id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 15 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:CONC.20060615.6 Rolnummer: C.05.0370.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Financieel recht Invoerdatum: 2006-08-21 Raadplegingen: 281 - laatst gezien 2026-07-04 07:28 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060615.6 Fiche 1 Een beslag onder derden omvat ook de schuldvorderingen waarvan het ontstaan afhangt van een toekomstige gebeurtenis op voorwaarde dat zij ten tijde van het beslag hun grondslag vinden in een reeds bestaande rechtsverhouding tussen de beslagene en de derde
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) Vrije woorden: Beslag onder derden - Omvang Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1445 en 1539 Fiches 2 - 3 Wordt het beslag gelegd op een bankrekening, dan is het voorwerp van het beslag al hetgeen de bank, op het tijdstip van het beslag, krachtens de rechtsverhouding tot de rekeninghouder aan deze verschuldigd is. Hieronder vallen ook de bedragen die nog niet op de rekening werden ingeschreven maar waarvoor de bank reeds ten tijde van het beslag een verplichting tot afdracht aan de rekeninghouder heeft
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) Vrije woorden: Uitvoerend beslag onder derden - Bankrekening - Voorwerp Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1539 Thesaurus CAS: BANKWEZEN. KREDIETWEZEN. SPAARWEZEN - BANKVERRICHTINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) Vrije woorden: Bankrekening - Uitvoerend beslag onder derden - Voorwerp Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1539 Fiches 4 - 5 Wanneer de beslagene de begunstigde is van een overschrijving die verloopt over verschillende banken, dan ontstaat de verplichting van de bank tot afdracht aan de rekeninghouder van de gelden die voortkomen uit deze overschrijving op het ogenblik van de verrekening tussen de betrokken banken
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) Vrije woorden: Uitvoerend beslag onder derden - Bankrekening - Overschrijving - Verschillende banken - Verplichting tot afdracht - Ogenblik Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1539 Thesaurus CAS: BANKWEZEN. KREDIETWEZEN. SPAARWEZEN - BANKVERRICHTINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) Vrije woorden: Bankrekening - Uitvoerend beslag onder derden - Overschrijving - Verschillende banken - Verplichting tot afdracht - Ogenblik Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1539 Fiches 6 - 10 Concl. adv.-gen. G. Dubrulle, Cass., 15 juni 2006, AR C.05.0370.N, Pas., 2006, nr ... Thesaurus CAS: BESLAG - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) Vrije woorden: Beslag onder derden - Omvang Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) Vrije woorden: Uitvoerend beslag onder derden - Bankrekening - Voorwerp Thesaurus CAS: BANKWEZEN. KREDIETWEZEN. SPAARWEZEN - BANKVERRICHTINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) Vrije woorden: Bankrekening - Uitvoerend beslag onder derden - Voorwerp Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) Vrije woorden: Uitvoerend beslag onder derden - Bankrekening - Overschrijving - Verschillende banken - Verplichting tot afdracht - Ogenblik Thesaurus CAS: BANKWEZEN. KREDIETWEZEN. SPAARWEZEN - BANKVERRICHTINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) Vrije woorden: Bankrekening - Uitvoerend beslag onder derden - Overschrijving - Verschillende banken - Verplichting tot afdracht - Ogenblik Tekst van de conclusie C.05.0370.N Conclusie van de Heer Advocaat-generaal Dubrulle Het bestreden arrest veroordeelt eiseres, als derde beslagene, tot betaling van het saldo van de bankrekening van een debiteur van verweerster, schuldeiser die daarop bewarend beslag had gelegd, d.i. met inbegrip van het bedrag dat door de debiteur van die debiteur was overgeschreven. Het arrest beslist dat, zodra de rekening van laatst vermelde schuldenaar werd gedebiteerd, het afgenomen bedrag niet meer behoorde tot zijn tegoed en dat de beslagene, met ingang van dezelfde datum, titularis was van een schuldvordering op eiseres tot beloop van dat op zijn rekening te crediteren bedrag, dat zodoende behoorde tot het in beslag genomen tegoed. Het ogenblik waarop tussen de betrokken banken in de verrekenkamer werd gecompenseerd, zou in dat opzicht niet relevant zijn, daar zulks niets zou veranderen aan de reeds voordien bestaande virtuele verplichting tot afgifte in hoofde van de bank van de beslagen debiteur. Het cassatiemiddel stelt de vraag aan de orde welke sommen het beslag onder derden op een bankrekening tot voorwerp heeft en meer in het bijzonder welk ogenblik bepalend is voor het voor uitvoerend beslag vatbaar saldo. De courante praktijk van de bankoverschrijving wordt juridisch op uiteenlopende wijze ontleed. Er is o.m. discussie over de vraag op welk precies tijdstip 1° de opdracht tot overschrijving onherroepelijk wordt, 2° de betaling als voltrokken dient te worden aangezien
(1). Door Uw Hof wordt aanvaard dat, bij betaling door middel van giraal geld, de betaling tot stand komt door het crediteren van de bank- of postrekening
(2). Deze oplossing ligt in de lijn van hetgeen door Uw Hof werd aangenomen ingeval van betaling met een cheque
(3). Wat betreft het ogenblik waarop de klassieke
(4)opdracht tot overschrijving, waarbij twee banken zijn betrokken, onherroepelijk wordt, zullen, minstens in België, diegenen, die de bankier van de opdrachtgever als lasthebber en de bankier van de begunstigde enkel als in de plaats gestelde lasthebber aanzien, doorgaans aanvaarden dat de opdracht kan worden ingetrokken tot op het ogenblik dat de rekening van de begunstigde wordt gecrediteerd. Terecht wordt hiertegen ingebracht dat daarbij geen rekening wordt gehouden met het feit dat de bankier van de begunstigde ook optreedt in het kader van de met deze laatste gesloten overeenkomst. Nu de opdrachtgever deze dubbele hoedanigheid waarin de bankier van de begunstigde optreedt, ingevolge de opdracht tot overschrijving zelf, impliciet, doch zeker aanvaardt, dient te worden aangenomen dat de opdracht tot overschrijving onherroepelijk wordt van zodra de bankier van de begunstigde het over te schrijven bedrag in de verrekenkamer bekomt en, krachtens de met zijn cliënt gesloten overeenkomst, dan ook gehouden is dit bedrag aan deze laatste af te dragen, hetgeen niet belet dat de betaling slechts als voltrokken kan worden aangezien nadat de rekening van de begunstigde wordt gecrediteerd. Krachtens de artikelen 1445 en 1446 van het Gerechtelijk Wetboek kan door iedere schuldeiser, op grond van authentieke of onderhandse stukken, bewarend beslag onder derden worden gelegd op de bedragen of zaken die de derde-beslagene aan de beslagene verschuldigd is, waaronder tevens dienen te worden begrepen "de schuldvorderingen met tijdsbepaling, onder een voorwaarde of in geschil". Op zelfde tegoeden kan, ingevolge het bepaalde in het artikel 1539, eerste en tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, door de schuldeiser, die een uitvoerbare titel bezit, uitvoerend beslag onder derden worden gelegd. Bij beslag op een bankrekening is het in beginsel het op het ogenblik van het beslag bestaand creditsaldo dat onder het beslag valt. Zo er geen twijfel over bestaat dat de verrichtingen, die dateren van na het beslag, hierbij buiten beschouwing mogen worden gelaten, is het heel wat delicater te bepalen of en vanaf welk ogenblik een ten tijde van het beslag reeds in uitvoering zijnde (of "lopende") verrichting in aanmerking dient te worden genomen
(5). Bij arrest van 12 mei 1989 besliste Uw Hof dat artikel 1539, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek beslag onder derden insluit op schuldvorderingen waarvan het ontstaan weliswaar mede afhangt van een toekomstige gebeurtenis, maar toch ten tijde van het beslag zijn grondslag vindt in een reeds bestaand recht en dat die wetsbepaling derhalve toepasselijk is op een eventuele schuldvordering
(6). Toegepast op het beslag op een bankrekening en inzake een ten tijde van het beslag in uitvoering zijnde overschrijving ten gunste van de beslagene, dient dan ook te worden besloten dat, van zodra de bank het overgeschreven bedrag in verrekenkamer ontvangt, er, ingevolge de tussen de bank en haar cliënt bestaande overeenkomst, in hoofde van deze laatste een "vordering tot afdracht" op de bank ontstaat, waardoor het desgevallend hieruit voortvloeiend creditsaldo van de bankrekening van de begunstigde onder het beslag valt, ook al werd het bedrag van de overschrijving nog niet geboekt op deze rekening. Daarentegen kan niet besloten worden dat, vooraleer de bankier van de begunstigde de fondsen in verrekenkamer bekwam, sprake zou kunnen zijn van een toekomstige, voorwaardelijke of eventuele schuldvordering, welke haar grondslag vindt in een reeds bestaand recht. De tussen de bank en haar cliënt vooraf bestaande algemene overeenkomst kan op zich niet als een voldoende grondslag hiertoe worden aangezien, zoniet zouden alle, ook na het beslag geïnitieerde, verrichtingen onder het beslag vallen. Een specifieke "vordering tot afdracht" ontstaat slechts op het ogenblik dat de bank van de begunstigde de af te dragen gelden in verrekenkamer ontvangt. De enkele omstandigheid dat een derde in de relatie tussen derde-beslagene en de beslagene eenzijdig een opdracht tot overschrijving geeft kan niet van aard zijn enig voorafgaand recht op deze "vordering tot afdracht" te doen ontstaan in hoofde van de beslagene, te meer dat deze opdracht herroepbaar blijft zolang de derde-beslagene deze gelden in zijn hoedanigheid van bankier van de begunstigde niet heeft ontvangen. Het tijdstip van ontstaan in hoofde van de beslagene van een specifieke "vordering tot afdracht" op de derde-beslagene valt met andere woorden samen met het ogenblik waarop de opdracht tot overschrijving onherroepelijk wordt, terwijl de opdracht tot overschrijving, zolang zij herroepbaar is, ook geen voorafgaand recht op deze "vordering tot afdracht" doet ontstaan. Door eiseres wordt dan ook terecht aangevoerd dat het bestreden arrest, door aan te nemen dat de beslagene reeds voor dat tijdstip een vordering had, de artikelen 1445, 1446 en 1539, eerste en tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek schendt. Het middel is dus gegrond. Conclusie: vernietiging. _______________
(1)M. Dassesse, "Le moment d'exécution du virement entre deux banques. Vers une remise en cause de la conception traditionnelle?", noot onder Rb. Antwerpen, 19 mei 1982, Rev. Not. B. 1987, 427; J. Van Ryn en J. Heenen, Principes de droit commercial, 1988, D. IV., 328, nr. 448; P. Wery, "La nature juridique du virement bancaire de fonds", J.T. 1988, 385; H. Braeckmans, "Bankrekeningen, betaal- en kredietverrichtingen", in Handels- en Economisch Recht, Deel I, Ondernemingsrecht, V.B., onder de redactie van W. Van Gerven, H. Cousy en J. Stuyck, Hoofdstuk IX, 545 e.v.; B. Du Laing., "De Bankoverschrijving", in Recht en onderneming, Bankcontracten, B. Tilleman (ed.) en B. Du Laing (ed.), 145 e.v.; X. Thunis, Responsabilité du banquier et automatisation des paiements, 1996, 270 e.v.
(2)Cass., 30 jan. 2001, Droit Bancaire et Financier 2001, 185, met noot R. Steennot, "Het tijdstip van de girale betaling: is de kogel door de kerk?"; A. Bruyneel en E. Van Den Haute, "Chronique de droit bancaire privé: Les opérations de banque (2000 et 2001)", Droit Bancaire et Financier, 2003, 44, nr. 19; B. Du Laing, op.cit., 154 e.v.
(3)Cass. 2 mei 1986, A.R. 4802, nr. 537.
(4)De onder het toepassingsveld van de wet van 17 juli 2002 vallende overschrijvingsopdrachten worden buiten beschouwing gelaten.
(5)E. Dirix en K. Broeckx, Beslag, A.P.R., 2001, 414; J.M. Nelissen-Grade, "Derdenbeslag op bankrekening", in Liber amicorum F. Dumon, Brussel, 1987, 686 e.v.; A.-M. Stranart, "La saisie-arrêt bancaire", in R.P.D.B., C. VIII, nr. 1052; G. de Leval, Traité des saisies, Faculté de Droit de Liège, 1988, 616; F. Georges, La saisie de la monnaie scripturale, Université de Liège, 2005, 538 e.v.
(6)Cass. 12 mei 1989, A.R. 6094 en 6343, nr. 520 en R.W. 1989-1990, 1347, met noot E. Dirix, "Beslag op een 'toekomstige' vordering". Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060615.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240111.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div