id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 26 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:CONC.20060926.8 Rolnummer: P.05.1663.N Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2022-09-13 Raadplegingen: 556 - laatst gezien 2026-07-04 03:44 Versie(s): Vertaling FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.8 Fiches 1 - 2 Wanneer, ingeval de strafvordering tegen een rechtspersoon en tegen degene die bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen wordt ingesteld wegens dezelfde of samenhangende feiten, door de rechtbank een lasthebber ad hoc is aangewezen om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, is uitsluitend deze lasthebber ad hoc bevoegd om namens deze rechtspersoon, in diens hoedanigheid van beklaagde, rechtsmiddelen, met inbegrip van cassatieberoep, aan te wenden tegen de beslissingen over de tegen deze rechtspersoon ingestelde strafvordering
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Rechtspersoon - Vertegenwoordiging - Lasthebber ad hoc - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Aanwending van rechtsmiddelen - Rechtspersoon - Vertegenwoordiging - Lasthebber ad hoc - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. VANDEWAL, Cass., 26 sept. 2006, AR P.05.1663.N, A.C., 2006, nr ... Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Rechtspersoon - Vertegenwoordiging - Lasthebber ad hoc - Bevoegdheid Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Aanwending van rechtsmiddelen - Rechtspersoon - Vertegenwoordiging - Lasthebber ad hoc - Bevoegdheid Tekst van de conclusie P.05.1663.N Conclusie van advocaat-generaal Christian VANDEWAL: Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van eiseres sub II als beklaagde
- Met hervorming van het vonnis van de politierechtbank te Oudenaarde van 19 november 2004, veroordeelden de appelrechters, met éénparigheid van stemmen, eiser sub I, zijnde een natuurlijk persoon, tot een geldboete van 200 EUR met uitstel gedurende 3 jaar voor 175 EUR, en eiseres sub II, zijnde een rechtspersoon, tot een geldboete van 250 EUR met uitstel gedurende 3 jaar voor 200 EUR, uit hoofde van inbreuk op artikel 67ter alinea 4 van de Wegverkeerswet.
- Artikel 2bis van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat ingeval de strafvordering tegen een rechtspersoon en tegen degene die bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, wordt ingesteld wegens dezelfde of samenhangende feiten, de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van de strafvordering tegen de rechtspersoon, ambtshalve of op verzoekschrift, een lasthebber ad hoc aanwijst om deze te vertegenwoordigen.
- Deze bepaling, geïnspireerd op het Franse systeem
(1), werd ingevoerd door artikel 12 van de wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen (B.S. 22 juni 1999) en strekte ertoe een oplossing te bieden voor het geval waarin tussen de rechtspersoon en degene die bevoegd is om die te vertegenwoordigen een belangenconflict bestaat. Door het aanwijzen van een lasthebber ad hoc kunnen dergelijke belangenconflicten worden vermeden
(2). Het is immers niet aangewezen de rechtspersoon die vervolgd wordt ook te laten vertegenwoordigen door een natuurlijke persoon die eveneens vervolgd wordt. 4. Van een mogelijk belangenconflict kan sprake zijn zodra de verdedigingsstrategie van de rechtspersoon die van de natuurlijke persoon dreigt te doorkruisen
(3).
- Aan de orde in deze zaak is de vraag of, wanneer een dergelijke lasthebber ad hoc door de rechtbank werd aangewezen, een rechtsmiddel tegen een beslissing over de tegen de rechtspersoon ingestelde strafvordering enkel kan worden aangewend door deze lasthebber ad hoc dan wel of de rechtspersoon via andere vertegenwoordigers zelf nog steeds bevoegd blijft om dit zelfstandig te doen buiten de lasthebber ad hoc om.
- Ik meen ter zake dat de bevoegdheid van de lasthebber ad hoc om rechtsmiddelen aan te wenden exclusief is. Het doel belangenconflicten te vermijden kan slechts blijvend worden gerealiseerd wanneer enkel de lasthebber ad hoc, die de belangen van de rechtspersoon behartigt en haar verdedigingsstrategie bepaalt, eventueel tegen de belangen in van de medevervolgde natuurlijke persoon die normaal bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, als enige bevoegd blijft om rechtsmiddelen – waaronder het instellen van cassatieberoep – aan te wenden. Zoniet zou de verdediging van de lasthebber ad hoc volledig uitgehold kunnen worden door initiatieven van andere vertegenwoordigers
(4).
- Wanneer een lasthebber ad hoc door de rechtbank is aangewezen, wordt hij in het strafproces naar mijn oordeel de enige woordvoerder van de rechtspersoon en dus met uitsluiting van alle andere personen bevoegd om in de strafrechtelijke procedure in naam van de rechtspersoon op te treden en inzonderheid om een rechtsmiddel aan te wenden. Hij vertegenwoordigt immers gedurende het ganse proces de rechtspersoon en beslist op welke wijze de verdediging zal worden georganiseerd. Zijn mandaat neemt in principe slechts een einde op het ogenblik dat de strafvordering tegen de rechtspersoon resulteert in een beslissing die kracht van gewijsde verkrijgt.
- In deze zaak werd ter terechtzitting van 23 september 2005, op verzoekschrift, door de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, derde correctionele kamer, mr. P., advocaat te G., aangewezen als lasthebber ad hoc om eiseres sub II te vertegenwoordigen.
- Zowel de natuurlijke persoon (eiser sub I) als de rechtspersoon (eiseres sub II) werden in het bestreden vonnis van 21 oktober 2005 veroordeeld tot betaling van een geldboete; ook de natuurlijke persoon (eiser sub I) stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. Ook in de cassatieprocedure blijft er dus een mogelijk belangenconflict bestaan.
- Uit de stukken waarop het Hof acht vermag te slaan blijkt dat het bestreden vonnis op tegenspraak werd uitgesproken ten aanzien van alle partijen, met inbegrip van de lasthebber ad hoc.
- Ter zitting van 23 september 2005, waarop de zaak in graad van beroep voor de correctionele rechtbank te Oudenaarde werd behandeld, was de lasthebber ad hoc vertegenwoordigd door een advocaat; het staat mijns inziens buiten kijf dat een lasthebber ad hoc – hij weze zelf advocaat of niet – voor de verdediging van de rechtspersoon beroep kan doen op de bijstand van een door hem aangestelde (andere) advocaat en deze laatste proceshandelingen kan laten stellen in zijn naam.
- Op 7 november 2005 is mr. S., advocaat te O., verschenen ter correctionele griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde om cassatieberoep in te stellen namens de rechtspersoon en niet namens de lasthebber ad hoc. Dit cassatieberoep werd blijkens het uittreksel uit het register der akten van hoger beroep en van voorziening in cassatie ingesteld “als beklaagde en in alternatieve orde als burgerlijk aansprakelijke over V.”.
- Nu ter zake het cassatieberoep niet werd ingesteld door of namens de lasthebber ad hoc, is dit cassatieberoep ingesteld door de rechtspersoon naar mijn oordeel niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van eiseres sub II als civielrechtelijk aansprakelijke partij
- De appelrechters hebben de eiseres sub II niet burgerrechtelijk aansprakelijk verklaard voor eiser sub I.
- Het cassatieberoep van eiseres sub II in zoverre gesteld in haar hoedanigheid van civielrechtelijk aansprakelijke partij is naar mijn oordeel bij gebrek aan belang dan ook niet ontvankelijk. Conclusie: verwerping ____________
(1)Art. 706-43 van de Franse Code de Procédure pénale.
(2)R. VERSTRAETEN, Handboek Strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2005, nr. 115.
(3)P. HELSEN, “De lasthebber ad hoc in het strafrecht: een eerste verkenning op braakliggend terrein”, T. Strafr., 2003,
(2)2.
(4)Ibid., 8-9. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:CONC.20060926.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div