id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061212.9 Rolnummer: P.06.1352.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-03-13 Raadplegingen: 390 - laatst gezien 2026-07-03 07:08 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Incidentele aangifte die rechtstreeks voor het Hof van Cassatie in een ervoor aanhangige zaak kan worden gedaan, is deze bepaald in artikel 486, tweede lid, Wetboek van Strafvordering voor misdaden gepleegd door de gerechten en personen vermeld in artikel 485 van hetzelfde wetboek
(1).
(1)Cass., 8 sept. 1998, AR P.98.1105.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980908.14, nr 395. Thesaurus CAS: VOORRECHT VAN RECHTSMACHT Vrije woorden: VOORRECHT VAN RECHTSMACHT Incidentele aangifte Begrip Artikelen 485 en 486 Sv. Fiche 2 Overeenkomstig artikel 485 Wetboek van Strafvordering betreft de incidentele aangifte bepaald in artikel 486, tweede lid, van hetzelfde wetboek, enkel de misdaden gepleegd in de uitoefening van het ambt, die ten laste gelegd worden hetzij aan een gehele rechtbank van eerste aanleg, arbeidsrechtbank of rechtbank van koophandel, hetzij individueel aan een of meer leden van de hoven van beroep en aan de procureurs-generaal en substituten bij de hoven
(1).
(1)Cass., 8 sept. 1998, AR P.98.1105.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980908.14, nr 395. Vrije woorden: VOORRECHT VAN RECHTSMACHT Incidentele aangifte Begrip Artikelen 485 en 486 Sv. Fiches 3 - 4 De kamer die van een zaak die bij het Hof van Cassatie aanhangig is, kennis heeft, oordeelt in raadkamer over de aangifte die incidenteel gedaan wordt in die zaak
(1).
(1)Cass., 8 sept. 1998, AR P.98.1105.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980908.14, nr
- Vrije woorden: VOORRECHT VAN RECHTSMACHT Incidentele aangifte Uitspraak door het Hof van Cassatie in raadkamer Artikel 493, Sv. Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei Vrije woorden: CASSATIE . BEVOEGDHEID VAN HET HOF . ALLERLEI Strafzaken Aangifte van misdaden Incidenteel in een zaak die voor het Hof aanhangig is Rechtspleging Tekst van de beslissing Nr. P.06.1352.N V D M, burgerlijke partij, eiser, tegen B J, inverdenkinggestelde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 28 september
- In zijn neergelegde memorie doet de eiser incidentele aangifte en vordert hij de oproeping van getuigen. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft als volgt gevorderd : "Aan de tweede kamer van het Hof van cassatie. De ondergetekende procureur-generaal, Gelet op het cassatieberoep op 2 oktober 2006 ingesteld door V D M, burgerlijke partij, tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, Kamer van Inbeschuldigingstelling van 28 september 2006 (arrest nr. K.I. 1454). Gelet op de memorie in cassatie en prejudicieel aan deze memorie gevoegde incidentele aangifte, neergelegd ter griffie van het Hof op 23 oktober 2006 door V D M voornoemd. Deze incidentele aangifte heeft betrekking op 'een moordpoging uitgevoerd door de Heer D N', waarbij verzoeker V D M 'incidenteel aangifte doet van criminaliteit, oproeping vordert van getuigen die dat kunnen bevestigen of herbevestigen en de aangewezen onderzoekshandelingen vordert'. De incidentele aangifte van misdaad, bepaald in artikel 486 Wetboek van Strafvordering, heeft luidens artikel 485 van voornoemd Wetboek betrekking op de misdaad die in de uitoefening van het ambt is gepleegd en die ten laste wordt gelegd hetzij aan een gehele rechtbank van eerste aanleg, arbeidsrechtbank of rechtbank van koophandel, hetzij individueel aan een of meer leden van de hoven van beroep en de procureurs-generaal en substituten bij de hoven. Het blijkt niet dat de incidentele aangifte van de eiser aan voornoemde wettelijke vereisten voldoet. De incidentele aangifte is dan ook niet ontvankelijk. Deze niet ontvankelijkheid strekt zich tevens uit tot het verzoek tot oproeping van getuigen. Om deze redenen, gelet op de artikelen 485, 486, 493 en 502 van het Wetboek van Strafvordering en 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, vordert dat het Hof, na het verslag van de raadsheer verslaggever te hebben gehoord en in de raadkamer uitspraak doende, de aangifte te verwerpen en de eiser te veroordelen in de kosten." II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De eiser doet in zijn memorie "aangifte van criminaliteit", wegens een "moordpoging ... uitgevoerd door dhr D N".
- Incidentele aangifte die rechtstreeks voor het Hof in een ervoor aanhangige zaak kan worden gedaan, is deze bepaald in artikel 486, tweede lid, Wetboek van Strafvordering voor misdaden gepleegd door de gerechten en personen vermeld in artikel 485 van hetzelfde wetboek. Overeenkomstig artikel 485 voormeld betreft die aangifte enkel de misdaden gepleegd in de uitoefening van het ambt, die ten laste gelegd worden hetzij aan een gehele rechtbank van eerste aanleg, arbeidsrechtbank of rechtbank van koophandel, hetzij individueel aan een of meer leden van de hoven van beroep en aan de procureurs-generaal en substituten bij de hoven.
- Uit de memorie noch uit de eraan gehechte stukken blijkt dat eisers aangifte een misdaad betreft die een van die rechtbanken of personen ten laste wordt gelegd. De incidentele aangifte is niet ontvankelijk.
- De niet-ontvankelijkheid van de incidentele aangifte brengt de niet-ontvankelijkheid mede van het verzoek tot oproeping van getuigen, welke deze aangifte moet ondersteunen. Dictum Het Hof, Rechtdoende in raadkamer met toepassing van artikel 493 Wetboek van Strafvordering, Verwerpt de aangifte. Veroordeelt de eiser in de kosten. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op 12 december 2006 uitgesproken in de raadkamer door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061212.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980908.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div