id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061219.6 Rolnummer: P.06.1170.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2006-12-29 Raadplegingen: 544 - laatst gezien 2026-07-04 01:35 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het is voor de in de artikelen 399 en 400 Strafwetboek wettelijk vastgestelde strafverzwaring, wanneer de toegebrachte slagen of verwondingen voor het slachtoffer bepaalde gevolgen hebben gehad, niet vereist dat de dader het bepaalde gevolg van de door hem persoonlijk toegebrachte slagen of verwondingen heeft gewild. Thesaurus CAS: SLAGEN EN VERWONDINGEN. DODEN - OPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN OPZETTELIJK DODEN Vrije woorden: Verzwarende omstandigheden verbonden aan de gevolgen van de slagen en verwondingen - Moreel bestanddeel Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Moreel bestanddeel - Opzettelijke slagen en verwondingen - Verzwarende omstandigheden verbonden aan de gevolgen van de slagen en verwondingen - Moreel bestanddeel Thesaurus CAS: MISDRIJF - VERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN Vrije woorden: Opzettelijke slagen en verwondingen - Verzwarende omstandigheden verbonden aan de gevolgen van de slagen en verwondingen - Moreel bestanddeel Fiches 4 - 6 De rechter in strafzaken oordeelt op grond van de feitelijke omstandigheden dat allen die met eenzelfde oogmerk, gezamenlijk en gelijktijdig, dit is binnen eenzelfde tijdsvak en uitvoering, als daders of mededaders, zoals bepaald in artikel 66 Strafwetboek, aan een persoon slagen en verwondingen hebben toegebracht, mede strafrechtelijk verantwoordelijk moeten worden geacht voor het geheel van deze handelingen en derhalve ook voor alle gevolgen daarvan voor het slachtoffer; het Hof kan alleen nagaan of de rechter zijn oordeel ter zake niet steunt op feitelijke omstandigheden die dit oordeel niet kunnen schragen. Thesaurus CAS: SLAGEN EN VERWONDINGEN. DODEN - OPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN OPZETTELIJK DODEN Vrije woorden: Verzwarende omstandigheden verbonden aan de gevolgen van de slagen en verwondingen - Meerdere daders - Met hetzelfde oogmerk gezamenlijk en gelijktijdig toebrengen van slagen en verwondingen - Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de verschillende mededaders voor de gevolgen - Onaantastbare beoordeling door de strafrechter - Grenzen - Marginale toetsing Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 66, 392, 398, 399 en 400 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Vrije woorden: Opzettelijke slagen en verwondingen - Verzwarende omstandigheden verbonden aan de gevolgen van de slagen en verwondingen - Met hetzelfde oogmerk gezamenlijk en gelijktijdig toebrengen van slagen en verwondingen - Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de verschillende mededaders voor de gevolgen - Onaantastbare beoordeling door de strafrechter - Grenzen - Marginale toetsing Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 66, 392, 398, 399 en 400 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Opzettelijke slagen en verwondingen - Verzwarende omstandigheden verbonden aan de gevolgen van de slagen en verwondingen - Meerdere daders - Met hetzelfde oogmerk gezamenlijk en gelijktijdig toebrengen van slagen en verwondingen - Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de verschillende mededaders voor de gevolgen - Onaantastbare beoordeling door de strafrechter - Grenzen - Marginale toetsing Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 66, 392, 398, 399 en 400 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.06.1170.N I
- S D, beklaagde,
- O K C C, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Luc De Deken, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen
- LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1030 Brussel, Haachtsesteenweg 579, burgerlijke partij,
- A H, burgerlijke partij,
- E A, in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar minderjarige zoon A A, burgerlijke partij, verweerders. II C J F J, beklaagde, eiser, tegen
- LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1030 Brussel, Haachtstesteenweg 579, burgerlijke partij,
- A H, burgerlijke partij,
- E A, in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar minderjarige zoon A A, burgerlijke partij, verweerders. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 29 juni
- De eisers I voeren in een memorie met dezelfde inhoud drie middelen aan. De eiser II voert geen middel aan. Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- In zoverre gericht tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvordering van de burgerlijke partij A H, die geen eindbeslissingen zijn, zijn de cassatieberoepen niet ontvankelijk, behalve in zoverre uitspraak wordt gedaan over het beginsel van aansprakelijkheid. Eerste middel in zijn geheel
- De eisers I voeren aan dat zij niet konden schuldig bevonden worden aan de slagen met verzwarende omstandigheid toegebracht door de eiser C daar de appelrechters vaststellen dat de slagen in twee fasen werden toegebracht.
- De artikelen 392 en 398 Strafwetboek stellen strafbaar hij die met het oogmerk om een bepaald persoon of een persoon die zal worden aangetroffen of ontmoet, aan te randen, hem opzettelijk slagen of verwondingen toebrengt. De artikelen 399 en 400 Strafwetboek voorzien bovendien in strafverzwaring in het geval de toegebrachte slagen of verwondingen voor het slachtoffer bepaalde gevolgen hebben gehad. Het is voor deze wettelijke strafverzwaring niet vereist dat de dader het bepaalde gevolg van de door hem toegebrachte slagen of verwondingen heeft gewild. De rechter in strafzaken oordeelt op grond van de feitelijke omstandigheden dat allen die met eenzelfde oogmerk, gezamenlijk en gelijktijdig, dit is binnen eenzelfde tijdsvak en uitvoering, als daders of mededaders, zoals bepaald in artikel 66 Strafwetboek, aan een persoon opzettelijk slagen of verwondingen hebben toegebracht, mede strafrechtelijk verantwoordelijk moeten worden geacht voor het geheel van deze handelingen en derhalve ook voor alle gevolgen daarvan voor het slachtoffer. Het Hof kan alleen nagaan of de rechter zijn oordeel ter zake niet steunt op feitelijke omstandigheden die dit oordeel niet kunnen schragen.
- De appelrechters stellen in feite vast: "Alle andere feitelijke beweringen van beklaagden ten spijt, bewezen is en blijft dat het slachtoffer quasi onmiddellijk tegen de grond geslagen werd, daar bleef liggen en vervolgens verder gestampt en geslagen werd door de drie beklaagden ..." en verder: "Ook tweede beklaagde S D en derde beklaagde O K hebben daaraan ten volle deelgenomen: het feit dat eerst zij beiden en pas nadien C (en zij alsdan niet meer) geslagen hebben doet daaraan geen afbreuk;" (pagina 12). Zij stellen verder vast: "Tweede beklaagde S D en derde beklaagde O K hebben een even groot aandeel in de schuld en de gevolgen". (pagina 14).
- Anders dan waarvan het middel uitgaat, stellen de appelrechters hiermede niet vast "dat de slagen in twee fasen werden toegebracht", maar oordelen zij integendeel onaantastbaar dat de onderscheiden handelingen van de beklaagden, en onder meer ook van de eisers, de gezamenlijke en gelijktijdige uitvoering zijn van dezelfde aanranding die voor het slachtoffer een in artikel 400 Strafwetboek bepaald gevolg heeft gehad. De appelrechters laten hierbij hun beslissing steunen op feitelijke omstandigheden die hun oordeel schragen. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede en derde middel
- De middelen die betrekking hebben op de beslissingen op de burgerlijke rechtsvordering van de tweede verweerder (A H) behoeven geen antwoord daar het cassatieberoep tegen die beslissingen niet ontvankelijk is. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten op 162,22 euro waarvan op elk cassatieberoep 81,11 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère en Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 19 december 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061219.6 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081022.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div