht Draagwijdte Artikel 8, ,§ 1, in fine, Probatiewet Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI Vrije woorden: STRAF - ALLERLEI Uitstel of probatie-uitstel Geen conclusie Motiveringsplicht Draagwijdte Artikel 8, ,§ 1, in fine, Probatiewet Tekst van de beslissing Nr. P.06.1191.N
  2. P D L, beklaagde, eiser,
  3. CARPAL nv, met zetel te 8560 Wevelgem, Vliegveld 47, civielrechtelijk aansprakelijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Jacques Tremmery, advocaat bij de balie te Kortrijk, tegen
  4. D B L, burgerlijke partij,
  5. V K, in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar minderjarige dochter S C, burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF. De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Brugge van 21 juni
  6. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  7. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 149 Grondwet en 163, 195 en 211 Wetboek van Strafvordering. Het stelt dat de appelrechters niet aan de motiveringsplicht van het uitgesproken verval hebben voldaan omdat zij, door de enkele vermelding dat de door de eerste rechter opgelegde straf een wettige en passende straf is voor het misdrijf, de motivering van de straf door de eerste rechter niet hebben overgenomen.
  8. De appelrechters oordelen dat de eerste rechter volkomen juist en op juiste gronden het verloop van het ongeval heeft beoordeeld en passend heeft geoordeeld over de strafmaat zodat niets de bevestiging van het beroepen vonnis in de weg staat, uitgezonderd wat betreft de solidariteitsbijdrage. De verwijzing in het bestreden vonnis naar het oordeel van de eerste rechter dient gelezen te worden samen met de omstandige redenen, vermeld in het beroepen vonnis zowel als in het bestreden vonnis, betreffende de feiten, de omstandigheden waarin ze werden gepleegd, het onvoorzichtige rijgedrag van de eiser, de tragische gevolgen van het ongeval en de hoop dat het opgelegde rijverbod de eiser zal aansporen om in de toekomst de verkeersregels nauwgezet na te leven. Het onderdeel dat berust op een onvolledige lezing van het bestreden vonnis, mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  9. Het onderdeel voert aan dat de appelrechters de mate waarin zij de eiser uitstel van het uitgesproken rijverbod hebben verleend, niet hebben gemotiveerd.
  10. Krachtens artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, vermeldt het vonnis nauwkeurig, maar op een wijze die beknopt mag zijn, de redenen waarom de rechter, als de wet hem daartoe vrije beoordeling overlaat, een bepaalde straf of maatregel uitspreekt. Krachtens artikel 8, ,§ 1, in fine, Probatiewet moet de beslissing waarbij het uitstel en, in voorkomend geval, de probatie wordt toegestaan of geweigerd, met redenen omkleed zijn overeenkomstig de bepalingen van voornoemd artikel 195 Wetboek van Strafvordering. Bij ontstentenis van daartoe strekkende vraag, vereist die bepaling niet dat de rechter uitdrukkelijk de redenen vermeldt waarom hij geen of slechts gedeeltelijk uitstel of probatie-uitstel verleent. Die redenen kunnen ook blijken uit het opleggen van een gedeeltelijk effectieve straf en de daarvoor gegeven bijzondere redenen.
  11. Met de in het bestreden vonnis vermelde redenen over de straftoemeting, omkleden de appelrechters de beslissing over het aan de eiser opgelegde deels effectieve rijverbod met redenen. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser uitstel of probatie-uitstel heeft gevraagd. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 388,40 euro waarvan 49,20 euro verschuldigd is en 339,20 euro betaald. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 12 december 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061212.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090527.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020129.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191120.2F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.